Skip to content
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
News

16 dagen luisteren naar vrouwen, 345 dagen naar mannen

Onderzoek van Donne naar wereldwijd orkestrepertoire

In het wereldwijde orkestrepertoire van het seizoen 2025-2026 was slechts 4,5% van de tijd werk van vrouwelijke componistes te horen, blijkt uit onderzoek van Donne – Women in Music.

V
· 7 min read
Share this article
16 dagen luisteren naar vrouwen, 345 dagen naar mannen

Stel: je laat 110 orkesten uit 30 landen al hun geprogrammeerde werken van vorig seizoen achter elkaar spelen. Dan krijg je één langgerekt concert dat op 1 januari begint en op 28 december eindigt. Groepeer je het werk van vrouwelijke componistes aan het begin van dat bijna-jaar, dan klinkt hun laatste noot op 16 januari. Vervolgens kan je nog 345 dagen luisteren naar het werk van mannen. Dat betekent, aldus de berekening van de organisatie Donne – Women in Music, dat vrouwen slechts 4,5% van de speeltijd toegekend kregen. Dat percentage ligt nóg lager dan hun aandeel van 8,5% wanneer je kijkt naar het aantal werken van hen op de programma’s.

Van wie zijn de composities die we te horen krijgen op de klassieke podia? Voor een antwoord op die vraag onderzocht de Engelse organisatie Donne – Women in Music al voor de derde keer de programmatie van 110 orkesten in 30 landen. Voor het afgelopen concertseizoen 2025-2026 legde ze zo niet minder dan 20.091 werken onder de loep. Bovendien berekende Donne, in 2017 opgericht door de sopraan Gabriella Do Laccio, voor het eerst ook de geprogrammeerde tijd: die 110 orkesten speelden vorig seizoen samen in totaal 520.339 minuten. (*) Daarmee krijg je bijna een heel jaar, van 1 januari tot 28 december, non-stop muziek.

Vulling

Donne 2025-2026 Tijd

Het zal niet verbazen: de muziek die melomanen dan horen, is voor het overgrote deel geschreven door mannelijke componisten. Bij slechts 8,5% van de werken op de programma’s staat de naam van een vrouwelijke componiste op de partituur. Dat is een lichte verbetering tegenover het vorige onderzoek (2023-2024), toen dat aandeel 7,5% bedroeg. Het aanvullende onderzoek naar het tijdsbeslag wijst nu echter op een nog grotere discrepantie. Dan blijkt dat slechts 4,5% van de tijd werk van vrouwelijke componistes te horen was. Na slechts 16 dagen (23.526 minuten) zou al dat werk gespeeld zijn, de overige 345 dagen (496.721 minuten) viel dan te luisteren naar werk van mannen. Het aandeel werk van non-binairen bedroeg minder dan 0,1%, hun aandeel in tijd was met slechts 92 minuten verwaarloosbaar.

De berekening naar tijd toont volgens de onderzoeksters aan dat kortere werken van vrouwen vaker als ‘vulling’ worden geprogrammeerd, veeleer dan als het hoofdwerk op het programma. 

Witte overleden mannen

Zoomen we nog verder in op de cijfers, dan zijn het witte componisten die de podia blijven domineren met 86,6% van alle werken (tegenover 92,5% bij het vorige onderzoek) en 92,6% naar tijd gemeten. Bovendien gaat het om witte overleden mannen: 73,6% van de werken (78,4% bij het vorige onderzoek) en 85,1% van de tijd. 

Slechts 17 van die witte overleden mannen tekenden voor meer dan de helft (50,2%) van de gespeelde minuten wereldwijd. Wat het aantal werken betreft blijft Mozart (4%) koploper. De top 10 (samen 37,6%) wordt vervolledigd door Beethoven, Tsjaikovski, Brahms, Ravel, Richard Strauss, Johann Strauss jr., Dvořák, Sjostakovitsj en Mahler.

In de top 10 naar aantal minuten (25,6% van de tijd te horen) moest Mozart (5,1%) wel de duimen leggen voor Tsjaikovski (5,5%). Zou je alle geprogrammeerde werken van deze Rus achter elkaar laten spelen, dan zou je daar 2 weken, 5 dagen, 19 uur en 30 minuten voor nodig hebben, berekende Donne. Dat is dus meer dan de tijd die uitgetrokken zou moeten worden voor al het werk van vrouwelijke componistes samen. Tsjaikovski was zelfs 25 keer langer te horen dan de eerste vrouw in de rangschikking naar tijd, de Franse componiste Louise Farrenc (18 uur en 42 minuten). In de rangschikking naar aantal werken staat Farrenc op plaats 62. De componiste met het hoogste aantal werken op de programma’s (150 of 0,75%) was de Zweedse Kerstin Andeby. Zij stond daarmee op plaats 29.

Extreem laag blijft de vertegenwoordiging van de wereldwijde meerderheid (global majority), de groep mensen dus die wereldwijd de overgrote meerderheid van de bevolking uitmaken, met name mensen van Afrikaanse, Aziatische, Latijns-Amerikaanse, inheemse of gemengde afkomst. Bij die groep mannen steeg hun aandeel in het aantal werken lichtjes naar 4,7%, voor vrouwen stagneerde het min of meer tussen 1,6 en 2,1%. De hun toegemeten tijd bedroeg respectievelijk 2,8 en 1,2%. 

 Belgische orkesten

Bij de 110 orkesten die Donne bestudeerde, waren er opnieuw vijf Belgische. Drie daarvan laten een (lichte) stijging optekenen wat het aantal werken van vrouwen op hun programma betreft.

Brussels Philharmonic liet de hoogste diversiteit optekenen: van de 308 geprogrammeerde werken waren er 30 of 11,0% geschreven door vrouwen. In speeltijd vertegenwoordigden zij 10,9% van het aantal minuten. Het blijft weinig, maar het is wel een stijging tegenover eerdere seizoenen (2,4% in 2023-2024 en 2,8% in 2021-2022). 

Bij Antwerp Symphony Orchestra was 7,5% van de 106 uitgevoerde werken geschreven door vrouwelijke componistes. Gemeten in speeltijd valt hun aandeel echter terug naar 4,2%. Ook daar wel een lichte stijging van het aandeel werken tegenover eerdere seizoenen (5,9% in 2023-2024 en 3,8% 2021-2022). 

Bij Orchestre Philharmonique Royal de Liège was 4,1% van de 221 werken gecomponeerd door vrouwen (0,5% in 2023-2024 en 0% in 2021-2022!). Daarbij kregen ze slechts 2,4% van de speeltijd. 

Nationaal Orkest van België speelde 155 werken, waarvan 3,9% geschreven door vrouwen. Daar zien we zelfs een lichte achteruitgang tegenover de 5,3% in 2023-2024 (1,8% in 2021-2022). In speeltijd bedroeg hun aandeel een schamele 1,8%. 

Symfonieorkest Vlaanderen tot slot kende net zoals bij het vorige onderzoek nog steeds de minste diversiteit. De 106 geprogrammeerde werken en 3.581 minuten speeltijd waren opnieuw voor de volle 100% een mannenzaak. Gewezen intendant Frederik Styns plaatste bij het vorige onderzoek dan wel kanttekenigen bij dat resultaat, het blijft niettemin verbazen voor een orkest dat in coronajaar 2020 de derde symfonie van Louise Farrenc van onder het stof haalde met niet minder dan 10 uitvoeringen. De Donne Foundation nam Symfonieorkest Vlaanderen nu op in haar lijst Least Diverse Programming (100% mannen, 100% witte componisten).

Vreugdedansje

Hoewel de aandacht voor vrouwelijke componistes onmiskenbaar in stijgende lijn gaat – merkbaar in onder meer de programmatie van Klara – biedt dit derde rapport van de Donne Foundation dus nog steeds weinig reden tot feestvreugde. Met name bij de orkesten die zo gefocust zijn op de canon, is nauwelijks beweging te merken. De componistes zijn er nochtans, hun werken bestaan, ze zijn al uitgebreid gecatalogiseerd. Dat die orkesten nu maar eens eindelijk grasduinen in The Big List van Donne bijvoorbeeld, in plaats van op veilig te spelen en steeds weer opnieuw naar dezelfde ‘grote’ namen en werken te grijpen.

Een vreugdedansje doe ik dan graag wanneer ik in de orkestprogrammaties een zeldzame keer toch eens werk van een componiste opmerk. Haast bij toeval, zoals bijvoorbeeld bij een recent concert van Antwerp Symphony Orchestra in de Koningin Elisabethzaal. Ik had er bijna overgekeken want het gediversifieerde en erg evenwichtige programma was goed verstopt achter de titel Mozart op zondagochtend. Meende men met die naam het makkelijkst een volle zaal te krijgen? De helft van het programma (in tijd!) bestond echter uit werk van niet minder dan twee componistes: de Ouverture in d van Emilie Mayer (1812-1883) en het Celloconcerto van Marie Jaëll (1846-1927). Een echte ‘buitenkans’ die ik niet aan me voorbij kon laten gaan en waar ik ten volle van genoten heb.

 Durf

Zal Antwerp Symphony Orchestra met die nog steeds erg uitzonderlijke programmatie flink stijgen in de ranking van Donne? Voor de rest van het concertseizoen blijft het toch zoeken met een vergrootglas. Nochtans sprak dirigent Richard Egarr zich voor aanvang van het concert erg lovend uit over beide werken – die hij zelf ook nog niet zo lang geleden had leren kennen. Ook het publiek reageerde erg enthousiast. ‘Wat een mooie werken’, hoorde ik achter mij. Graag meer van dat dus. Durf dat werk te spelen, zorg ervoor dat het publiek het leert kennen, en het succes zal volgen.

 Of zoals Gabriella Do Laccio schrijft in het voorwoord van het Donne-rapport: ‘Muziek komt pas tot leven wanneer iemand besluit ze te spelen. Een partituur kan eeuwenlang in een bibliotheek liggen en zwijgen. Maar breng ze op een podium, en mensen horen ze. Wat we horen, kan vertrouwd beginnen te klinken. En wat vertrouwd kllinkt, maakt kans om geliefd te worden, opnieuw uitgevoerd te worden, opgenomen te worden en in de herinnering te blijven.’

 Want het gaat om de herinnering en om wat we besluiten te onthouden. ‘De cijfers vertellen ons wat we tot nu toe gehoord hebben. Uiteindelijk gaat het erom dat de toekomst van de muziek een afspiegeling is van de volledige creativiteit van de mensheid.’

 ______________________

• (*) Bij deze berekening gaat het om 20.005 werken; voor 86 werken (0,4%) was geen betrouwbare tijdsduur beschikbaar, waardoor die werden uitgesloten van de tijdsanalyse.
• Alle grafieken komen uit het Donne-rapport Equality & Diversity in Global Repertoire over het concertseizoen 2025-2026.
• Dit artikel is ook verschenen op de blog Notities van een vrouw aan de piano.

 

Details

Brussels Philharmonic
Website
Share this article
EN