De musicerende chimpansee: over sociale plankenkoorts.

De voorbije maand vond opnieuw de Koningin Elisabeth Wedstrijd plaats. Cellisten van over de hele wereld kwamen naar Brussel afgereisd om aan dit prestigieus concours deel te nemen. Voor die jonge mensen is het een hele eer om uitgenodigd te worden op basis van enkele opnames die in december werden ingezonden.

Wat men als publiek daarvan te zien krijgt, is het resultaat van maandenlang hard werken. Dat zinnetje klinkt zo banaal, want wat betekent “maandenlang hard werken” nu eigenlijk? Uiteraard slaat dit op het studieproces dat zich toelegt op de muzikale aspecten, maar tegelijk mag men het mentale gedeelte niet uit het oog verliezen. Veel van deze jonge muzikanten ervaren een hoge druk op de schouders die resulteert in stressvolle uitvoeringen. Uit cijfers leren we dat 80 tot 90% van de professionele muzikanten medicatie neemt net voor ze auditie doen. Grootheden als Maria Callas, Pablo Casals en Vladimir Horowitz hadden het zeer lastig in de laatste momenten voor ze het podium betraden[1].

Wanneer men de vergelijking maakt tussen de klassieke muziekwereld en topsport, kan men vaststellen dat er een groot verschil is in de wijze waarop muzikanten psychologisch worden begeleid. In de topsport weet men heel goed wat het betekent om in de spotlights te staan en welke gevolgen (positief en/of negatief) dat kan hebben op de prestatie. Daarom zijn er ook maar weinig sporters op hoog niveau die zich niet laten omringen door coaches, trainers, psychologen etc. Ondanks het feit dat muzikanten beseffen dat hun werk sterke overeenkomsten heeft met topsport, blijkt in de praktijk het spreken over stress en angsten een taboe. (dit kwam onder meer aan bod in het boek ‘Musiceren is topsport” van Bert De Cuyper, Griet Baert en Linde Verjans, alsook in het boek “De paradox van plankenkoorts” van Mieke Wouters )

Plankenkoorts uit zich in vele soorten zoals traumaplankenkoorts, paniekplankenkoorts, dwangplankenkoorts enzoverder. De plankenkoorts die heel regelmatig voorkomt is de sociale plankenkoorts. Typisch aan deze soort plankenkoorts is dat men zich veel zorgen maakt om wat een ander van hen denkt. Die ‘ander’ vindt zijn uitdrukking in de vorm van het publiek, de collega’s, de dirigent, de directeur en niet in het minst in zichzelf. Maar hoe komt het nu eigenlijk dat men daar als mens zoveel belang aan hecht? Hoe komt het dat men zich zo onzeker kan voelen ten aanzien van anderen?

Volgens Dr. Steve Peters heeft de mens zowel een ‘Chimp’ als een ‘Mens’ in zijn brein.
Een wilde chimpansee heeft een groep nodig. Zonder groep heeft een solitaire chimpansee veel minder overlevingskans en dat komt omdat het voor roofdieren dan gemakkelijker is om hem te vangen. Als de chimpansee echter lid is van een groep, dan zijn er veel meer ogen en oren die waakzaam zijn om hem te beschermen. Vandaar het sterke instinct  om zich te verzamelen als groep; verstoten worden uit de groep betekent vrijwel de dood. Die drang om erbij te horen is even sterk aanwezig in de innerlijke ‘Chimp’ in het brein van de mens. Het is een behoefte die zodanig krachtig is, dat de mens er heel veel voor over heeft, soms ten koste van zichzelf. Men wil zó graag geaccepteerd en goedgekeurd worden door de groep omdat de innerlijke Chimp van de mens hem vertelt dat er overal gevaar dreigt en men dus beter maar kan deel uitmaken van een groep. Dit resulteert in groepsdrang waarbij men denkt indruk te moeten maken op de ander, geen fouten te mogen maken en anderen al te vaak te ‘pleasen’.

