Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

José van Dam I.M. – Zonder idealisme moet men geen zanger worden

José van Dam is ongetwijfeld een van de belangrijkste baritons van de laatste halve eeuw. Zijn carrière is lang, maar vooral indrukwekkend. Zijn repertoire reikt van Mozart over Verdi, Wagner, Beethoven, Berlioz en Debussy tot Olivier Messiaen. Van diens enige opera Saint-François d’Assise, zong José van Dam in 1983 de creatie in Parijs onder leiding van Seiji Ozawa met Christiane-Eda Pierre als de Engel.

In 2010 nam hij afscheid van de operascène, na een carrière die begon in Parijs en hem via Genève en de Deutsche Oper Berlin, zowat in de hele wereld bracht. De oorsprong van zijn zangtalent gaat terug tot het zingen in het kerkkoor in Brussel. Hij is geboren in Elsene, in een gezin zonder muziektraditie. Over zijn keuze zanger te worden, vertelde van Dam dan ook de boutade dat niet hij de keuze voor zijn beroep maakte, het beroep van zanger heeft hem gekozen.

Misschien ligt daar wel de kern van de overgave en de immense inleving van de zanger in elke partij die hij vertolkte. Hij bouwde bedachtzaam op, de raad van zijn leraar Frédéric Anspach indachtig: “ga langzaam”. Als hij als beginnend zanger Kothner zong in Die Meistersinger von Nürnberg, vertrouwde hij erop dat hij ooit wel tot Hans Sachs zou komen, een partij die hij inderdaad meesterlijk en met veel allure vertolkte, ook in Brussel (1993, 2000). Even iconisch is Golaud in Pelléas et Mélisande van Debussy, een partij die hij trouwens ook twee keer opnam in nog steeds referentie-opnames, een keer met Herbert von Karajan in 1978 met de Berliner Philharmoniker en een keer met Claudio Abbado in 1991 met de Wiener Philharmoniker. (trouwens twee opnames die van Dam zelf tot zijn beste rekende!). Een memorabele productie is uiteraard zijn vertolking van Don Quichotte van Massenet in de uitzonderlijke regie van Laurent Pelly in de Munt onder leiding van Marc Minkowski (2010). In het geheugen gegrift, is ongetwijfeld zijn Falstaff in de stijlvolle regie van Willy Decker met de elegante Alice Ford van de betreurde Susan Chilcott (1963-2003), onder leiding van Antonio Pappano.

Zijn baritonstem was niet alleen slank, maar vooral onverwisselbaar. Hij had een timbre dat je onmiddellijk herkent en daarbij had hij een natuurlijk talent om een personage tot leven te brengen. Hij beweerde zelf: “men moet een rol niet alleen zingen, maar ook beleven”. Dat vereist een uiterste concentratie, maar dan komt de uitstraling vanzelf. Hij wil geen intellectuele zanger zijn, maar bij hem staat humaniteit voorop, zo voelt hij zich goed bij personages als Amfortas, de Holländer of Hans Sachs, Figaro of Don Giovanni, Simon Boccanegra, Germont in La Traviata en Falstaff. “Op het podium moet je altijd beheersing houden, je bent als het ware in twee persoonlijkheden gesplitst: de ene zingt Golaud, de andere staat ernaast en waarschuwt: pas op, er komt een moeilijke passage”.

Het is uiteraard onbegonnen werk de grote artiesten op te sommen met wie van Dam heeft samengewerkt. Jean-Pierre Ponnelle (1932-1988) en Giorgio Strehler (1921-1997) behoorden tot zijn favoriete regisseurs. Later Willy Decker en Laurent Pelly. Als een visie van een regisseur hem niet zinde, aanvaardde hij de partij niet, wat bij voorbeeld het geval was met een Don Carlos van Peter Konwitschny. “Een regisseur mag een zanger niets opleggen, als hij voelt dat het hem stoort”, zegde van Dam me in een interview. “Een optreden is pas geslaagd als er een discussie mogelijk is.”

Ook in films is José van Dam te zien: de verfilming van Don Giovanni door Joseph Losey, en een eerder portretfilm van Gérard Corbiau, Le Maître de musique. Hij verleende ook zijn medewerking aan een film van André Delvaux, Babel Opéra, een soort hommage aan België.

Dat hij op een dag moest stoppen met zingen, maakte van Dam niet angstig. Met hart en ziel wijdde hij zich aan de opleiding van jonge zangers. Hij behoorde trouwens mee tot de initiatiefnemers van de discipline “Zang” bij de Koningin Elisabethwedstrijd en leidde de vocale opleiding aan de Kapel tot Stéphane Degout en Sophie Koch de fakkel overnamen in 2023.

Ondanks een prachtige en bewonderenswaardige carrière, bleef José van Dam een beminnelijk man, voornaam en tegelijk sympathiek in de omgang. Hij bouwde zijn carrière uit met “de voeten op de grond en het hoofd in de wolken”. Hij koos de partij van Don Quichotte (Massenet) als zijn afscheidspartij in de Muntschouwburg (mei 2010). Dat paste goed, vond hij: “Quichotte is een idealist en een dromer. Elke kunstenaar is naïef als hij probeert tweeduizend man in een zaal te betoveren. Zonder idealisme moet men geen zanger worden”.

Met het overlijden van José van Dam, verdwijnt alweer een man met klasse en cultuur uit de wereld.

Details:

Titel:

  • José van Dam I.M. - Zonder idealisme moet men geen zanger worden

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– advertentie –