Op het eerste gezicht is de combinatie van Johannes Brahms (1833-1897) en Eusebius Mandyczewski (1857-1929) ongewoon. Tegenover een van de grote meesters van het Duitse romantische lied staat een componist die buiten gespecialiseerde kringen nauwelijks bekendheid geniet. Toch is precies die combinatie de kracht van Melancolie, de cd waarop bariton Konstantin Krimmel en pianist Ammiel Bushakevitz liederen van beide componisten samenbrengen. Mandyczewski is hier geen voetnoot bij Brahms, maar een componist met een eigen stem.
De titel, bewust zonder de h van het Duitse Melancholie, verwijst naar Mandyczewski’s Roemeense achtergrond en naar een centraal idee van de opname: melancholie, verlangen en herinnering laten zich niet aan nationale grenzen binden. Brahms kwam uit Hamburg, Mandyczewski uit de Boekovina; beiden vonden uiteindelijk hun muzikale thuis in Wenen. Ook Krimmel en Bushakevitz dragen verschillende culturele wortels met zich mee. ‘Thuis’ wordt zo een innerlijke ervaring, gevormd door herinnering en door het leven tussen culturen.
De combinatie is ook historisch verankerd. In 1879 leerde Brahms de jonge Mandyczewski kennen. Er groeide een hechte vriendschap die tot Brahms’ dood bleef bestaan. Dat Mandyczewski vooral bekend werd als musicoloog, pedagoog en editeur, doet vergeten dat hij ook componeerde: hij schreef liederen, koorwerken en liturgische muziek.
Mandyczewski werd geboren in de omgeving van Czernowitz, in een meertalige streek van de Habsburgse monarchie. Duits werd de taal van zijn opleiding en loopbaan, maar zijn Roemeense achtergrond bleef van betekenis, zoals de achttien Cântece românești, op. 7 laten horen. Deze liederen verschenen in 1885 in Wenen, in een Roemeens-Duitse editie, en zetten grotendeels teksten van de dichter en volksliedverzamelaar Vasile Alecsandri op muziek.
Op Melancolie klinken ze in het oorspronkelijke Roemeens. Krimmel behandelt ze niet als een exotisch accent binnen een Duits programma, maar met dezelfde ernst als de Brahms-liederen. Dat geeft de keuze een persoonlijke lading: in het cd-boekje beschrijft de zanger, die zelf Duits-Roemeense wortels heeft, het leven tussen verschillende werelden als een rijkdom.
Een verhaal in woord en muziek
De 26 liederen op deze cd staan niet in afzonderlijke blokken, maar worden afgewisseld, zodat overeenkomsten en verschillen geleidelijk zichtbaar worden. Bij Brahms krijgen verlangen, verlies en de nabijheid van de dood vaak een uitgesproken psychologische lading, zoals in Auf dem Kirchhofe, Die Mainacht, Meerfahrt en Feldeinsamkeit. De spanning zit niet alleen in de zanglijn, maar ook in de harmonie en in de zelfstandige rol van de piano.
Mandyczewski kiest vaker voor een directere, bijna volksliedachtige melodiek die meteen aanspreekt. Ook bij hem keren liefde, verlies en vergankelijkheid terug, maar het accent ligt meer op de melodische lijn en de directe verbinding tussen woord en muziek. Dat maakt zijn werk niet tot een lichtere variant van Brahms: hij verwoordt verwante gevoelens vanuit een eigen muzikale persoonlijkheid. Niet elk lied is bovendien even melancholisch. Naast weemoed is er ruimte voor lyrische lichtheid en voor de charme van een melodie die door haar eenvoud overtuigt.
Krimmels heldere, warme bariton combineert een fraai timbre met een sterk tekstgevoel. Zijn Duitse dictie is zo natuurlijk dat je het tekstboekje bij de Brahms-liederen nauwelijks nodig hebt. De woorden groeien organisch uit de frase, in plaats van er los bovenop te liggen.
