Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Niet zomaar een ansichtkaart uit Spanje – Alberto Reguera en Marc Piqué over hun cd Sonata Española

Met Sonata Española presenteren violist Alberto Reguera en pianist Marc Piqué geen zonnige verzameling Spaanse clichés, maar een zorgvuldig opgebouwd muzikaal portret van een land dat evenveel schaduw als licht kent. In werken van Cassadó, Turina, de Falla, Toldrà, Sarasate en Montsalvatge ontvouwt zich een rijk geschakeerde wereld waarin volksmuziek, modernisme, melancholie en verfijning voortdurend in elkaar overvloeien. Het album ademt mediterrane warmte, maar evenzeer introspectie en dramatische spanning. Voor Klassiek Centraal sprak Werner De Smet met Alberto Reguera en Marc Piqué openhartig over de artistieke visie achter het project, over schoonheid als artistieke noodzaak en over de zoektocht naar een authentieke Spaanse klank voorbij het folkloristische decor.

Een muzikale verwantschap

De samenwerking tussen Reguera en Piqué ontstond haast toevallig. Beide musici bewogen zich al langer binnen dezelfde professionele kring, maar pas tijdens een eerste gezamenlijke sessie ontdekten ze hoe vanzelfsprekend hun muzikale dialoog aanvoelde. “Vanaf het eerste moment voelden we een sterke muzikale affiniteit”, vertelt Reguera. “We delen niet alleen een passie voor het repertoire voor viool en piano, maar ook een gelijkaardige manier van denken over muziek.” Die vanzelfsprekendheid betekent echter niet dat het creatieve proces zonder spanning verloopt. Integendeel: net in het zoeken naar evenwicht tussen expressieve vrijheid en technische discipline vindt het duo zijn eigen identiteit, zonder dat ze daarbij hun individuele persoonlijkheid verliezen. Die verstandhouding groeide bijzonder snel uit tot een vorm van intuïtieve communicatie waarin woorden steeds minder nodig waren. Juist dat intense luisteren naar elkaar is voor hen de essentie van kamermuziek.

Spanje voorbij het cliché

Het idee voor Sonata Española ontstond tijdens een concertproject in Cádiz begin vorig jaar. Samen met programmeur Pedro selecteerden Reguera en Piqué werken die niet alleen stilistisch, maar ook dramaturgisch een coherent geheel konden vormen. Wat daarbij opvalt, is hoe bewust het duo afstand neemt van het stereotiepe beeld van Spaanse muziek. Geen vrijblijvende folklore of toeristische romantiek, maar een veel complexer muzikaal landschap.

“Alleen al door de keuze van de werken ontdekten we hoe veelzijdig en genuanceerd deze muziek eigenlijk is”, zegt Piqué. “Elke componist vertrekt weliswaar vanuit volksmuzikale wortels, maar transformeert die vervolgens tot een heel persoonlijke muzikale taal.” Die voortdurende spanning tussen traditie en vernieuwing vormt de rode draad van het album. Cassadó, Turina, de Falla, Toldrà, Sarasate en Montsalvatge behoren tot verschillende generaties, maar delen volgens Piqué eenzelfde instinct: het vermogen om volksmuziek te verheffen tot een verfijnde kunstvorm zonder haar oorspronkelijke ziel te verliezen.

Meer nog dan een ontdekking betekende het project voor beide musici een herbevestiging van de enorme culturele rijkdom van Spanje zelf. Volgens hen delen deze componisten, ondanks hun uiteenlopende stijlen, een gemeenschappelijke gevoeligheid die voortkomt uit dezelfde geografische en culturele voedingsbodem.

Tussen precisie en vrijheid

Opvallend aan de interpretaties op het album is de combinatie van technische controle en grote lyrische vrijheid. Piqué beschouwt dat niet als een tegenstelling, maar als de essentie van deze muziek. “Het Spaanse repertoire laat enorme contrasten toe”, legt hij uit. “Die typische melodische wendingen, de afwisseling tussen majeur en mineur, de Andalusische cadensen: ze creëren ruimte voor spontaniteit en kleur.” Toch blijft de partituur steeds het uitgangspunt. Het duo zoekt voortdurend naar het juiste evenwicht tussen vitaliteit en verfijning, tussen ritmische kracht en transparante klankcultuur.

Daarbij speelde ook het ontbreken van een uitgebreide opnamegeschiedenis een belangrijke rol. Sommige werken, zoals de sonate van Cassadó, worden zelden uitgevoerd en beschikken over weinig referentie-opnames. Net daardoor konden Reguera en Piqué deze muziek met grotere vrijheid benaderen, zonder vaste interpretatieve modellen, maar steeds vanuit een groot respect voor de partituur en de intentie van de componist.

