Aller au contenu
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Critiques

Een Guarneri op zoek naar een verhaal

W
· 5 min de lecture
Partager cet article
Een Guarneri op zoek naar een verhaal

Sommige cd-projecten vertrekken vanuit een componist of repertoire, Stranger Sainton van violist Dmitry Smirnov vanuit een viool: de Guarneri del Gesù uit circa 1744 die bekendstaat als de ‘Sainton Betti’. Het instrument werd ooit bespeeld door de Franse violist Prosper Sainton (1813–1890) en bevindt zich vandaag in een Zwitserse privécollectie. Voor deze opname werd het aan Smirnov ter beschikking gesteld.

De titel verwijst zowel naar het instrument als naar de grotendeels vergeten violist. Sainton studeerde in Parijs bij François-Antoine Habeneck, behaalde er in 1834 zijn eerste prijs en bouwde vanaf het midden van de negentiende eeuw een carrière uit in Frankrijk en Engeland. Het album brengt zijn muziek opnieuw samen met het instrument dat zijn naam draagt.

Een vergeten naam

Smirnov kiest niet voor een programma dat Saintons eigen muziek volledig reconstrueert. Naast twee werken van de violist – de korte Rêverie en het Thème italien varié op. 10 – klinken Paganini, Berlioz, Strauss en Rossini. Het repertoire situeert zich daarmee grotendeels in de muzikale omgeving waarin Sainton als uitvoerder en tijdgenoot functioneerde. Zijn Thème italien varié vormt een interessante kennismaking. Sainton toont zich hier als een bekwame componist voor de viool, vertrouwd met de virtuoze mogelijkheden van het instrument, maar de muziek overtuigt vooral als tijdsdocument.

De korte Rêverie waarmee de cd opent, zet een intieme toon, waarna de Guarneri volop kan schitteren in het Thème italien varié. Smirnov speelt trefzeker en soepel, maar laat de technische mogelijkheden van de viool nooit het muzikale verhaal overheersen. De variaties krijgen voldoende karakter en contrast om de compositie meer te maken dan een louter curiosum. Het Kammerorchester Basel begeleidt vol vuur en krijgt in de orkestrale passages ook ruimte om een eigen toets te leggen. Wanneer Smirnov opnieuw naar voren treedt, schakelt het orkest soepel terug naar een elegante begeleiding.

Zonder circus

Na Saintons eigen muziek volgt met I palpiti van Niccolò Paganini (1782–1840) een uitgesproken virtuoos werk. De variaties op een thema uit Rossini's Tancredi zijn bij uitstek geschikt om de kwaliteiten van een historische viool te etaleren, maar Smirnov vermijdt een benadering waarin snelheid en bravoure het hele verhaal bepalen. Zijn spel heeft naast souplesse ook een zekere scherpte. De Guarneri klinkt niet voortdurend rond en gepolijst; vooral in de lagere registers heeft de viool een donkere kern, terwijl de hogere ligging helder en soms bijna fel kan worden.

Smirnov zoekt naar de retoriek achter de noten: de afwisseling tussen spanning en ontspanning, tussen zang en bravoure. Aan het slot geeft hij het werk bovendien een eigenzinnig, haast modern accent. Het Kammerorchester Basel volgt hem alert. Victor Jacob houdt de begeleiding licht en beweeglijk, zodat de soloviool niet tegen een massief orkestgeluid hoeft op te boksen.

De viool als menselijke stem

Het meest overtuigend komt het bijzondere karakter van het instrument naar voren in Rêverie et caprice van Hector Berlioz (1803–1869). Voor mij was dit een volledig onbekend werk en meteen een van de ontdekkingen van deze cd. De muziek vraagt om een meer lyrische benadering en laat de klank van de Guarneri in al zijn schakeringen horen. De combinatie van glans en kwetsbaarheid krijgt hier meer betekenis dan in de uitgesproken virtuoze werken. Smirnov zoekt niet voortdurend de uiterste draagkracht van de viool op, maar laat ook de kleinere dynamische nuances spreken. Daardoor krijgt het instrument iets menselijks: niet alleen een schitterende buitenkant, maar ook een meer kwetsbare binnenkant.

