“’t Is weer voorbij die mooie zomer”, zong Gerard Cox. Sopraan Lissa Meyvis en instrumentalisten Lester Van Loock en Valérie Burndorfer lieten zich door het heerlijke nazomertje inspireren en bouwden deze eerste editie van het seizoen rond de seizoenen en bijhorende sferen. Het trouwe publiek was gelukkig weer ondergedompeld te worden in de wereld van belcanto & belle musica. Het is telkens als thuiskomen. Uit de overweldigende mooie stroom van muziek kozen deze muzikale avonturiers in een beeldrijk weefsel van aria’s, liedjes en instrumentale muziek. Een playlist, met als gaste dwarsfluitiste Valérie Burndorfer, die bekend staat als een van de meest veelbelovende jonge dwarsfluitisten van Europa.
Deze artiesten willen niet alleen schitteren op grote podia, maar genieten ook van de kleinschaligheid, het intieme en directe contact met het publiek. Gastvrouw Lissa Meyvis weet het publiek telkens compleet voor zich in te winnen door haar ongekunstelde charme en veelzijdigheid. Het gekozen werk is breed, aantrekkelijk, adembenemend en virtuoos. Verfijnd genoeg om een publiek van klassieke muziekliefhebbers aan te spreken en benaderbaar genoeg om mensen aan te spreken die nog nooit naar een concert zijn geweest. Ze doen een gouden greep uit het specifieke repertoire voor piano en dwarsfluit en zijn die composities er niet dan worden partijen voor viool, cello of een ander instrument van een aangepast arrangement voorzien. Er is aardig wat voorbereiding in gestoken. Passie en engagement spatten van elke noot
Als openingsnummer Das Veilchen van W.A.Mozart. Een van de gekendste en meest geliefde liederen van Mozart op een tekst van Goethe met een pastorale inslag. Er is een sfeervolle intro van dwarsfluit en piano en dan duikt Lissa Meyvis meteen, één en al expressiviteit, in het melancholische verhaal van een viooltje dat door een herderinnetje geplukt wil worden, maar ze vertrapt het bloempje per ongeluk. Lissa weet van de eerste noot het narratief karakter van de tekst met lijf en mimiek te beleven.
Haar crush met het repertoire van Toon Hermans steekt ze niet onder stoelen of banken. Helemaal passend in het gegeven brengt ze Aah, qu’il est beau le soleil. Het sprankelende liedje is een typisch voorbeeld van de levensfilosofie van Toon Hermans, het vieren van de kleine, simpele dingen van het leven. Het gelukzalig gevoel dat opborrelt wanneer na de winter de zon weer door het grijze wolkendek breekt.
Het programma werd instrumentaal opgebouwd rond de dwarsfluit en piano. Une flute invisibele is een Frans kunstlied gebaseerd op een tekst van Victor Hugo en gecomponeerd door Camille Saint-Saëns. Expliciet geschreven voor sopraan, dwarsfluit en piano. Saint-Saëns weet de sfeer van de onzichtbare fluit op meesterlijke wijze te verklanken.
Gevolgd door La flûte enchantée van Maurice Ravel uit het tweede deel van Shéhérazade (1903). Het roept Oosterse en Arabische sferen op waartoe de klank van de dwarsfluit zich perfect leent. Valérie Burndorfer kan hier haar vakmanschap met technisch raffinement etaleren, indrukwekkend, een klein meesterwerkje dat sfeer, exotisme en ingehouden verlangen combineert.
Een Franse klassieker uit het lichtere genre, een evergreen La Mer Van Charles Trenet. Lissa Meyvis brengt nooit een steriele uitvoering maar telkens met inleving. Lester Van Loock kruipt niet enkel in een begeleidende rol maar is een volwaardige tegenstem.
Weer een sfeerwisseling met een van de oudste traditionele Engelse volksliederen ter wereld Greensleeves, Het lied is waarschijnlijk uit de late 16de eeuw. Een melancholische melodie en romantische tekst.
