Op 17 en 18 januari speelde het Symfonieorkest Vlaanderen in De Bijloke in Gent voor het eerst met Martijn Dendievel als chef-dirigent. Hij volgt de Estse dirigente Kristiina Poska op, die de laatste jaren het orkest sterk heeft doen evolueren.
Deze inauguratie van de nieuwe chef-dirigent vond in de pers heel wat weerklank. Dendievel is een Vlaamse cellist en dirigent die met zijn dertig jaar al heel wat internationale ervaring heeft. In 2021 won hij de prestigieuze Deutsche Dirigentenpreis en vorig jaar de Vlaamse Ultima cultuurprijs. Behalve bij het Symfonieorkest Vlaanderen is hij sinds vorig seizoen ook chef-dirigent van de Hofer Symphoniker van de Beierse stad Hof.
Droom
Onder de titel “Martijns droom” spelen ze de komende weken ook in Brugge en Antwerpen hetzelfde programma als op 17 januari in Gent. De titel verwijst naar de droom van de kleine Martijn om dirigent te worden en naar Tsjaikovski’s eerste symfonie, getiteld “winterdromen”. Tsjaikovski was zesentwintig toen hij zijn eerste symfonische strijd leverde. Nog niet de grote pathetiek van zijn latere symfonieën, maar je hoort al helemaal de meester en hoe knap en helder de structuur in elkaar zit.
Daarnaast stond ook het vioolconcert van Mendelssohn op het programma, met soliste Liya Petrova. Vooraf stond ook een korte symfonie van Luc Brewaeys op het programma, samen met muzikanten van het Spectra ensemble, specialisten in de spectrale stijl van Brewaeys. “Is dat muziek?”, hoorde ik tijdens de pauze een luisteraar opmerken. Hij zei wat velen zullen hebben gedacht, maar het programmeren van eigentijdse Vlaamse componisten is natuurlijk moedig en nodig, al was het maar om het publiek te laten gewennen.
Op zondag 18 januari speelden ze opnieuw de eerste van Tsjaikovski, voorafgegaan door de Hebriden-ouverture van Mendelssohn. Dit korte concert werd gepresenteerd als nieuwjaarsconcert van De Bijloke, ter vervanging van het jaarlijkse nieuwjaarsconcert van de stad Gent dat door besparingen werd geannuleerd.
Rasdirigent

Twaalf jaar geleden ontdekte Vlaanderen in een reportage van Ketnet al de vijf musicerende broers Dendievel. De oudste van de broers, de achttienjarige Martijn had toen al een uitnodiging om aan het Curtis Institute in Philadelphia verder te studeren als dirigent. “Cool”, klonk het bij zijn jongere broers, waarvan er vier intussen ook professioneel musicus zijn geworden. Bijzonder is wel dat Dendievel niet alleen veel internationale ervaring heeft, hij is ook opgegroeid in dit orkest. Als jonge knaap begon zelfs als vrijwilliger bij de garderobe, om zo gratis concerten te kunnen meebeleven.
Ikzelf ontdekte Dendievel in een opname van een masterclass met dirigent Ivan Fischer uit 2021. Vier uitverkoren jonge dirigenten kregen de kans om het Concertgebouw Amsterdam te dirigeren, één van de beste orkesten ter wereld. Het is vaak zo dat jonge ambitieuze dirigenten met hun jeugdig enthousiasme soms wat overdirigeren, te veel onnodige gestiek om het beoogde doel te bereiken, zo bleek uit de masterclass.
Niettemin is Martijn Dendievel een rasdirigent. Hij dirigeert heel energiek, je voelt hoe hij het orkest op sleeptouw neemt. Dat is ook voor het publiek aantrekkelijk om te zien. Zijn bewegingen verduidelijken de dynamiek en het elan van de motieven en muzikale zinnen, met zijn handen en armen kneedt hij de Hebriden-ouverture van Mendelssohn en Tsjaikovski’s eerste symfonie.
Wat fijn dat we tijdens een nieuwjaarsconcert iets anders te horen krijgen dan de obligate walsen en polka’s. “Ik ben een gelukkig mens”, sprak Dendievel achteraf het publiek toe. “Geen traditioneel nieuwjaarsconcert met walsen en polka’s, maar misschien hebben jullie de wals gehoord in het derde deel van Tsjaikovski’s symfonie. We spelen er nog eentje en blijven bij Tsjaikovski, de wals uit het Zwanenmeer”. Zo eindigde het concert toch nog met een zwierige wals alvorens te klinken op het nieuwe jaar met bubbels aangeboden door De Bijloke.
Jong en oud
Kinderen en jongeren zijn welkom op de open repetities, waarmee Dendievel de deuren voor een nieuw publiek wil openen. Leuk initiatief, maar in de zaal zit toch vooral een ouder publiek. Daar is niets mis mee. Ouderen blijven langer actief en worden in de toekomst belangrijker als cultuurconsumenten. Jongeren worden trouwens later ook ouderen, niet omgekeerd, en zullen dus in de toekomst de concertzalen blijven vullen. Is klassieke muziek niet een cultuurvorm die trouwens meer aansluit bij de beleving van ouderen en minder bij jongerencultuur?
De term klassiek mogen we letterlijk nemen wanneer we de plannen van Martijn Dendievel lezen. Na de Beethoven-cyclus onder Poska zal Dendievel zich in het komende jaar toeleggen op Schumann en Mendelssohn, symfonieën die zonder twijfel in de smaak vallen van het traditionele publiek. Daarnaast is er de focus op Slavische en Russische muziek van onder andere Tsjaikovski.



