Franco Zeffirelli maakte er een meesterlijke verfilming van. Net zagen we de streaming van „Roméo et Juliette" van Gounod vanuit de Brusselse Muntschouwburg. En nu openden de Stadsschouwburg Antwerpen en het Koninklijk Circus Brussel twee avonden hun deuren voor D Show Production met „Roméo et Juliette" door „Les Ballets de Monte-Carlo".
Alle goeds bestaat uit drie. Ook in de balletwereld, waar drie Belgische dansers, zeg maar Antwerpenaars, hun beste beentje voorzetten in dit tot de verbeelding sprekende gezelschap. Vóór ze terug naar Monaco en dan naar Azerbaidzjan trekken, hadden we een fijne babbel.
Begrijpelijk dat ze zich in Zuid-Frankrijk installeerden, in Nice en in Cap-d'Ail (waar de auto van Grace Kelly crashte in 1982), niet te ver van hun werkplaats. Want, waar ook, balletdansen is werken, hard werken: avondoptreden, interview, balletles, repetitie, weer avondoptreden… Maar met de glimlach!
Jaat Benoot, Zino Merckx, Ige „Davidoff" Cornelis
Hun namen zijn niet alledaags: Jaat Benoot, Zino Merckx, Ige „Davidoff" Cornelis. Neem nu Jaat, niet Jaap! Jaat is de jongere broer van profwielrenner Tiesj Benoot, die tot zijn recente overstap naar Decathlon bij Visma ploegmaat van Wout Van Aert was. Zijn naam is ontleend aan een compositie van Wim Mertens.
Bij Zino, geen connotatie met de wielerwereld en met „de Kannibaal" Eddy Merckx. Hij deelt zijn naam met Zino Davidoff, die stond voor al wat luxe is, van cigaren tot cognac en parfums. En met Ige, die schalks Cornelis door „Davidoff" vervangt. Die guitigheid bepaalde ook de manier waarop Ige zijn rol van Mercutio vertolkte. Hij was de innemende, rusteloze vriend van Romeo. Want met Mercutio, Fra Lorenzo en één van zijn akolieten moet je wel over ballet praten. Het traditionele ballet, genre „Gisèle" of „Swan Lake", blijft hen boeien. Ze sloegen de nagel op de kop toen ze de nadruk legden op de meerwaarde die een respectvolle evolutie kan creëren.
De hedendaagse balletten die hen het meest boeien zijn „In Memoriam" van Sidi Larbi Cherkaoui en „La Belle", naar Tsjaikovsky's „La Belle au bois dormant", gechoreografeerd door Jean-Christophe Maillot (what's in a name?).
Deze choreograaf tekende ook voor „Roméo et Juliette", dat in in 1996 in première ging in de Salle Garnier, die deel uitmaakt van het Casino van Monte-Carlo en, net als de Parijse Opéra Garnier, ontworpen werd door Charles Garnier. Daar, in het Prinsbisdom, is de ballettroep thuis en mogen ze zich verheugen om het patronnage en de veelvuldige aanwezigheid van „de Prinses", dat is Caroline, die al van in de tijd van haar moeder, wijlen Prinses Grace, een hart voor ballet heeft.
Dansen is niet alles voor hen. Ze delen een onmiskenbare verstandhouding en vriendschap. En lezen doen ze alle drie graag: klassiekers als Orwell, Madame Bovary of La Peste. Belezen jongens. Jaat en Ige zijn zelfs bij dezelfde leesclub. Ze houden van „Belgische" muziek: Kids with Buns, Stromae, Angèle, Oscar and the Wolf. En daar mag Rosalia ook wel bij. Qua originele hobby's spant Jaat de kroon. Hij houdt van breien. Momenteel is dat een pull voor hem. Voor Zino, die ook graag kookt, is zwemmen in open zee puur ontspanning. En… het is goed voor de spieren!