Dat blijkt bijzonder mooi in Brahms’ Unbewegte laue Luft. De verstilde nachtelijke sfeer is hier geen romantisch decor, maar het vertrekpunt voor een verlangen dat onder de oppervlakte groeit. De tuin en het zachte klateren van de fontein roepen een beeld van rust op, terwijl de muzikale lijn geleidelijk meer innerlijke spanning krijgt. Krimmel laat die ontwikkeling ontstaan door zijn beheerste frasering en door de manier waarop hij de zanglijn vormgeeft, zonder de intimiteit van het lied te doorbreken.
Dezelfde aandacht voor de tekst spreekt uit de Roemeense liederen. In Lăcrimioare staan de tere meiklokjes tegenover de koude wind, La o copiliță verbindt liefde met de kortstondigheid van het leven en O Zi roept een verloren liefdesmoment op. Ook wie de taal niet verstaat, kan de gevoelswereld aanvoelen. Krimmel kleurt zijn klinkers zorgvuldig en laat de frasen ademen, zonder ze exotisch te kleuren.
Ik hoorde Krimmel eerder live in Berlijn, in liederen van Richard Strauss in de Staatsoper Unter den Linden. De opulente orkestklank van dat repertoire maakte me nieuwsgierig naar de manier waarop zijn stem zou functioneren in de intiemere wereld van het lied, waar iedere nuance in de stem en iedere wending in de begeleiding direct hoorbaar worden. Melancolie laat een zanger horen die het lied niet benadert als een verkleinde operascène, maar de eigenheid van het genre respecteert. Zijn expressiviteit zit niet in de omvang van het gebaar, maar in de precisie waarmee hij tekst, klank en spanning met elkaar verbindt.
Bushakevitz is veel meer dan een begeleider. Zijn spel vormt een zelfstandige interpretatieve laag, zonder de zang naar de achtergrond te dringen. Bij Brahms geeft hij de pianopartij alle ruimte om naast de zang een eigen lijn te volgen. Zijn spel ondersteunt de sfeer van Unbewegte laue Luft en laat de piano als zelfstandige stem in het lied spreken.
Bij Mandyczewski vraagt de directere melodiek om een andere benadering. De begeleiding mag de eenvoud van de liederen niet overwoekeren, maar evenmin kleurloos blijven. Bushakevitz bewaart het evenwicht tussen helderheid en expressie en geeft ook deze liederen een eigen karakter. De opname laat dat samenspel goed tot zijn recht komen: stem en piano zijn helder in balans, terwijl de piano voldoende diepte en warmte behoudt.
Van nacht naar eenzaamheid
Naarmate het programma vordert, groeit de samenhang. Brahms’ Der Tod, das ist die kühle Nacht, An die Nachtigall en Feldeinsamkeit worden gevolgd door Mandyczewski’s Mormântul en Omul singuratic, waarin nacht, natuur, dood en eenzaamheid in elkaar overgaan. Vooral Omul singuratic geeft het thema van de afzondering gewicht.
De samenhang ontstaat niet doordat alle liederen dezelfde stemming delen, maar doordat ze vanuit verschillende invalshoeken raken aan de verhouding tussen mens, natuur, liefde en vergankelijkheid. Zo krijgt de titel haar betekenis: melancholie is hier niet alleen droefheid, maar ook het besef dat liefde, schoonheid, jeugd en leven voorbijgaan. Soms klinkt dat zwaar en onontkoombaar, soms licht en lyrisch.
Melancolie is een zorgvuldig samengesteld recital dat meer doet dan een vergeten componist onder de aandacht brengen. Krimmel en Bushakevitz maken van de afwisseling tussen Brahms en Mandyczewski een inhoudelijke dialoog, waarin de eigenheid van beide componisten scherper hoorbaar wordt. Uiteindelijk blijkt muziek een vaderland van het hart: een plek waar verschillende culturele achtergronden samenkomen in gevoelens die herkenbaar blijven.