Het feit dat men nood heeft aan mensen rond zich, is heel normaal en ook bevorderlijk voor het geluksgevoel. Wat men daarentegen niet uit het oog mag verliezen is, dat men niet iedereen te vriend kan zijn en dat dit ook zeker niet hoeft. Het is raadzaam om zich met enkele mensen te omringen waarvan men weet dat die volledig te vertrouwen zijn en die men heel graag ziet. Investeer in deze vriendschappen/liefdes en dat is voldoende. Men is nooit in staat om het iedereen naar de zin te maken, hoe graag de Chimp in de mens dat ook zou willen.

Ook sopraan Charlotte Wajnberg, laureate en publieksprijswinnares van de KEW in 2018, herkent de emoties die gepaard gaan met sociale plankenkoorts. Die gaat ze dan te lijf met een innerlijke peptalk waarin ze zich eraan herinnert dat ze 500% voorbereid is, dat ze haar uiterste best heeft gedaan en zal blijven doen en dat het publiek er niet zit om haar af te breken.

Naast de technische en muzikale voorbereiding, is ook de mentale voorbereiding heel belangrijk. In visualisaties stelt ze zich de kleinste details voor: hoe ze het podium opkomt, hoe ze zal bewegen en hoe ze na de uitvoering met een glimlach en een gevoel van dankbaarheid het podium afstapt. Juist omwille van deze intense en accurate voorbereiding, is het voor haar ook mogelijk om op het moment van de uitvoering ruimte te laten voor spontaniteit. Door via dagelijkse routines elementaire gewoontes te creëren, kan Wajnberg bij momenten van grote spanning hier steeds op terugvallen. Die routines zijn zowel technisch, zoals het opwarmen van de stem, maar ook structureel zoals het plannen van de dag. Op een dag van uitvoering zal ze indien mogelijk, haar vaste patroon bovenhalen. Voor haar is dat niet meer of minder dan het opnemen van haar professionele verantwoordelijkheid.

Het is boeiend om te weten dat ook muzikanten van haar niveau last hebben van dezelfde symptomen bij stress: een hoge hartslag, snelle ademhaling, het plots heel warm krijgen,… Die symptomen zijn allesbehalve aangenaam en bevorderlijk om te musiceren, maar eigenlijk is dit een manier van het lichaam om zichzelf te beschermen. De ‘Chimp’ denkt namelijk op momenten van stress dat het beter wegloopt, vecht of bevriest en om dit te bekomen, schiet er een fysiek mechanisme in gang (de befaamde Fight, Flight or Freeze respons). Hoge hartslag, snelle ademhaling, droge mond,… zijn daar uitingen van. Hoe contra-intuïtief het ook lijkt, de beste reactie hierop is dankbaarheid in plaats van strijdvaardigheid. Je lichaam bedanken omdat het zijn werk doet is zinvoller dan het te vervloeken om zijn eeuwenoude mechanismes.

Als mens blijft men dus maar zelden gespaard van belemmerende emoties en de bijwerkingen daarvan. Ieder op zich kan op zoek gaan naar zijn eigen manier om er mee om te gaan. Vaak is het diep ademhalen (hoe eenvoudig het ook klinkt) al direct een zeer grote hulp. Ook het weten wat men nodig heeft op zo’n moment, in de vorm van erkenning of bevestiging van zichzelf, zal een groot deel van de paniek oplossen. Grote drijfveren van de mens zijn de drang om graag gezien te worden en ergens bij te willen horen. Als men er in slaagt om deze fundamentele basisbehoeften te vervullen, kan men grote sprongen voorwaarts maken. Het is een continue proces dat alle ruimte laat voor ontwikkeling. Het goede nieuws is dus dat plankenkoorts aan te pakken valt; men hoeft er echt niet mee te blijven zitten!

tekst ingezonden door Tille Van Gastel,
professioneel fluitiste en performance coach met een specialisatie in plankenkoorts en faalangst

[1] Podiumangst. Pim Wippoo en Liesbeth Citroen

Referenties:

  • De Chimp Paradox. Dr. Steve Peters
  • De tijger ontwaakt. Peter A. Levine
  • Pim Wippoo en Liesbeth Citroen
  • Rob Faltin
  • De paradox van plankenkoorts. Mieke Wouters
  • Musiceren is topsport. Bert De Cuyper, Griet Baert en Linde Verjans

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: