De Barenboim-Said Akademie in Berlijn is veel meer dan een klassieke muziekopleiding: het is een intellectueel en artistiek project dat inzet op dialoog, kritisch denken en culturele uitwisseling. Opgericht door dirigent Daniel Barenboim en literatuurwetenschapper Edward Said, brengt de academie jonge musici uit het Midden-Oosten en daarbuiten samen, met als doel hen niet alleen muzikaal, maar ook maatschappelijk te vormen. Binnen dit kader nemen de zogeheten Akademiekonzerte een bijzondere plaats in.
Wie een dergelijk concert bijwoont, doet dat met een open geest: het programma en de uitvoerders blijven tot op het laatste moment een verrassing. De kwaliteit staat echter buiten kijf. Op dinsdag 14 april viel in de Pierre Boulez Saal opnieuw een programma te beleven dat die reputatie bevestigde.
Dansende schaduwen en weerbarstige klanken
De aftrap werd gegeven met Raqs van de jonge Turkse componist Arda Bayram (°2001), die studeert bij Jörg Widmann aan de academie. Bayram toont zich hier als een componist die oosterse invloeden en hedendaagse compositietechnieken organisch weet te versmelten en leverde met Raqs een werk af dat zowel fysiek als auditief prikkelt. Violist Alpay Jan Inkilap en pianiste Eda Sevenis brachten het stuk met overtuiging en flair: fluisteren, fluiten, stampen en zelfs het bewerken van de pianosnaren zorgden voor een klankpalet dat voortdurend in beweging was. De titel – verwijzend naar oriëntaalse dans – werd tastbaar in de manier waarop de musici elkaar aantrokken en afstootten, als partners in een onvoorspelbaar choreografisch spel. Het publiek, opvallend gemengd in leeftijd, volgde geboeid en reageerde enthousiast op dit intrigerende en toegankelijke hedendaagse werk. Bayram lijkt alvast een componist om in het oog te houden.
Waar tijd vertraagt en de ziel spreekt
Na deze eigentijdse opening volgde een sprong naar het kernrepertoire met het Klaviertrio in Es groot D929 van Franz Schubert (1797-1828), een van zijn meest symfonisch opgevatte kamermuziekwerken. Violiste Paula Mejia Espana, cellist Izak Nuri en pianiste Eda Sevenis benaderden het met een opvallende stilistische helderheid en een sterk gevoel voor structuur.
Het eerste deel (Allegro) werd breed en gedragen opgebouwd, met veel aandacht voor de lange spanningsbogen die zo kenmerkend zijn voor Schuberts late stijl. De balans tussen piano en strijkers zat goed, waardoor de thematische ontwikkeling transparant bleef en de dramatische contrasten natuurlijk konden ademen.
In het tweede deel (Andante con moto) kwam het ensemble tot zijn meest indringende spel. Het bekende, bijna processieachtige thema werd sober en trefzeker neergezet, zonder overdrijving, maar met een constante innerlijke spanning. De afwisseling tussen verstilling en eruptie werd zorgvuldig gedoseerd, wat deze beweging haar beklijvende karakter gaf.
Het scherzo (Allegro moderato) bracht vervolgens een welkome lichtheid, met een soepele articulatie en een levendige dialoog tussen de instrumenten. Hier toonden de musici hun flexibiliteit: speels waar nodig, maar steeds met een onderliggende precisie die het geheel samenhield.
In de finale (Allegro moderato) werd de cyclus overtuigend afgerond. De dansante energie en het ritmische elan kwamen goed tot hun recht, zonder dat de structurele samenhang verloren ging. Het trio wist de verschillende sferen – van lyrisch tot urgent – mooi te integreren in een coherent geheel.
Opvallend was vooral de maturiteit van het samenspel. Het klonk niet als een studentenensemble, maar als een groep musici die Schuberts taal volledig beheerst.
Overtuigend
Dit Akademiekonzert bevestigde niet alleen de unieke positie van de Barenboim-Said Akademie; het maakte die ook tastbaar en hoorbaar in elke noot. Wat hier op het podium gebeurde, was geen belofte voor de toekomst, maar pure muzikale overtuigingskracht in het heden. Zelden hoor je jonge musici met zoveel zeggingskracht, verbeelding en onderlinge chemie spelen. Dit was geen academische oefening, maar een concert dat van begin tot einde intens prikkelde, en dat op het hoogste niveau.




