Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

  • Het blijvende van het vluchtige

Het blijvende van het vluchtige

onze nieuwsbrief

Elke donderdag houden we je de hoogte van het laatste nieuws, wedstrijden en concert tips. Schrijf je dus snel in op d enieuwsbrief en mis niets van Klassiek Centraal.

 

Er zijn programma’s die zich lenen tot een simpele opsomming van werken, en er zijn programma’s die uitgaan van een idee. Dit is er zo een. Silvia Carlin heeft niet zomaar vier componisten samengebracht die “iets met miniaturen” deden, maar heeft gezocht naar de gemeenschappelijke noemer van het woord fugitif zelf: vluchtig, vergankelijk, tijdelijk. Dat had gemakkelijk een louter programmatisch concept kunnen blijven. Wie de cd beluistert, merkt echter dat het idee wel degelijk muzikaal wortel schiet. Dit is niet zomaar een verzameling korte stukken, maar een doordachte reflectie op wat een miniatuur eigenlijk is, en waarom componisten er in de negentiende en vroege twintigste eeuw zo vaak hun toevlucht toe namen: niet als een klein genre, maar als een geconcentreerde vorm waarin elke noot betekenis krijgt.

Het zwaartepunt

De Visions fugitives op. 22 vormen niet toevallig het hart van deze cd. Twintig stukjes, geschreven tussen 1915 en 1917, op het scharniermoment tussen het vroege, hoekige modernisme van Sergej Prokofjev (1891-1953) en zijn latere, meer ingetogen, introspectieve stijl. De titel verwijst naar verzen van de symbolistische dichter Konstantin Balmont, waarin de gedachte centraal staat dat geen enkele waarheid absoluut is en de mens zich moet tevredenstellen met vluchtige indrukken. Prokofjev presenteerde de twintig miniaturen nooit nadrukkelijk als een onlosmakelijke cyclus – tijdens recitals speelde hij meestal slechts een selectie. De volgorde waarin ze werden gepubliceerd verraadt niettemin een zorgvuldig opgebouwde dramaturgie.

Wat Carlins uitvoering bijzonder maakt, is dat ze die dramaturgie ernstig neemt. De eerste tien nummers laten nog ruimte voor luchtigheid. Nr. V (Molto giocoso), waarin iets van spelende kinderen doorklinkt, of nr. X (Ridicolosamente), een echte grap in noten, klinken bij haar precies zo geestig als de aanduiding belooft, zonder karikaturaal te worden. Vanaf de tweede helft van de cyclus verandert het muzikale landschap echter, en dat hoor je meteen. Nr. XII (Assai moderato) is in wezen een wals, maar dan een wals die haar dansbaarheid volledig lijkt te hebben verloren – het doet eerder denken aan de eindeloze, monotone tred van de lierdraaier uit Schuberts Winterreise dan aan een salon. Carlin speelt dit stuk met een merkbare terughoudendheid in tempo en dynamiek, alsof ze de wals bewust laat vastlopen.

De laatste drie miniaturen vormen het emotionele zwaartepunt van de cyclus, en Carlin behandelt ze ook zo. In nr. XVIII (Con una dolce lentezza) klinkt iets dat aan een dodendans doet denken: elegant, maar tegelijk onheilspellend. Nr. XIX (Presto agitatissimo e molto accentuato) krijgt bij haar een bijna fysieke urgentie. Sommigen hebben in deze muziek achteraf een echo willen horen van de revolutionaire onrust die Rusland weldra zou overspoelen; of Prokofjev dat zelf zo bedoeld heeft, blijft uiteraard de vraag. Carlin laat die spanning vooral uit de muziek zelf ontstaan, zonder dat haar aanslag ooit hard of onbeheerst wordt. Dan volgt nr. XX (Lento): een verstild, haast leeg landschap na de storm, rook en puin waar ooit iets stond. Carlin laat dit stuk uitdoven in plaats van het af te sluiten, en dat is precies de juiste keuze.

Intimiteit met een verrassing

De vier Pièces fugitives op. 15 van Clara Schumann (1819-1896), geschreven in 1840, kort na haar huwelijk met Robert, vormen een heel ander soort miniatuur: geen dagboekfragmenten, maar salonstukken die zich bewust onttrekken aan een voorspelbare vorm. De volgorde alleen al verrast: een intiem Larghetto, gevolgd door een geagiteerd Un poco agitato, daarna een Andante espressivo dat zweeft tussen nocturne en koraal, om ten slotte te eindigen met een Scherzo – een vorm die je eerder midden in een sonate zou verwachten dan als afsluiting van een cyclus.

Carlin benadrukt dat verrassingselement niet door grote effecten, maar door haar natuurlijke frasering. Ze speelt het Andante espressivo met een warme, haast vocale lijn die het iets aria-achtigs geeft, waarna het afsluitende Scherzo als een onverwachte lichtflits verschijnt. Tegelijk laat ze horen dat Clara Schumann veel meer was dan de begaafde echtgenote van Robert: achter de vertrouwde romantische taal schuilt een componiste met een opvallend eigen gevoel voor lyriek, timing en vormgevoel. Het zijn bovendien stuk voor stuk muzikaal intrigerende miniaturen die veel meer bekendheid verdienen. Carlin brengt ze met een vanzelfsprekende elegantie en laat horen hoe fris, oorspronkelijk en verrassend eigentijds deze muziek nog altijd klinkt.