Daarbij speelt ook stilte een cruciale rol. “In stilte ademt de muziek,” zegt Reguera, “meer nog: daar intensiveert het drama zich. Muziek ontstaat niet alleen uit de noten zelf, maar ook uit de relatie tussen de noten en de stilte errond.” Die visie sluit nauw aan bij een uitspraak van Pablo Casals, die stelde dat techniek pas betekenis krijgt wanneer ze in dienst staat van expressie. Reguera onderschrijft dat volledig: “Techniek zonder muzikale intentie blijft uiteindelijk niets meer dan een coördinatieoefening. De wens om echt te zingen, om eerlijk iets te communiceren, moet centraal staan. Techniek is noodzakelijk om vrijheid te bereiken, maar mag nooit een doel op zich worden. De beste techniek is uiteindelijk degene die onzichtbaar blijft.”

Een kamermuzikale ademhaling

Dat intense luisteren naar elkaar vormt de kern van hun samenwerking. Volgens Reguera ontwikkelde zich tijdens de opname van het album een bijna intuïtieve communicatie. “We werken zeer intensief aan de partituren, maar eens we samen spelen, gebeurt er iets dat nauwelijks nog woorden nodig heeft.” De opnameomstandigheden hielpen daarbij aanzienlijk. In de studio van geluidstechnicus Albert Moraleda beschikte het duo over voldoende tijd én over een Steinway-vleugel van uitzonderlijke kwaliteit.

Vooral tijdens de opname van de sonate van Gaspar Cassadó (1897-1966) ervoeren de musici hoe de studio een nieuwe balans mogelijk maakte. “In een concertzaal is dat evenwicht moeilijker te bereiken”, zegt Piqué. “Hier konden we een bijna orkestrale grandeur creëren zonder de transparantie tussen viool en piano te verliezen.”

Van bij het begin dacht het duo bovendien bewust na over hoe deze muziek in verschillende ruimtes zou klinken: in een kleine zaal, een grote concertzaal of een studio-omgeving. Die zoektocht naar een ideale akoestische balans bepaalde mee hun benadering van het repertoire. Tegelijk blijft een opnameproces een mentale uitdaging. Concentratie, vermoeidheid en tijdsdruk vormen constante aandachtspunten. “Het grootste gevaar is dat je frisheid en spontaniteit verliest,” bekent hij. “Je moet leren doseren.”

Piqué benadrukt daarbij dat hun relatie met Cassadó’s sonate tijdens het opnameproces zelf verder evolueerde. Waar ze het werk aanvankelijk eerder terughoudend benaderden, groeide gaandeweg een grotere vrijheid en overtuiging in de interpretatie.

Het mediterrane licht van Toldrà

Binnen het programma neemt Eduard Toldrà (1895-1962) een bijzondere plaats in. Buiten Spanje wordt zijn muziek nog zelden uitgevoerd, iets wat Reguera bijzonder jammer vindt. “Toldrà bezit een uitzonderlijk instinct voor lyriek,” zegt hij. “In Oració al maig hoor je hoe een eenvoudige melodie uitgroeit tot een bijna spirituele ervaring. Het is alsof het mediterrane licht zelf muziek wordt.”

Ook Gaspar Cassadó fascineert hem precies door die combinatie van emotionele intensiteit en virtuositeit. “Zijn muziek balanceert voortdurend tussen vurige passie en diepe melancholie”, aldus Reguera. “Soms lijkt het zelfs alsof hij te veel wil tonen, maar net dat maakt zijn taal zo menselijk.” Bij Manuel de Falla (1876-1946) bewondert hij dan weer het vermogen om volksmuziek niet alleen te bewaren, maar ook te transformeren. “Falla is de grote alchemist van de Spaanse muziek,” zegt hij. “Hij verheft de volksmuzikale traditie tot iets universeels.”

Sarasate als belcanto-componist

Een van de meest opvallende inzichten van het gesprek betreft Pablo de Sarasate (1844-1908). Te vaak wordt diens muziek gereduceerd tot louter virtuoos vuurwerk, terwijl Reguera juist de vocale kwaliteit ervan benadrukt. “Ik zie de viooltraditie in de eerste plaats als een vorm van bel canto,” vertelt hij. “Sarasate was een meester van de melodie. Zijn muziek heeft iets uitgesproken opera-achtigs.” Daarbij verwijst hij naar zijn voormalige leraar Gonçal Comellas, die tijdens de lessen voortdurend herhaalde: “Zing, zing!”

“Die zoektocht naar schoonheid van klank fascineert en achtervolgt me dagelijks,” bekent Reguera. “Wat tegenwoordig soms ‘old school’ wordt genoemd, noem ik liever de grote school.”