Berlioz plaatst Sainton bovendien opnieuw in de Parijse muziekwereld waarin hij zijn opleiding kreeg en een belangrijk deel van zijn loopbaan uitbouwde. Rêverie et caprice is daardoor meer dan alleen een aantrekkelijk werk voor deze opname: het geeft het historische kader van het project extra reliëf.

Het orkest krijgt de hoofdrol

De verrassendste keuze – en wat mij betreft ook de grootste stijlbreuk – is Der Bürger als Edelmann, in de orkestsuite op. 60, van Richard Strauss (1864–1949). Hier verschuift de aandacht langdurig van de soloviool naar het orkest. Harp, piano, trompet, houtblazers, cello, altviolen en slagwerk krijgen allemaal momenten waarop ze zich kunnen profileren.

Muzikaal is Der Bürger als Edelmann een sterk uitgevoerd onderdeel van de cd. Het Kammerorchester Basel speelt met precisie, souplesse en een scherp oor voor de vele instrumentale kleuren en onderlinge dialogen. Strauss’ ironie en licht groteske karaktertekening krijgen alle ruimte, terwijl de ensembleklank een opvallend kamermuzikaal karakter behoudt. Toch wringt de keuze binnen het concept van de cd. De bijna dertig minuten durende suite haalt de Guarneri del Gesù langdurig uit het centrum.

Waar de viool bij Sainton, Paganini en Berlioz telkens een ander gezicht laat zien, neemt hier het orkest volledig over. Dat het Kammerorchester Basel ook als producent bij het project betrokken was, verklaart de aanwezigheid van de suite vanuit de ontstaansgeschiedenis van de cd, maar inhoudelijk blijft ze moeilijk te plaatsen. Binnen een album dat vertrekt vanuit één bijzondere viool en de geschiedenis van haar vroegere eigenaar, voelt deze lange orkestrale onderbreking uiteindelijk als een omweg.

Quid?

Op Strauss volgt een rustpunt met het Andante con variazioni van Gioachino Rossini (1792–1868) op een thema uit Tancredi, voor viool en harp. Het contrast met het voorafgaande orkestrale spektakel is groot. Alleen Smirnov en harpiste Magdalena Hoffmann blijven over, waardoor de cd opnieuw naar een intiemer formaat terugkeert. Smirnov en Hoffmann houden de afsluiting licht en transparant.

Na de breed uitgesponnen Strauss-suite voelt dit kleine slot bijna als een terugkeer naar de essentie van het project: de Guarneri en haar klank, nu zonder orkest eromheen. Tegelijk komt dit te laat: na Strauss lijkt de cd eigenlijk al tot een natuurlijk einde te zijn gekomen. Het interessantste aan Stranger Sainton had de viool zelf moeten zijn, maar de cd doet te weinig met het verhaal dat rond dit bijzondere instrument wordt opgebouwd.

CD chroniqué

Stranger Sainton

Dmitry Smirnov, viool – Kammerorchester Basel – Victor Jacob, dirigent

Label
Fuga Libera · FUG 874
Date de sortie
4 septembre 2026
Écouter Spotify Apple Music
Fiche complète →

Liste des pistes

  1. 1 Rêverie pour violon seul (From the Letter to Joseph Bennett, 1831-1911)
  2. 2 Thème italien varié für Violine und Orchester, Op. 10
  3. 3 I palpiti Variationen für Violine und Orchester
  4. 4 Rêverie et caprice, Romance pour le violon, H 88
  5. 5 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: I. Ouvertüre zum 1. Aufzug
  6. 6 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: II. Menuett
  7. 7 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: III. Der Fechtmeister
  8. 8 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: IV. Auftritt und Tanz der Schneider
  9. 9 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: V. Das Menuett des Lully
  10. 10 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: VI. Courante
  11. 11 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: VII. Auftritt des Cléonte
  12. 12 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: VIII. Vorspiel zum 2. Aufzug. Intermezzo
  13. 13 Der Bürger als Edelmann Suite, TrV 228c: IX. Das Diner. Tafelmusik und Tanz des Küchenjungen
  14. 14 Andante con variazioni (sur un thème de Tancrède) für Violine und Harfe
Partager cet article
FR