Notre site a été renouvelé, publie toi-même tes événements tu as repéré une erreur. Écris-nous!

Classique Central

Muziek die van het hart komt: The Knights en Martynas Levickis in Konzerthaus Berlin

Het concert van The Knights en Martynas Levickis op 14 april in het Konzerthaus te Berlijn behoort tot de meest uitzonderlijke muzikale ervaringen die ik heb meegemaakt: een avond die van begin tot einde volkomen “af” was – coherent, ademend en vanzelfsprekend in haar grootsheid.

Wat op papier een veelzijdig programma leek, ontvouwde zich in de zaal als één doorlopende beweging waarin alles zich organisch ontwikkelde. Onder leiding van Eric Jacobsen vloeiden stijlen, kleuren en tempi in elkaar over tot een natuurlijke stroom.

Vanaf de eerste maten viel de uitzonderlijke samenhang van het ensemble op en de vanzelfsprekendheid waarmee het zich door uiteenlopende muzikale werelden bewoog. Het spelplezier was een constante onderstroom die de avond zijn energie gaf.

Verfijnde opening en een wereld in beweging

De opening met Entr’acte van Caroline Shaw (°1982) bracht meteen een klankwereld tot stand waarin beweging en verstilling voortdurend in elkaar overvloeiden. Opvallend was de fijnzinnigheid waarmee detail en lijn samenvielen: het strijkorkest ontvouwde zich met een natuurlijke adem, waarin rijke texturen, pizzicato en lyrische lijnen zich tot één organisch geheel verbonden dat zich voortdurend ontwikkelde zonder zijn richting te verliezen.

Het slotmoment, waarin de celliste zich van het ensemble afwendde en de laatste noten rechtstreeks naar het publiek richtte, gaf de verstilling een bijzondere intensiteit. De daaropvolgende korte toespraak van de dirigent, waarin hij sprak over het tonen van “een ander Amerika”, kreeg in dat licht een haast symbolische lading, als een reflectie op een programma waarin verschillende muzikale werelden zich niet tegenover elkaar plaatsten, maar zich in een vanzelfsprekende dialoog tot elkaar verhielden.

Energie, vrijheid en een nieuw klankdenken

Met Rhapsody in Blue van George Gershwin (1898-1937) in Levickis’ bewerking verschoof het perspectief naar een klankwereld van energie, ritme en directe, bijna fysieke expressie, waarin het werk zich in een nieuw licht ontvouwde zonder iets van zijn iconische karakter te verliezen.

Wat Levickis hier liet horen, bevestigde hem onmiskenbaar als een uitzonderlijk toptalent: een musicus die zijn instrument niet alleen beheerst, maar het volledig herdenkt als expressief medium. De accordeon werd hier geen alternatief voor de piano, maar een vanzelfsprekende en zelfs revelerende drager van het werk – rijker in kleur, directer in zeggingskracht en opvallend veelzijdig in karakter, waardoor de verschillende stemmingen van de partituur met een zeldzame helderheid nog beter naar voren kwamen.

The Knights beantwoordde dat alles met eenzelfde intensiteit van luisteren en reageren, waardoor een zeldzame vorm van samenspel ontstond waarin orkest en solist zich manifesteerden als één lichaam, één adem en één gedeelde muzikale intentie.

De eerste toegift, ingeleid door Levickis, bracht een verfijnde en speelse bewerking van de derde beweging uit het tweede pianoconcert “Tirol” van Philip Glass’ (°1937), waarin opnieuw die vanzelfsprekende muzikaliteit en organische samenhang tot uiting kwamen.

Transparantie als poëtische ruimte

Appalachian Spring van Aaron Copland (1900-1990) werd een moment van pure ontroering en verstilling. De muziek groeide uit tot een breed uitgesponnen landschap van lange, ademende strijkerslijnen en fijnzinnig gekleurde houtblazers, dat zich stap voor stap ontvouwde tot een ruimte van licht, beweging en innerlijke helderheid. Met gesloten ogen ontstond moeiteloos de indruk naar een volwaardig symfonisch orkest te luisteren: zo rijk was de klank, zo gelaagd de textuur en zo overtuigend de draagkracht van elke individuele stem binnen het geheel.

The Knights bereikte hier een zeldzame vorm van collectieve eenheid waarin transparantie en volheid niet naast elkaar bestonden, maar samenvielen tot één ademende klankwereld van vanzelfsprekende schoonheid en innerlijke logica – een uitvoering die zich met grote vanzelfsprekendheid in het geheugen nestelt, en waarvan men zich zonder moeite kan voorstellen dat Copland zelf met een brede glimlach zou hebben meegeleefd.

Intieme vertelling en resonantie van traditie

Het eigen werk naar Litouwse volksliederen van Martynas Levickis (°1990) vormde het culminatiepunt van de avond, een muzikale stroom die zich ontvouwde met een schijnbaar onuitputtelijke melodische rijkdom die de luisteraar onophoudelijk vooruit trok: elke frase vloeide voort uit de vorige, waardoor een spanningsboog ontstond die geen moment verslapte en je letterlijk op het puntje van je stoel hield.

De melancholische ondertoon, verwant aan het repetitieve idioom van Philip Glass, kreeg een eigen gestalte door de organische verweving van Litouwse volksinvloeden, waardoor een rijk en gelaagd klankuniversum ontstond.

Momenten waarin blazers enkel lucht door hun instrument lieten stromen, gaven de muziek een bijna immateriële dimensie, terwijl de accordeon zich ontplooide van fluistering tot volle resonantie. The Knights volgde dit met een uitzonderlijke eenheid van intentie, waardoor orkest en solist samenvielen tot één lichaam en één ziel.

Daarop volgden nog twee bisnummers. Levickis trad eerst alleen naar voren en liet in een tangoachtige evocatie de tijd even stilvallen, een moment van ingetogen intensiteit. Aansluitend bracht The Knights een warm doorleefde bewerking van de folksong I’ll Fly Away, waarin de vocale kleuren binnen het ensemble – subtiel en ongeforceerd – een extra laag van expressie toevoegden en de avond op natuurlijke wijze lieten uitwaaieren.

Een avond die volledig “af” was

Wat deze avond met The Knights en Martynas Levickis zo uitzonderlijk maakte, was de vanzelfsprekendheid waarmee alles samenviel tot één doorlopende muzikale ervaring, een levende totaliteit waarin elk detail zijn plaats vond. Onder leiding van Eric Jacobsen ontvouwde zich een muzikale adem waarin alles samenvloeide tot een ervaring van zeldzame intensiteit.

Denn es muss von Herzen gehen,
Was auf Herzen wirken soll.
(Johann Wolfgang von Goethe, Faust II)

Hier klonk muziek die uit het hart opsteeg en rechtstreeks haar weg vond naar het hart van de luisteraar – een ervaring die zich vastzet als iets uitzonderlijks: volledig, vanzelfsprekend en in elke vezel van de ervaring onmiskenbaar af.

Détails :

Titre :

  • Muziek die van het hart komt: The Knights en Martynas Levickis in Konzerthaus Berlin

Qui :

  • The Knights o.l.v. Eric Jacobsen met Martynas Levickis, accordeon

Où :

  • Konzerthaus, Berlijn

Quand :

  • 14 april 2026

Crédits photos :

  • Shervin Lainez, Stephan Zwickirsch
nlNLdeDEenENfrFR