Twee opvattingen van hetzelfde genre

Interessant aan dit programma is ook hoe het de term Pensées fugitives zelf toont als een negentiende-eeuws genrebegrip, waarbij twee componisten er totaal verschillend mee omgaan. De tegenwoordig nauwelijks nog gespeelde Samuil Maykapar (1867-1938) schreef twee reeksen, op. 11 (waarvan helaas niet alles bewaard bleef) en op. 23, en denkt uitgesproken cyclisch: het eerste stuk fungeert als proloog, het laatste als epiloog waarin eerder gehoord materiaal terugkeert en de hele reeks een gesloten vorm krijgt. Zo ontstaat het gevoel dat losse gedachten aan het einde toch weer samenkomen. Het zijn stuk voor stuk kleine pareltjes die op zichzelf deze cd al de moeite waard maken en die doen afvragen waarom Maykapars pianomuziek zo zelden op de lessenaars verschijnt. Carlin laat die onderlinge samenhang mooi tot haar recht komen, waardoor de miniaturen zich niet als losse invallen presenteren, maar als onderdelen van een zorgvuldig opgebouwde cyclus. Meer nog: ze gelooft hoorbaar in deze muziek. Zonder ze groter te maken dan ze zijn, geeft ze elke miniatuur een eigen glans, waardoor het ene juweeltje na het andere zich ontvouwt. Voor veel luisteraars zullen deze miniaturen ongetwijfeld een even verrassende ontdekking zijn.

Moritz Moszkowski (1854-1925) kiest vervolgens voor een heel andere benadering. Ook hij is vandaag enigszins naar de achtergrond verdwenen, al was hij rond de eeuwwisseling een van de populairste pianocomponisten van Europa. Zijn drie Pensées fugitives op. 66 vormen geen hechte cyclus, maar drie zelfstandige karakterstukken: het eerste opgejaagd en virtuoos, het tweede luchtig en speels, het derde – vooral in het middendeel – uitgesproken lyrisch. Waar Maykapar de luisteraar uitnodigt een groter geheel te ontdekken, toont Moszkowski hoe rijk en veelzijdig de miniatuur als zelfstandig genre kan zijn. Carlin maakt dat verschil overtuigend hoorbaar. Ze geeft elk stuk een uitgesproken eigen karakter, zonder de stilistische eenheid van het programma uit het oog te verliezen. Juist daarin schuilt een van de grote kwaliteiten van deze opname: vier componisten spreken elk een eigen muzikale taal, maar Carlin weet er één overtuigend verhaal van te maken.

De kunst van het kleine

Wat deze cd uiteindelijk zo intrigerend maakt, is niet alleen de intelligentie van het programma – en die is er, onmiskenbaar – maar vooral de kwaliteit van het pianospel. Carlin, opgeleid bij onder meer Filippo Gamba in Bazel en Alexandar Madžar in Hamburg, beschikt over een transparante aanslag zonder ooit droog te klinken, en over een fijn gevoel voor timing. Juist in zulke geconcentreerde miniaturen toont een pianist hoe veel karakter, spanning en poëzie in enkele minuten muziek kunnen schuilgaan. Miniaturen verdragen geen overdaad aan gebaar; ze leven of sterven bij de juiste verhouding tussen klank en stilte. Carlin forceert nergens, drukt niets door, en toch is er op geen enkel moment sprake van vlakheid. Integendeel: juist in de kleinste dynamische nuances openbaart zich het karakter van haar spel.

Dit is geen cd die je gedachteloos op de achtergrond laat meedraaien. Ze vraagt aandacht voor detail en beloont die aandacht ook. Wie Prokofjevs Visions fugitives al kent in grotere, extravertere interpretaties, ontdekt hier een introspectievere, haast literaire lezing. Wie Clara Schumann, Maykapar en Moszkowski nog niet of nauwelijks kent, krijgt tegelijk een uitstekende en zorgvuldig opgebouwde kennismaking met repertoire dat veel vaker te horen zou mogen zijn.

Zoals de miniaturen zelf geeft ook deze opname haar ware betekenis slechts geleidelijk prijs. Hoe vluchtiger deze muziek zich op het eerste gehoor aandient, hoe langer ze blijft nazinderen.

 

 

Deze CD is te koop via exitmusic. Klik op de knop hierboven om deze aan te kopen en de artiest te steunen. Soms plaatsen we affiliate links op Klassiek Centraal, door via deze links te kopen steunt u ook Klassiek Centraal zonder dat het u extra kost. Maar u steunt wel onze werking.

Details:

Uitgevoerde werken:

Sergei Prokofjev, Visions fugitives

Clara Schumann, Quatre pièces fugitives

Samuel Maykapar, Pensées fugitives Op. 11 & Op. 23

Moritz Moszkowski, Trois pensées fugitives

Label / Uitgever:

Referentie:

  • C01182

Barcode:

  • 746160920245

Lengte:

  • 67:35'

Datum opnames:

  • 15-17 november 2024

Opname locatie:

  • Steingraeber Chamber Music Hall, Bayreuth

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– Advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR