Skip to content
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Reviews

Wanneer de stilte deel wordt van de muziek

W
· 5 min read
Share this article
Wanneer de stilte deel wordt van de muziek
© Andreas Herzau

Op vrijdag 16 oktober verwelkomden Cofena en het Antwerp Symphony Orchestra de Bamberger Symphoniker in de Gouden Zaal van de Koningin Elisabethzaal. Het Duitse orkest viert dit jaar zijn tachtigste verjaardag en werd onlangs door Gramophone uitgeroepen tot Orchestra of the Year 2026. Onder leiding van Manfred Honeck keerde het orkest terug naar Antwerpen. Met Midori als soliste in Mendelssohns Vioolconcerto en vervolgens Bruckners Negende symfonie stonden twee werken op het programma waarvan de muzikale werelden nauwelijks verder uit elkaar konden liggen.

Midori neemt haar eigen weg

Felix Mendelssohn (1809–1847) schreef met zijn Vioolconcerto in e klein, opus 64, een werk waarin lyrische spontaniteit en virtuoze bravoure voortdurend in elkaar overvloeien. Midori gaf die tegenstelling een heel eigen invulling. Ze legde eigen accenten in tempo en versieringen, zonder de samenhang uit het oog te verliezen. Juist doordat ze niet alles gladstreek, bleef de muziek voortdurend verrassen, terwijl Mendelssohns melodische lijnen hun natuurlijke vaart behielden.

Die vrijheid vroeg ook iets van Honeck en de Bamberger Symphoniker. Dirigent en orkest speelden alert in op Midori's frasering en tempo, terwijl de warme orkestklank de soliste alle ruimte gaf. Bij de overgang naar het derde deel volgde een opvallend lange pauze. Die hield de verwachting nog even vast, voordat het slotdeel met hernieuwde vaart losbarstte.

Als toegift koos Midori het Largo uit de Derde vioolsonate van Johann Sebastian Bach (1685–1750). Na de beweeglijkheid van Mendelssohn bracht deze ingetogen muziek een wereld van verstilling.

Een kathedraal van klank

De Negende symfonie van Anton Bruckner (1824–1896) is voor mij het nec plus ultra van de muziekgeschiedenis. In de late Bruckner-uitvoeringen van Herbert Blomstedt hoorde ik hoe de muziek kan dansen en hoe de componist daardoor iets menselijks krijgt. Bij Bernard Haitink bouwde het drama zich zorgvuldig op, met een vanzelfsprekende beheersing. Manfred Honeck daarentegen neemt de tijd om de grote bogen te ontvouwen en laat horen hoe de symfonie vanuit haar innerlijke samenhang groeit.

Ik keek erg uit naar deze uitvoering, omdat ik Honecks opname met het Pittsburgh Symphony Orchestra al lang koester en zijn interpretatie graag eens live wilde horen. In Antwerpen trof me vooral hoe vanzelfsprekend alle elementen in elkaar grepen. De orkestsecties waren zorgvuldig op elkaar afgestemd, zonder dat de muziek haar spontaniteit verloor. De opname met Pittsburgh is op zichzelf bijzonder geslaagd, maar bij de Bamberger Symphoniker kregen de details en spanningsbogen live een andere dimensie.

In het eerste deel ontvouwde zich een groot muzikaal bouwwerk. De diepe strijkers legden een donkere onderlaag, waarboven de verschillende stemmen zich geleidelijk aftekenden. De hoorns klonken vol en rond; wanneer het koper zich bij hen voegde, nam de spanning toe zonder dat de muziek aan helderheid verloor. Honeck koos ruime tempi en gaf de lange lijnen alle tijd om zich te ontwikkelen. Toch bleef de muziek voortdurend in beweging, gedragen door een onderhuidse stuwkracht. Ik zocht tevergeefs naar een zwakke plek.

Het Scherzo bracht een heel andere energie. De ritmische scherpte en de massieve orkestklank maakten het tot een onstuimig geheel. Het Trio kreeg door het snelle tempo een bijna koortsachtige vaart.

Na het Scherzo liet Honeck een lange stilte vallen voordat het Adagio begon. De zaal wachtte. Die rust voelde niet ongemakkelijk, maar gaf het volgende deel gewicht. Dat Adagio is voor mij het hart van deze symfonie, en Honeck maakte duidelijk waarom.

Tussen wanhoop en verstilling

De hoorns en Wagnertuba's gaven het Adagio een donkere, haast menselijke warmte. Daaronder klonk de diepe strijkersklank, nu eens troostend, dan weer onheilspellend. Vanuit die gelaagdheid werkte Honeck naar verschillende climaxen toe. Sommige leken even naar vreugde te reiken, andere werden steeds scherper en dreigender.

In de grote dissonante climax bereikte de muziek een bijna ondraaglijk punt. De wanhoop in deze passage was bijna lichamelijk voelbaar. Daarna volgde een lange stilte, midden in het deel, nog vóór de muziek haar weg naar het slot vervolgde. De zaal bleef roerloos, alsof er eerst ruimte moest ontstaan om te bevatten wat er zojuist had geklonken.

Het Adagio vervolgde zijn weg naar de laatste, verstilde passage. Toen de klanken waren weggestorven, volgde opnieuw een uitzonderlijk lange stilte. Honeck hield zijn hand nadrukkelijk in de lucht om het applaus tegen te houden. Niemand leek de muziek al te willen loslaten.

Juist dat moment maakte voor mij het verschil met een opname voelbaar. Je hoort niet alleen de muziek, maar deelt met de hele zaal het wachten, zonder te weten hoelang het zal duren. Ik luisterde met een krop in de keel.

Bruckner stierf voordat hij de finale kon voltooien. Toch ervoer ik het Adagio niet als een onafgemaakte gedachte. Het had iets van een afscheid waarin na alle worsteling een diepe berusting doorklonk.

Pas toen Honeck zijn hand liet zakken, brak het applaus los. Het groeide uit tot een minutenlange staande ovatie, een reactie die ik in de Gouden Zaal zelden heb meegemaakt, zeker niet na Bruckner.

Er zijn concerten die je bewondert om wat de musici kunnen. En er zijn concerten waarbij de muziek je zo in haar greep houdt dat je even vergeet waar je bent, wanneer de laatste klanken wegsterven. Op 16 oktober gebeurde dat.

Details

Who
Bamberger Symphoniker o.l.v. Manfred Honeck met Midori, viool
Where
Elisabethzaal, Antwerpen
Seen on
16 oktober 2026
Photo credit
Andreas Herzau
Share this article
EN