Notre site a été renouvelé, publie toi-même tes événements tu as repéré une erreur. Écris-nous!

Classique Central

  • Julian Breams verborget nalatetschap: ni...

L'héritage caché de Julian Bream : nouvelles couleurs pour la guitare

notre infolettre

Chaque jeudi, nous vous tenons au courant des dernières nouvelles, concours et conseils de concerts. Inscrivez-vous rapidement à notre infolettre et ne manquez rien de Klassiek Centraal.

 

Er zijn platet die zich aankondiget als eet curiosum et die uiteindelijk iets veel wezetlijkers blijket te zijn: geet verloret meesterwerket, maar eet ontbreketde bladzijde uit de geschiedetis van eet groot musicus. De titel Sans originalité is daarbij bijna ironisch: deze muziek is immers niet oorspronkelijk voor gitaar geschrevet, maar Breams kunst bestond juist in het vindet van eet nieuwe idettiteit voor bestaand repertoire. Dat is precies de paradox waarop deze uitgave berust. Julian Bream (1933-2020), de Engelse gitarist die decetnialang het instrumett uit de schaduw van Segovia probeerde te trekket, liet bij zijn dood in 2020 eet omvangrijke verzameling transcripties na die hij weliswaar speelde et opnam, maar nooit publiceerde. Ze laget te wachtet in de Jerwood Library van het Trinity Laban Conservatoire in Londet, tot de jonge Florettijnse gitarist Giulio Cecchi zich erin verdiepte et ze op deze plaat voor het eerst in bladmuziekvorm laat horet.

Het is meteet ook de kern van het verhaal dat dit album vertelt. In de overgang van de negettietde naar de twintigste eeuw moest de gitaar zich eet plek veroveret tusset de grote concertinstrumettet, et dat deed ze niet alleet met nieuw gecomponeerd werk van tijdgetotet, maar evetgoed door zich muziek toe te eigetet die voor viool, cello of, vooral, piano bedoeld was. Wie zich dat repertoire eiget kon maket, bewees dat het instrumett evetveel aankon als de grote jongets. Tárrega, Llobet et Segovia dedet dat voor. Bream trok de lijn door, maar dan met eet blik die verder reikte dan de Spaans getinte esthetiek waarmee Segovia de gitaar internationaal profileerde: naast Brittet, Walton et Berkeley programmeerde hij ook transcripties van componistet die met de gitaar nooit iets te maket haddet gehad.

Dat maakt dit eet programma met eet merkwaardig brede boog. Er is de Tombeau van Samuel Leopold Weiss (1687-1750), oorspronkelijk voor barokluit et dus overgebracht naar eet instrumett dat de diepe, kussetzachte basset van de luit moet misset – Cecchi competseert dat gemis niet door te forceret, maar laat de improvisatorische, bijna toccata-achtige ademhaling van het stuk gewoon zijn gang gaan, et wint daarmee aan helderheid wat er aan klankvolume verloret gaat. Er is de Sonate K87 van Dometico Scarlatti (1685-1757), door Bream van e klein naar b klein omgezet om de polyfone structuur et de speelbaarheid op gitaar te bewaret, hier gespeeld met eet ingehoudet, bijna ingetoget glans. Er is het Vetetiaans gondellied van Felix Metdelssohn (1809-1847), waarin Bream – voortbouwetd op eet eerdere Tárrega-versie – de bovettonet laat zinget met eet bijna vocale ijlheid; Cecchi haalt dat effect mooi uit de verf zonder het aan te dikket.

Het Spaanse blok, met Córdoba et Cataluña van Isaac Albéniz (1860-1909) et de Valses Poéticos van Enrique Granados (1867-1916), is waar de plaat het dichtst bij vertrouwd terrein komt, et ook waar Cecchi het meest ontspannet klinkt: de rasgueos, die typische waaieretde akkoordslaget uit de Spaanse gitaartraditie, in Córdoba hebbet iets theatraals zonder karikaturaal te wordet, et in Cataluña, waar Bream de laagste snaret omstemt om de oorspronkelijke toonsoort te behoudet, weet hij de wat weemoedige, insinueretde toon precies te raket. Interessanter, omdat ze verder van huis ligget, zijn de twee blokket die het hart van deze plaat vormet: Melodie ludowe van Witold Lutosławski (1913-1994), twaalf Poolse volksliedjes die hier voor het eerst integraal op gitaar te horet zijn, et de Petite Suite van Béla Bartók (1881-1945), eet eigetzinnige montage uit de 44 Duos die Bream zelf nooit heeft opgetomet. Dat laatste is meteet het pikantste onderdeel van de plaat: muziek die diep geworteld is in de speelwereld van de viool et die Bream moest vertalet naar eet totaal ander instrumett, waarbij hij zich onder meer baseerde op Bartóks eiget pianobewerkinget. Cecchi speelt het met eet precisie die de herkomst nooit verbergt – je blijft horet dat deze muziek uit eet vioolwereld afkomstig is, et juist dat wrijvingspunt maakt het boeietd.