Montsalvatge en de moderne horizon

Binnen de dramaturgie van het album fungeert Xavier Montsalvatge (1912-2002) als een soort venster naar een modernere muzikale wereld. Zijn stijl brengt asymmetrische ritmes, bitonaliteit en Franse harmonische invloeden binnen in het programma. “Hij is wellicht de meest eclectische componist van het album,” zegt Reguera. “Maar ondanks die moderniteit blijft er altijd een mediterrane helderheid aanwezig.” Daardoor vormt Montsalvatge volgens hem een essentieel onderdeel van het muzikale verhaal dat Sonata Española wil vertellen: een Spanje dat tegelijk geworteld is in traditie én openstaat voor internationale invloeden.

Piqué hoort in Montsalvatge bovendien een vorm van verfijnde neoklassieke helderheid die soms doet denken aan Stravinsky of Les Six. Juist daardoor opent zijn muziek binnen het album een nieuwe horizon waarin Spaanse identiteit en internationale moderniteit elkaar ontmoeten.

Spaanse muziek op het internationale podium

Volgens Piqué verdient dit repertoire vandaag een prominentere plaats op de internationale concertpodia. Hij verwijst daarbij naar musici als Alicia de Larrocha, die cruciaal waren voor de internationale erkenning van componisten als Albéniz, Granados en Mompou. Tegelijk merkt hij op dat steeds meer internationale topmusici, onder wie Daniil Trifonov en Yuja Wang, Spaanse muziek opnemen in hun programma’s. Voor Reguera bewijst dat hoe herkenbaar en uniek het karakter van deze muziek blijft, zelfs binnen een steeds globaler concertlandschap.

Schoonheid als artistieke noodzaak

Opmerkelijk is hoe vaak tijdens het gesprek het begrip schoonheid terugkeert. Voor Reguera blijft schoonheid een fundamenteel artistiek principe, ook al lijkt die vandaag soms onder druk te staan. “De zoektocht naar schoonheid wordt tegenwoordig vaak gedevalueerd,” zegt hij. “Natuurlijk is schoonheid subjectief, maar tegelijk bezit de mens een soort intuïtief vermogen om schoonheid te herkennen: in vormen, in proporties, maar ook in klank.” Hij vreest dat muzikale intuïtie vandaag soms te gemakkelijk wordt opgeofferd aan rationaliteit. “Wanneer dat evenwicht verloren gaat, lijdt uiteindelijk ook de artistieke expressie daaronder.”

Die zoektocht naar schoonheid beschouwt hij niet als nostalgie, maar als een essentieel onderdeel van muzikale communicatie. Vooral binnen de viooltraditie blijft voor hem het ideaal van het bel canto centraal staan: het verlangen om de viool werkelijk te laten zingen.

Verdere verdieping van het repertoire

Voor Reguera en Piqué heeft dit project hun kijk op het viool-pianorepertoire niet radicaal veranderd, maar wel verdiept. Het werken aan minder bekende of zelden gespeelde stukken confronteerde hen telkens opnieuw met onverwachte compositorische oplossingen en nieuwe manieren om muzikaal te communiceren. Het repertoire voelt daardoor niet als een afgesloten canon, maar als een voortdurend evoluerend veld van mogelijkheden.

Wanneer het duo vooruitblikt op hoe zij zich het album over enkele jaren willen herinneren, formuleren zij het eenvoudig maar veelzeggend: “We hopen dat deze opname ons blijft definiëren als musici, en dat dit repertoire ons blijft inspireren zoals het vandaag doet.”

Muziek als aandacht en aanwezigheid

In een tijd waarin muziek steeds sneller wordt geconsumeerd, ziet Reguera deze repertoirekeuze bijna als een daad van verzet. “De wereld rondom ons laat nauwelijks nog ruimte voor contemplatie,” zegt hij, “maar muziek creëert haar eigen tijd. Ze verplicht ons aanwezig te zijn in het moment.” Volgens hem bestaat er binnen muziek geen snelle weg naar essentie. “Als je forceert, breekt er iets.”

Voor Reguera is muziek bovendien een soort parallelle werkelijkheid, een vorm van meditatie waarin volledige aandacht noodzakelijk wordt. In die zin vraagt ze niet alleen luisteren, maar ook een bewust zijn in het moment zelf, alsof tijd in muziek een andere logica volgt dan in het dagelijkse leven.

Misschien vat precies die gedachte de kern van Sonata Española samen: een album dat niet mikt op onmiddellijke effecten, maar op aandachtig luisteren. Geen exotische ansichtkaart uit Spanje, maar een diep ademende muzikale ruimte waarin licht en schaduw elkaar voortdurend ontmoeten.

 

Details:

Titel:

  • Niet zomaar een ansichtkaart uit Spanje – Alberto Reguera en Marc Piqué over hun cd Sonata Española

Foto credentials:

  • Juan Luis García, Sergi Panizo
nlNLdeDEenENfrFR