Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Nieuws

Een terugblik op Laus Polyphoniae 2026

“Laus Polyphoniae is geen festival, het is een ontdekkingstocht”

Als er een prijs bestond voor meest toegewijde bezoekers van Laus Polyphoniae, dan zouden Jan en Stella ongetwijfeld een kans maken. Tijdens de voorbije editie bezochten ze een vijftiental concerten. Jan volgde daarnaast ook de volledige Summerschool. Hun liefde voor oude muziek komt echter uit verschillende richtingen.

D
· 7 min lezen
Deel dit artikel
Een terugblik op Laus Polyphoniae 2026

Stella vond haar weg via meerstemmige volksmuziek ,  en haar liefde voor geschiedenis. Jan is dan weer al jarenlang actief als zanger, instrumentalist, dirigent en onderzoeker van oude muziek. Zijn transcriptiewerk rond de missen van George de La Hèle uit de Plantijn-Moretuscollectie illustreert zijn grondige kennis van het repertoire.

Vanuit die twee verschillende invalshoeken blikten zij terug op een intense week Laus Polyphoniae.

Een late ontdekking

Opmerkelijk genoeg ontdekte Jan het festival pas relatief laat.

“Onze eerste gezamenlijke editie was in 2019”, vertelt hij. “Ik kende Laus Polyphoniae natuurlijk al langer, maar ik was jarenlang actief binnen de Halewijnstichting. Zolang die zomercursussen op hoog niveau bleven functioneren, had ik weinig reden om elders te kijken. Via vrienden werd ik uiteindelijk gewezen op de Summerschool van AMUZ. Mijn eerste deelname voelde meteen als een openbaring, maar tegelijk ook als thuiskomen.”

Stella voegt eraan toe.

 “Jan was toen vooral bezig met zelf zingen, componeren, muziekles geven en ensembles leiden. Daardoor heeft hij het festival jarenlang over het hoofd gezien, ondanks zijn enorme passie voor oude muziek.”

Twee verschillende wegen naar dezelfde muziek

WhatsApp Image 2026-09-05 at 12.08.13Ook hun liefde voor oude muziek ontstond op een andere manier.

Jan werd aangetrokken door muzieknotatie en compositietechnieken.

“Ik ben altijd gefascineerd geweest door hoe muziek geschreven werd, hoe die evolueerde en hoe uitvoerders ermee omgaan. Vanuit die interesse kwam ik vanzelf bij de polyfonie terecht.”

Voor Stella begon alles bij de folk of de volksmuziek.

“Ik kende oorspronkelijk niets van de Franco-Vlaamse polyfonie, maar meerstemmigheid heeft mij altijd geraakt. Vooral in Scandinavische en Oost-Europese zangtradities hoor je de schoonheid van stemmen die samen iets creëren. Jan luistert vaak naar harmonieën en structuren. Ik luister eerder naar stemkleuren, samenklanken en betekenissen.  We vinden elkaar het meest in kleinere polyfone ensembles met één zanger per stem, zonder of met niet overheersende instrumenten. En zo komen we vaak bij dezelfde muziek uit. Jan neemt me mee in de oude muziek, maar is intussen zelf ook enthousiast over folk en interessante crossovers.”

Drie woorden voor Laus Polyphoniae

Wanneer gevraagd wordt om de editie van 2026 in drie woorden samen te vatten, hoeft Jan niet lang na te denken.

Noodzakelijk. Boeiend. Onvolmaakt.

“Noodzakelijk omdat deze muziek moet blijven leven. Boeiend omdat verschillende ensembles hetzelfde repertoire telkens opnieuw uitvinden. En onvolmaakt omdat muziek nu eenmaal iets levends is. Perfectie bestaat niet. Gelukkig maar, want net daardoor blijft het intrigerend en wil ik steeds opnieuw naar concerten gaan.”

Stella kiest voor een andere invalshoek.

Intens. Transparant. Ingetogen.

“Het was een bijzonder intense week. Daarnaast viel mij op dat de polyfone muziek van het einde van de 16e eeuw transparanter klinkt dan daarvoor.  Het blijft muziek met contrapunt en alle stemmen klinken evenwaardig, maar de tekst wordt belangrijker en verstaanbaarder. Het overdreven rekken van lettergrepen verdwijnt, waardoor de muziek vaak rustiger wordt Tegelijk was deze editie opvallend religieus of somber getint en vaak dus ook behoorlijk ingetogen of melancholisch van sfeer.”

Utopia als absolute topper

Over één concert zijn beiden het opvallend eens.

Het concert van Utopia met de Lamentaties was voor Jan het hoogtepunt van het festival.

“De expressie kwam rechtstreeks uit de tekst. Er was geen overdreven theater nodig. Alles klopte.”

Ook Stella noemt Utopia haar favoriet.

“Het ensemble klikt mooier samen dan ooit tevoren. De kracht en intensiteit tijdens de uitvoering kwam enorm binnen.”

Daarnaast verraste haar vooral Huelgas Ensemble met de psalmen van Claude Le Jeune.

“Dat concert zat vol afwisseling, dynamiek en kleur, er werd gespeeld met variaties in bezetting, stemcombinaties en opstellingen. Het voelde fris en levendig. Het intrigeert me dat de oude en ervaren Paul Van Nevel niet bij de vroeger vertrouwde uitvoeringspraktijk blijft, maar het experiment durft aan te gaan.”

Een andere ontdekking was het jonge Franse ensemble Près de Votre Oreille.

“Dat was Engelse muziek van onder meer Dowland, uitgevoerd door jonge musici met een sprankelende energie en een fijn gevoel voor schoonheid. De combinatie van stemmen en instrumenten werkte prachtig.”

Andere momenten die blijven hangen

Voor Stella bleef naast de concerten vooral de documentaire over Orlando di Lasso nazinderen.

“Dat was een indrukwekkende film die zijn leven en de tijdsgeest heel menselijk en toegankelijk in beeld bracht.”

Daarnaast bleef één zanger telkens opnieuw haar aandacht trekken: de Britse bas Jimmy Holliday.

“Ik hoorde hem die week in drie ensembles meezingen. Al meteen in het grote koor van Tenebrae trok hij mijn aandacht. Wat mij vooral opviel, was hoeveel rust en plezier hij uitstraalde. Je zag een minzame man die zichtbaar genoot van het repertoire en van elke noot die hij zong.”

Voor Jan lag één van de hoogtepunten in de Summerschool.

“De ontdekking van componist Robert Fayrfax was voor mij een revelatie. Zijn muziek is ongelooflijk inventief. Hij combineert complexe structuren met een vanzelfsprekendheid die bijna miraculeus aanvoelt.”

Niet alles overtuigde

Natuurlijk waren er ook momenten die minder aanspraken.

Stella had hoge verwachtingen van Ensemble Irini, omdat het programma aansloot bij Byzantijnse tradities die haar boeien.

“Ik hoopte op een meer authentieke Byzantijnse zangstijl. Daardoor bleef het koor voor mij achter bij de verwachtingen.”

Jan had dan weer gemengde gevoelens bij het Dowland-programma van Scherzi Musicali.

“Daar hadden we misschien te veel van verwacht. Het luitenkwartet speelde uitstekend, maar sommige luide zangers overtuigden mij minder. Bovendien hoor ik graag repertoire dat minder bekend is. Ik geniet vaak meer van onverwachte ontdekkingen dan van de grote klassiekers.”

Jan en stella 02

Leren luisteren, leren lezen

Een van de meest opvallende inzichten kwam voor Jan uit het werken met historische bronnen.

“Mensen denken vaak dat transcriberen neerkomt op overschrijven, maar dat klopt niet. Oude notatiesystemen bevatten complexe regels en uitzonderingen. Tijdens de Summerschool zing je rechtstreeks vanuit historische bronnen en ontdek je soms interpretatieproblemen die in moderne uitgaven verborgen blijven.”

Voor Stella bevestigde het festival vooral haar fascinatie voor de evolutie van de polyfonie.

“Je hoort de muziek transparanter worden. Tekst en muziek komen dichter bij elkaar, terwijl het toch polyfonie blijft. Dat vond ik boeiend om te ontdekken.”

Meer dan alleen concerten

Hoewel ze ook andere festivals bezoeken, blijft Laus Polyphoniae voor beiden een bijzondere plaats innemen.

“Het is dichtbij, maar vooral: de focus ligt hier echt op oude muziek,” zegt Stella. “Op andere festivals is er vaker barok bij of programmeert men overdreven performances om de muziek populair te doen klinken. Dat spreekt mij minder aan.”

Volgend jaar kijken ze onder meer uit naar Passie van de Stemmen in Leuven, waar een Spaans Ensemble met een programma ter ere van de 500-jarige geboorte van Filips II met muziek van de Vlaamse en Spaanse hofkapellen hun aandacht heeft getrokken.

Wat mag er volgend jaar op het programma staan?

Jan hoeft niet lang na te denken.

« Nuper Rosarum Flores » van Guillaume Dufay. Dat is een absoluut meesterwerk en zou perfect passen binnen Laus Polyphoniae ten tijde van Filips de Goede.”

Stella droomt van een optreden van Ratas del Viejo Mundo, het internationaal gerenommeerde oude-muziekensemble rond luitist Floris De Rycker, met onder meer mezzosopraan Soetkin Baptist.

En uiteraard mag ook Graindelavoix terugkomen.

“Ik hou van stemmen en interpretaties met een eigen karakter,” zegt ze. “Graindelavoix durft die individuele kleuren hoorbaar te maken.”

Jan glimlacht. Ik hou ook van de eigenzinnigheid van Graindelavoix, maar kan ook de hechte samenklank van bijvoorbeeld de Capella Pratensis erg appreciëren.

“Dat is juist het mooie,” besluit Stella. “Zowel Graindelavoix als Capella Pratensis hebben een heel eigen artistieke identiteit. Die verschillende benaderingen maken het landschap van de oude muziek rijk.”

Een festival dat blijft verrassen

Na vijftien concerten, een Summerschool en ontelbare gesprekken over muziek blijft één conclusie overeind.

Voor Jan en Stella is Laus Polyphoniae veel meer dan een concertreeks. Het is een intens muziekfeest dat de zomer afsluit, een plaats waar geschiedenis, onderzoek, uitvoeringspraktijk en luisterplezier samenkomen. Waar nieuwe ontdekkingen hand in hand gaan met eeuwenoude muziek. En waar zowel kenners als nieuwsgierige nieuwkomers telkens opnieuw iets onverwachts kunnen vinden.

Of zoals Jan het samenvat: “Deze muziek vormt de basis van een groot deel van onze muzikale traditie.”

En zoals Stella eraan toevoegt: “Veel mensen zouden ervan houden als ze haar eenmaal leren kennen.”

Beiden kijken nu al uit naar de volgende editie over de tijd van Bourgondiër Filips de Goede. En eerlijk gezegd: wij ook.

Deel dit artikel
NL