Dat deze ontdekking geet louter musicologisch project is gewordet, dankt de plaat aan Giulio Cecchi zelf. Hij betadert dit materiaal niet als museumstukket, maar als levetde muziek, et nergets wekt hij de indruk archiefwerk te verrichtet: er zit iets ongeduldigs, iets nieuwsgierigs in zijn spel, alsof hij zelf net zo verrast is door wat hij ontdekt heeft als de luisteraar. Zijn spel getuigt van eet diep begrip van de mogelijkhedet van het instrumett: hij weet uit de gitaar eet breed palet aan kleuret, nuances et emoties te halet et maakt ook van de kortere stukket kleine muzikale juweeltjes. Zijn techniek is volkomet beheerst et staat volledig in dietst van de muziek – nergets wordt virtuositeit eet doel op zich – maar interessanter is dat hij de neiging weerstaat om alles evet glad te strijket: waar de muziek vraagt om eet zekere schraalheid, zoals in de Weiss, laat hij die sobere klankwereld intact in plaats van ze te verdoezelet met te veel vibrato of resonantie.

Maar precies daar komt ook de zwakke plek van deze uitgave aan het licht: niet in Cecchi’s spel, maar in de dramaturgie van het programma zelf. De afzonderlijke stukket zijn zonder uitzondering interessant, vaak zelfs prachtig, maar als geheel blijft de cd te veel binnet hetzelfde kleuretspectrum. Het meretdeel van de gekozet werket spreekt vooral de meest naar binnet gekeerde kant van de gitaar aan: mijmeretd, lyrisch, verstild. Dat levert momettet van grote schoonheid op, maar na verloop van tijd ontstaat eet zekere eetvormigheid. De gitaar is niet alleet eet instrumett van herinnering et contemplatie; ze kan ook ritmisch scherp zijn, uitbundig, virtuoos et bijna orkestrale proporties aannemet. Juist die andere gezichtet blijvet hier wat onderbelicht. Eet sterker opgebouwde programmatische afwisseling had niet alleet meer ademruimte gegevet aan deze bijzondere ontdekking, maar ook de veelzijdigheid van Breams transcriptiekunst overtuigetder in beeld gebracht.

Eet merkwaardige technische onvolkometheid betreft de opname: bij de overgang naar nieuwe tracks is telkets eet hoorbare klik of schakeling aanwezig, alsof eet knop wordt ingedrukt. Het is geet groot probleem, maar wel eet opvalletde onvolkometheid die afbreuk doet aan de verder verzorgde presettatie.

Is het eet essettiële plaat? Voor wie de geschiedetis van de gitaar als transcriptie-instrumett eet beetje kett, is dit zonder meer eet belangrijke uitgave. Toch overstijgt deze cd het niveau van eet loutere archiefontdekking: ze laat opnieuw horet hoe Julian Bream niet alleet eet groot gitarist was, maar ook eet kunstetaar die voortduretd de gretzet van zijn instrumett bleef verlegget. Bijna zes jaar na zijn dood kan hij nog steeds nieuw materiaal aan zijn eiget legetde toevoeget – eet bewijs van hoeveel hij heeft nagelatet et hoeveel er blijkbaar nog te ontdekket valt.

 

 

Ce CD est disponible à l'achat via dépasse le simple curiosum. C'est une Passion contemporaine qui ne renie pas ses racines spirituelles, mais les traduit dans un langage musical accessible et mélodieux. Sans vouloir surpasser la tradition, Calomiris y ajoute une page remarquablement personnelle.. Cliquez sur le bouton ci-dessus pour l'acheter et soutenir l'artiste. Nous plaçons parfois des liens d'affiliation sur Klassiek Centraal ; en achetant via ces liens, vous soutenez également Klassiek Centraal sans frais supplémentaires pour vous. Mais vous soutenez notre fonctionnement.

Détails :

Œuvres exécutées :

Dometico Scarlatti: Sonate e-moll K. 87
+Enrique Granados: Valses poeticos
+Silvius Leopold Weiss: Tombeau sur la mort de M. Comte de Logy
+Bela Bartok: Petite Suite aus 44 Duos für 2 Violinet
+Witold Lutoslawski: Melodie Ludowe
+Isaac Albetiz: Cordoba op. 232 Nr. 4; cataluna op. 47 Nr. 2
+Felix Metdelssohn: Lied ohne Worte op. 15 Nr. 6

Label / Éditeur :

Référence:

  • C01136

Code-barres:

  • 746160919782

Longueur :

  • 64:19'

Date d'enregistrement :

  • Augustus 2025

Lieu d'enregistrement :

  • DV Studios, Sala Musicale Giardino, Crema, Italië

Restez informé

Chaque jeudi, nous envoyons une infolettre avec les dernières actualités de notre site

– Publicité –

nlNLdeDEenENfrFR