Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Marie Jacquot overtuigt in Keulen

W
· 4 min lezen
Deel dit artikel
Marie Jacquot overtuigt in Keulen
© Julia Wesely

Anderhalf jaar geleden zag ik Marie Jacquot verschillende keren aan het werk bij de Wiener Symphoniker. Ze wist me onmiddellijk te overtuigen. Toen ik vernam dat ze chef-dirigente werd van het WDR Sinfonieorchester en ontdekte dat Antwerpen en Keulen nu rechtstreeks per trein verbonden zijn, hoefde ik niet lang na te denken: ik repte me op zaterdag 17 oktober naar de Kölner Philharmonie. Het concert bevestigde mijn hoge verwachtingen.

Het verhaal laten spreken

Marie Jacquot bracht de ouverture uit Tannhäuser van Richard Wagner (1813–1883) in een vlot tempo, met een logische opbouw van de dramatische spanning. Ze stuurde de muziek niet met extreme vertragingen naar een kolossale climax. Bij Sergiu Celibidache duurde dezelfde ouverture ongeveer vijf minuten langer. Die ruimere tempi gaven de spanningsopbouw en de aanloop naar de climax een heel ander gewicht.

Jacquot liet Wagner vooral zijn verhaal vertellen. Dat bleek ruimschoots voldoende om de muziek meeslepend te maken. De hoorns en houtblazers traden vanaf het begin helder naar voren, het koper bouwde naar het hoogtepunt toe een indrukwekkende klank op en de vinnige strijkers hielden de muziek voortdurend in beweging. De orkestklank was krachtig, maar bleef steeds transparant.

Een altviool in al haar facetten

Met La nuit des chants van Thierry Escaich (°1965) belandde het concert in een heel andere klankwereld. Dit altvioolconcerto, geschreven voor Antoine Tamestit, is modern van taal, maar blijft toegankelijk. De rijkgeschakeerde orkestratie geeft het werk een voortdurend wisselend klankpalet. Escaich liet zich voor het werk vrij inspireren door een Navajo-ritueel waarin een lange reeks gezangen deel uitmaakt van een ceremonie van zuivering. Die inspiratie vertaalt hij niet letterlijk, maar hij verwerkt ze in een aaneenschakeling van contrasterende muzikale episodes, waarin de altviool telkens andere expressieve mogelijkheden laat horen.

Vanuit de diepe klanken van de strijkers leek de altviool bij de opening langzaam op te stijgen en geleidelijk haar eigen stem te vinden. Tamestit liet de verschillende facetten van het instrument horen, van lyrische, bijna zangrijke passages tot beweeglijk en ritmisch uitgesproken spel. Die veelzijdigheid kreeg extra reliëf in de wisselwerking met het orkest. Vooral de passages waarin altviool en harp, gedragen door de strijkers, met elkaar verweven raakten, waren intrigerend. Ook de ontmoetingen tussen altviool en slagwerk zorgden voor verrassende wendingen. Tamestit speelde met zichtbaar plezier.

Jacquot hield de verschillende klanklagen mooi in balans, zodat de solist hoorbaar bleef zonder de rijkdom van het orkest te verdringen. Het resultaat was een concerto dat ruim een halfuur lang boeide. Het publiek reageerde enthousiast en het applaus hield lang aan. Ik hoop dit werk binnenkort ook in België te horen.

Vaart en kleur

Na de pauze volgde de Derde symfonie van Camille Saint-Saëns (1835–1921), de Orgelsymfonie. Jacquot benaderde het werk met vaart en dynamiek. De muziek kreeg iets levendigs en beweeglijks: geen zwaar aangezette muzikale belijdenis, maar een spel van kleuren, ritmes en contrasten. Ze hield de vaart erin en gaf de verschillende muzikale lagen voldoende ruimte om tot hun recht te komen. Tegelijk klonk de uitvoering opmerkelijk transparant. Zelfs de zachte hoorninzetten in de finale, die in een volle orkestklank gemakkelijk verloren gaan, bleven hoorbaar. Ook de glissandi van de piano waren opvallend helder te horen.

Het orgel staat in de zaal links van het orkest en krijgt zo een heel eigen plaats in het klankbeeld. Vooral in het tweede deel viel op hoe fijnzinnig Iveta Apkalna het instrument liet klinken. De orgelklank versmolt er subtiel met die van het orkest. In de finale kreeg het orgel meer gewicht en glans. Door zijn aparte plaats in de zaal leek het orgel akoestisch soms commentaar te geven op wat het orkest speelde. Apkalna vermeed elke zweem van bravoure en liet de klank groeien zonder de muziek te overladen. In het samenspel tussen Jacquot en Apkalna behield de finale alle vaart, terwijl het orgel volop glans kreeg en de orkestrale details hoorbaar bleven.

Een dirigente om te blijven volgen

Jacquot dirigeerde met energie en precisie, maar verloor daarbij de details nergens uit het oog. Toen het applaus na afloop maar bleef aanhouden, ging Jacquot tussen haar orkestmusici staan. Het was een klein, veelzeggend gebaar na een concert waarin solisten, dirigent en orkest elkaar alle ruimte hadden gegeven.

Anderhalf jaar geleden maakte Marie Jacquot indruk op me. In Keulen werd duidelijk waarom. Ik reken haar tot de interessantste dirigenten van haar generatie: ze combineert energie en precisie met een fijn oor voor klankkleur en detail. Haar verdere ontwikkeling bij het WDR Sinfonieorchester volg ik met des te meer belangstelling.

 

https://www1.wdr.de/mediathek/audio/wdr3/wdr3-tonart/audio-unser-konzert-mit-marie-jacquot-saint-saens-orgelsinfonie-100.html

Details

Wie
WDR Sinfonieorchester o.l.v. Marie Jacquot met Antoine Tamestit, altviool, en Iveta Apkalna, orgel
Waar
Philharmonie, Köln
Wanneer gezien
17 oktober 2026
Links
Website
Foto credentials
Julia Wesely
Deel dit artikel
NL