De pianosonates van Joseph Haydn (1732-1809) behoren tot de meest inventieve, verrassende en veelzijdige werken uit het klassieke repertoire, maar worden nog altijd relatief weinig uitgevoerd. Met Four Piano Sonatas laat pianist Matthieu Idmtal horen hoe tijdloos, warm en ontroerend deze muziek nog altijd klinkt.
Wie de naam Matthieu Idmtal kent, verwacht eerder Chopin, Schumann of Scriabin dan Haydn. De Belgische pianist heeft zich tot nu toe vooral geprofileerd als vertolker van (post-)romantisch repertoire. Dat hij nu uitgerekend met een volledig aan Haydn gewijd album komt, is dan ook een verrassing – maar wel een zeer geslaagde.
Volgens de pianist zelf ontstond de opname vanuit een moeilijke periode waarin hij onverwacht troost vond bij zijn instrument, en Haydns sonates dienden zich als vanzelf aan. De inventiviteit, speelsheid en menselijke warmte van deze muziek maakten diepe indruk en inspireerden hem om vier zorgvuldig gekozen sonates vast te leggen. Zoals hij het zelf verwoordt: "Als musicus kies je je repertoire zorgvuldig, maar minstens net zo vaak voelt het alsof de muziek jou kiest."
Die aanleiding is voelbaar in het resultaat: dit is geen droge, academische Haydn-uitvoering, maar een lezing vol warmte, verwondering en speelvreugde.
Vier gezichten
De keuze is verre van voor de hand liggend. Naast de bekende, virtuoze Es-groot sonate Hob. XVI:49 – ontstaan uit Haydns correspondentie met Maria Anna von Genzinger, die zich destijds beklaagde over de lastige handkruisingen in het Adagio – en de late C-groot sonate Hob. XVI:50 uit de Londense jaren, koos Idmtal ook voor twee minder vaak gespeelde werken: de vroege, aan Scarlatti verwante A-groot sonate Hob. XVI:12, en de B-mineur sonate Hob. XVI:32, een van de weinige mineur-sonates uit Haydns oeuvre. Die spreiding over vroeg en laat werk, majeur en mineur, is precies wat het album interessant maakt: het toont hoe breed Haydns idioom eigenlijk is: van argeloze charme tot bijna Beethoveniaanse spanning. Idmtal speelt Haydn niet als voorprogramma van Mozart, maar als een componist met een geheel eigen, grillige logica.
In de A-groot sonate klinkt het openings-Andante lyrisch, licht melancholisch en zangerig van toon. Het menuet wordt ingetogen en speels gebracht, terwijl het Trio opvalt door een verfijnd gevoel voor nuance en detail. De finale ten slotte stroomt moeiteloos voort, speels van karakter maar met een heldere, doordachte nuancering die elke frase kracht bijzet.
In de Es-groot sonate weet Idmtal de virtuoze passages en het beroemde, gevoelige Adagio cantabile fraai in balans te houden. Het klinkt misschien cliché, maar hij geeft deze beweging echt ademruimte: hij verstilt, neemt even de tijd alsof hij een vraag overpeinst voor hij antwoordt, waardoor de zangerigheid mooi tot haar recht komt – precies de combinatie die Haydn destijds zelf aan Genzinger aanraadde te koesteren. Ook de melancholie die in dit deel schuilt, laat Idmtal treffend doorklinken; naar het einde toe zet hij een versnelling in die deze weemoedige stemming nog verdiept en de luisteraar recht in het hart raakt.
Daar staat het openende Allegro tegenover, dat met liefde en diepgang wordt gebracht en gestaag opbouwt. Goed uitgekiende versnellingen en vertragingen, afgewisseld met verstillingen en heldere rustpauzes, geven de muziek haar tijd om te spreken – iets wat trouwens op de hele plaat opvalt. Na de langzame beweging weet Haydn als geen ander melancholie om te zetten in levensvreugde, met een spitsvondig menuet waarin Idmtal opnieuw precies de juiste toon treft.
De duistere, onberekenbare B-mineur sonate vormt het emotionele zwaartepunt van de plaat en zorgt voor een ideaal tegenwicht na de twee voorgaande sonates. Idmtal zet de onrustige openingspassages van het Allegro moderato scherp af tegen wat op het eerste gezicht momenten van grote intimiteit lijken in het daaropvolgende, ogenschijnlijk rustgevende Menuet. Maar laat je niet vangen: ook hier blijft een onderhuidse spanning aanwezig, die Idmtal geleidelijk laat opbouwen richting een intensiteit die aan Beethoven doet denken. Die lijn trekt hij door naar de finale, die – weloverwogen, maar niet minder indringend – dreigend klinkt en bij hem uitmondt in een verrassend hard, onstuimig slotakkoord.
In de laatste sonate in C-groot Hob. XVI:50, komt vooral Haydns humor tot zijn recht: de wat weifelende opening, de eigenzinnige pedaalaanwijzingen in de doorwerking, en een uitbundig, kleurrijk slot worden door Idmtal met hoorbaar plezier – en technische souplesse – neergezet. Deze sonate zorgt ervoor dat je niet in mineurstemming blijft hangen na de vorige sonate, maar met een glimlach op je gezicht naar het slot van deze cd luistert.
Het eerste deel zit vol humor, die Idmtal duidelijk doorgrond heeft: nooit overgeaccentueerd, maar met een lichte hand aangebracht, met veel gevoel voor timing. Het tweede deel, een bijzonder intiem Adagio, krijgt een zachte gloed mee en wordt met veel liefde en een fijnzinnig toucher gebracht. Het derde en laatste deel klinkt speels en licht, met opnieuw kleine vertragingen die het geheel net dat tikkeltje pit geven – mooi gedoseerd, tot en met de laatste noot.
Balsem voor de ziel
De opname, gemaakt in de Westvest90 Studio in Schiedam – bekend om zijn uitzonderlijke akoestiek en warme, natuurlijke klank – brengt zowel de intimiteit als de theatrale energie van Haydns muziek overtuigend tot leven, met voldoende ruimte voor de dynamische schakeringen die deze sonates vragen. Het begeleidende boekje, met uitgebreide toelichting van Idmtal zelf, leest vlot en geeft mooi inzicht in waarom net deze vier sonates hun weg naar deze cd vonden. Zijn poëtische interpretaties laten horen hoe actueel deze muziek nog altijd klinkt, en onderstrepen de tijdloze menselijkheid die Haydn zo bijzonder maakt. Zelf vat de pianist zijn ambitie met dit album treffend samen: "Mijn wens voor dit album is eenvoudig: dat het de luisteraar mag bieden wat het mij heeft geboden, een balsem voor de ziel, een tegengif tegen melancholie. Weinig componisten weten zoveel warmte, humor en nobelheid te verenigen als Haydn."
Die ambitie wordt ruimschoots ingelost. Dit is een doordacht geprogrammeerd Haydn-album van een pianist die je er niet meteen mee in verbinding zou brengen, en dat maakt het resultaat des te overtuigender. Idmtal bewijst dat Haydns sonates weinig hoeven onder te doen voor die van Mozart of Beethoven wat originaliteit en emotionele diepgang betreft, en levert er meteen een mooi pleidooi voor: deze muziek verdient een vastere plek op het concertpodium. Wie Haydn nog wegzet als beleefd en voorspelbaar, krijgt met deze opname het tegendeel voorgeschoteld.
Een pareltje om te koesteren, voor liefhebbers van Haydn, van klassieke pianosonates in het algemeen, en van pianisten die verder durven kijken dan het voor de hand liggende repertoire.