Macht en waanzin in Usher van Annelies Van Parys

Annelies Van Parys’ kameropera Usher (2018) is een psychologische thriller die nazindert. Vanuit het onafgewerkte geesteskind van Claude Debussy is in samenwerking met scenariste Gaea Schoeters en regisseur Philippe Quesne een voorstelling ontstaan die focust op een psychologisch, sociaal machtsspel.

De productie werd voor de eerste keer op een Belgisch podium opgevoerd. Het is een gezamenlijk project van Opera Ballet Vlaanderen, Staatsoper Unter den Linden, Berlijn en Folkoperan, Stockholm, in samenwerking met Muziektheater Transparant en Nanterre-Amandiers centre dramatique national. De uitvoering, onder leiding van dirigente Marit Strindlund, groeit van onrust uit tot een scenario van waanzin. De toeschouwer wordt daardoor direct betrokken in de teloorgang van het geslacht Usher.

Rode draad van klankkleuren

Usher heeft een rijke voorgeschiedenis. Het is gebaseerd op het werk The Fall of the House of Usher van Edgar Allan Poe. De Franse componist Claude Debussy (1862-1918) heeft er inspiratie voor zijn onafgewerkte opera La Chute de la maison Usher (1908-1917) aan ontleend.
Het impressionisme van Debussy en het spectralisme van Annelies Van Parys (°1975) zijn ieder het unieke resultaat van de zoektocht van de componist naar een eigen kleurentaal in de muziek. Van Parys staat bekend om haar behandeling van de klank “an sich”. Hiermee creëert zij een klankenwereld gebaseerd op timbre en klankkleur. Debussy zocht in harmonie en orkestratie naar een eigen poëtische taal.

Beide componisten hebben voor zichzelf een klankexpressie ontwikkeld die op zoek gaat naar kleur en beleving. Het is dus niet vreemd dat juist Van Parys het verhaal van Debussy’s Usher zou vervolledigen met haar eigen muzikale taal. Het resultaat is een samengaan van tonen waar het soms moeilijk te vatten is waar Debussy begint, en Van Parys eindigt.

Machtsspel tussen waanzin en realiteit

In Usher vloeien de realiteit en het ongerijmde in elkaar over. De enscenering is surrealistische cinema die niet veraf staat van de stijl van de filmregisseur David Lynch (Twin Peaks). Een ruimte gevuld met tv-schermen die de brokkelende realiteit laten zien van het huis. Spierwitte muren waarop Lady Madeline (sopraan Alexandra Büchel) – de tweelingzus van Roderick Usher (bariton Ivan Thirion) – sereen bloedrode handen overschildert. Vanaf het begin is het duidelijk dat er iets niet in de haak is. Alles is wanorde in het huis Usher.

Een zeldzame stem van rede is L’ami (bariton Martin Gerke). Deze staat in schril contrast met de manipulatieve dokter (Le Médicin, gespeeld door tenor Daniel Arnaldos). De arts gebruikt de mentale toestand van Roderick en zijn zus als een pervers politiek-sociaal experiment. Wat er zich gedurende de opera ontsluiert is een afdaling in de krankzinnigheid, die als voorbode wordt bezongen door beide Ushers.

Klankkleuren en muzikale verrijzenissen

Muzikaal is de lijn tussen Van Parys en Debussy heel fijn. Naarmate het verhaal zich ontrafelt lijkt Debussy’s etherisch impressionisme verder weg te glijden. In de plaats daarvan ontstaan er zwevende, spectralistische klanksegmenten. Dezen zijn het sterkste hoorbaar bij de stijgende waanzin in Roderick die uitgelokt wordt door het plotse overlijden van zijn zuster – volgens de dokter het gevolg van het zwakzinnige huis Usher. Het resultaat is een klankenpalet waarin Debussy en Van Parys soms afwisselen, en dan weer in elkaar overvloeien.

Daarnaast zijn er enkele sprekende momentopnames: de lelies – het symbool van onschuld – in de handen van de overleden Lady Madeline, het onzichtbare geestenkoor, de gregoriaanse motieven als Roderick spreekt van de ondergrondse crypte, en de pervers klinkende pattersong als de dokter zijn politiek machtsspel onthult aan het publiek. Van Parys speelt met verscheidene motieven. Het meest opvallende tableau is Lady Madeline die als een krankzinnige Dido verrijst uit de dood. Hierbij citeert ze bijna letterlijk de slotwoorden uit Henry Purcells Dido’s Lament.

“Remember me, but ah! forget my fate” vat mooi samen over wat uiteindelijk overblijft van het gedoemde huis van Usher: een surrealistische, pijnlijke herinnering. Met deze opera creëert Annelie Van Parys een psychologische momentopname waarbij ze zowel Debussy als haar eigen muziekwereld tot zijn recht laat komen.


  • WAT: Annelies Van Parys: Usher (2018)
  • WIE: Opera Ballet Vlaanderen
  • WANNEER: vanaf 27 februari, livestream beschikbaar tot twee weken na de première
  • PRODUCTIE: Opera Ballet Vlaanderen (coproductie samen met Staatsoper Unter den Linden, Berlijn en Folkoperan, Stockholm) in samenwerking met Muziektheater Transparant en Nanterre-Amandiers centre dramatique national, gezien 27 februari 2021
  • FOTO’S: © Annemie Augustijns/ Opera Ballet Vlaanderen, © De Tijd

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: