Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Duitse sterviolist Tobias Feldmann in de Elisabethzaal

W
· 5 min lezen
Deel dit artikel
Duitse sterviolist Tobias Feldmann in de Elisabethzaal
© Willem Erauw

Vrouwelijke Beethoven

Gelukkig worden er de laatste decennia steeds meer vrouwelijke componisten ontdekt en herontdekt. Bekende voorbeelden zijn Clara Schumann of de zussen Lilly en Nadia Boulanger, maar er zijn er veel meer. 

Emilie Mayer was een belangrijke vrouwelijke componist uit de vroege romantiek, sterk beïnvloed door de Eerste Weense School. Ze wordt soms wel de vrouwelijke Beethoven genoemd.

Dirigent Richard Egarr is een echte Brit. Je ziet het zonder dat hij een woord zegt. Hij komt met Engelse flair op en dirigeert allerminst statisch van op zijn plaats achter de partituur, hij draait en stapt ook op de verschillende instrumentengroepen af.

Op het einde van de ouverture hoor ik een accent bij de trombones. Ongewoon, het zal een grapje geweest van de heren trombonisten. Altijd een goed teken voor de mentale gezondheid van een orkest, wanneer een instrumentengroep een grapje uithaalt met dirigent, publiek of de andere musici.      

Laureaat 

Violist Tobias Feldmann volg ik al sinds hij in de Elisabethwedstrijd van 2015 schitterde met het tweede vioolconcerto van Bártok. Hij is één van de handvol laureaten van de laatste decennia die me is bijgebleven. Live heb ik hem wel eens kunnen beluisteren tijdens een recital van Arte Amanti.

Het vioolconcert van Schumann is geen evidente keuze voor solist noch voor concertprogrammator. Vroeger werd het zelden gespeeld, het had de naam getuige te zijn van een geesteszieke componist. Gelukkige promootte Yehudi Menuhin het in Amerika al in de jaren 1950. Behalve Henryk Szeryng of Gidon Kremer hebben weinig sterviolisten het concert opgenomen. Tegenwoordig pakt de nieuwe generatie zoals Patricia Kopatchinskaya of Vilde Frang ermee uit. 

Qua geest en virtuositeit blijft het een buitenbeentje. Joseph Joachim, voor wie het werk in 1853 gecomponeerd werd, wou het niet spelen. Hij vond het morbide muziek, voorbode van Schumanns zelfmoordpoging enkele maanden later. Pas in de jaren 1930, tachtig jaar na dato, is het herontdekt geworden. Ikzelf ben er altijd mee begaan, het heeft me nooit losgelaten sinds ik het als violist koos voor mijn toenmalige Eerste Prijs viool, 1985 in het Brusselse conservatorium.

Hoop en melancholie

Tobias Feldmann is een schitterende violist en integere musicus, hij speelt altijd heel expressief. Laat dat nu bij Schumann net het struikelblok zijn. Struikelblok is sterk uitgedrukt, maar toch vind ik dat hij Schumann iets te dramatisch, te pathetisch speelt. Dat is prima voor veel romantisch en modern repertoire. Maar hier mist Feldmann iets van de soberheid en de melancholie in dit stuk. 

Dit vioolconcert is zeer Schumannesk is de zin dat het hoop uitdrukt en er tegelijkertijd ook altijd een zweem van melancholie, van verlies in zit. Er is een straaltje hoop, maar we weten dat het binnenkort gedaan is, het noodlot loert om de hoek. Schumann was trouwens zeer tevreden met het stuk, ook al stond hij voor een mentale breakdown.

Na de pauze volgt de Praagse symfonie van Mozart, zijn achtendertigste. 

Mozart in Praag, dat is de beste Mozart. Hij kon er zijn rug toekeren naar het aristocratische Wenen van de adellijke salons. In Praag vond hij een burgerlijk publiek dat hem bewonderde, ver van de snobs aan het hof in Wenen. Een symfonie zonder klarinetten, maar met een des te grotere rol voor de fagotten. Die bleven soms wat op de achtergrond, tegenover de schallende hoorns. Maar dat kan aan de plaats hebben gelegen waar ik zat.  

Dirigent Richard Egarr dirigeert niet statisch van achter zijn lessenaar, hij draait er soms wat rond. Het valt nog meer op dan bij de ouverture van Emilie Mayer. Hij keert zich naar de voorste pupiters rondom hem als een toreador die de stier wil uitdagen. 

Proms

Na het eerste deel Mozart draait Richard Egarr met zijn hoofd naar het publiek en doet een handklap gebaar. Of we niet klappen, zie je hem suggereren.  Het hoort niet tussen de delen, maar op zijn aangeven is er na dat eerste deel toch een applaus. Waarom niet? Alvorens het tweede, trage deel te beginnen keert hij zich naar het publiek. We mogen alles, zegt hij, klappen, praten, met dingen gooien. Net zoals in Mozarts tijd! 

“Mozart would find it horrible”, zo stil zitten luisteren zonder te applaudisseren na elk deel. Dat klopt. Er was in de achttiende nog helemaal geen luisterattitude zoals vandaag. Die is er pas in de tweede helft van de negentiende eeuw gekomen. Voorheen zat het publiek in concert en opera te praten, te eten, te kaarten. Een beetje zoals een zomerfestival als Rock Werchter vandaag, muzikale picknick. Het licht was aan en ging pas uit toen dirigenten in de negentiende eeuw pleitten voor meer serieux in het luisteren naar ernstige muziek. 

Inderdaad, Mozart zou de serieux in het luisterethos van vandaag vreemd hebben gevonden. Maar we leven nu tenslotte in de eenentwintigste eeuw.

“Applaudisseer maar, roep maar, gooi maar met dingen, zoveel je wil!”. Dirigent Richard Egarr gaf daarmee een stukje historisch bewustzijn aan het publiek. Dat verdient alle égards. En daarmee was het vandaag ook een beetje Proms in de Elisabethzaal in Antwerpen! 

Details

Wie
Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Richard Egarr, solist Tobias Feldmann, viool
Waar
Elisabethzaal, Antwerpen
Wanneer gezien
10 oktober 2026
Links
Website
Foto credentials
Willem Erauw
Deel dit artikel
NL