Als afsluiter van het eerst deel speelt Valérie Burndorfer de Undine Sonate van Carl Reinecke, een van haar lievelingscomposities verklapt ze, een meesterwerk voor fluit en piano uit de laat-romantische periode. De instrumenten vertellen het tragische verhaal van de waternimf Undine. De fluit doet bij wijlen denken aan kabbelend en stromend water, terwijl de piano de dramatische actie verklankt. Een werk vol sfeerwisselingen van geluk, over dreiging, passie en wanhoop. Een exemplarisch voorbeeld hoe een componist de klanken en noten zoekt, de dichter woorden en de zangeres en instrumentalisten er gevoel in leggen.
Na de pauze brengt Lissa de prachtige en indrukwekkende sopraansolo Rejoice greatly uit de Messiah van G.F. Händel. De componist reikt in ziojn vocaal werk naar het goddelijke. Een jubelend lied waar je instant blij van wordt. Ze zet niet alleen een hoogwaardige interpretatie neer maar ook duizelingwekkende hoge noten. Muziek die niemand onberoerd laat. Messiah een imposante en diepmenselijke compositiel
Een tip: op 12 december om 20.15u zingt ze de Highlights of the Messiah in de Sint-Elisabethkerk in Kortrijk samen met het Crescendo koor Rollegem.
Aansluitend de aria Frère voyer uit Werther van Jules Massenet. De viool en hobopartijen zijn gestranscribeerd naar dwarsfluit. Knap werk.
Er werd ook plaats ingeruimd voor vrouwelijke componisten te beginnen met de zeer succesvolle Franse componiste en pianiste Cecile Chaminade. Het trio brengt Portrait valse chantee for soprano, flute, piano waaruit haar technisch meesterschap spreekt. Het geheel is elegant en lichtvoetig.
Lester Van Loock trekt even alle aandacht naar zich toe. Hij speelt Adagio een werkstuk van Joseph Hector Fiocco in de pianobewerking van Emmanuel Durlet. Een belangrijk werk binnen het Belgische en Vlaamse klassieke muziek erfgoed. Het brengt de 18de--eeuwse barokmuziek en de 20ste-eeuwse pianotraditie samen. Lester kiest voor ingetogenheid achter het klavier en boetseert het naar eigen aanvoelen: sfeervol en heeft er geen schrik van om ook de stilte tussen de noten te laten spreken.
Er volgt nog een compositie van Cecile Chamenade: Chanson de neige. Een prachtig gevoelvol kunstlied. De verteller zoekt troost in de winterse natuur, maar vindt er alleen maar kilheid en leegte.
Van Lili Boulanger, de baanbrekende Franse componiste en muzikaal wonderkind dat ondanks haar tragische korte leven, ze werd amper 24 jaar, een onuitwisbare indruk achterliet op de klassieke muziek wordt D'un matin du printemps ten gehore gebracht. In de pianopartituur zijn duidelijk nieuwe tendensen te horen, beïnvloed door het impressionisme. Ook de universele levensdrang, de opborrelende levenssappen van de natuur zijn waarneembaar in de compositie.
Dan komt de zomer aan bod met het prachtige Summertime uit Porgy and Bess van G. Gershwin. Lissa Meyvis brengt een ongewone interpretatie, met een strakke beheersing maar zo doorvoeld dat het onder je vel kruipt en ontroert.
Als laatste seizoen de herfst met Autumn leaves van Josef Kosma. Oorspronkelijk een Frans nummer ‘Les feuilles morte’ geschreven door de dichter en scenarioschrijver Jacques Prévert. Tegenwoordig staat het vooral bekend als jazzstandard. Ook in die regionen staat Lester Van Loock zijn mannetje.
Afgerond wordt met Le Rossignol van Leo Delibes. Oorspronkelijk geschreven voor zang en piano is het tegenwoordig bijzonder in als trio voor sopraan, fluit en piano.Het wordt een batlle tussen de drie performers met ragfijne solo’s in een duivelse dynamiek met tonenslingers als guirlandes. Heerlijk.
Deze eerste editie van het seizoen belcanto & belle musica wist andermaal het publiek te begeesteren. Muziek als een tonicum die een glimlach, zelfs een lach wist af te dwingen en ook een traantje. Een matinee met caleidoscopische emoties. Er volgde nog een knap toemaatje: Il est cinq heures, Paris s’éveille van wijlen Jacques Dutronc met alweer de prachtige klank van de dwarsfluit. Aangestoken door hun jeugdige vuur en vakmanschap liet het publiek zich gaan in een waarderend en langdurig applau