Componerende vrouwen aan de piano: Clara Schumann

In de vierdelige serie Componeerde vrouwen aan de piano zetten we steeds één componiste in de kijker. Dit tweede artikel focust op niemand minder dan pianiste en componiste Clara Schumann (1819-1896), née Wieck. Ze was een van de grootste en invloedrijkste concertpianistes van haar tijd, de vrouw van een briljante maar moeilijke componist Robert en moeder van maar liefst acht kinderen.

Ook tegenwoordig is ze nog een van de bekendste vrouwelijke componisten. Dit vertaalt zich ook in Schumanns discografie. Ze is een van de vrouwelijke componisten waarvan het meeste muziek wordt opgenomen. Spijtig genoeg vindt haar oeuvre nog niet de weg naar hitparades zoals de Klara Top 100. In editie 2022 stonden er opnieuw geen werken van haar in de lijst. Sterker nog: slechts één werk van een vrouwelijke componist werd geselecteerd. Het Pianotrio in d Op.11: 2. “Andante espressivo” van tijdgenote Fanny Mendelssohn (1805-1847) op plaats 98 kwam deze eer toe.

Het wonderkind Clara

Clara Wieck werd in 1819 te Leipzig in een muzikale familie geboren. Haar vader Friedrich Wieck was een theoloog wiens hart naar muziek uitging. Hij begon een pianoschool en opende een partiturencentrum. Zijn liefde voor muziek gaf Friedrich aan zijn kinderen door. Alles werden ze in de kunst van de muziek door hem onderricht. Twee van zijn dochters, Clara en Marie, die talent toonde leidde Friedrich op tot concertpianisten. Zijn oudste zoon Woldemar werd componist.

Van de twee meisjes wist Clara het meeste succes te vergaren. Zij werd het uithangbord voor zijn pianoschool. Vanwege het succes van wonderkind Clara wist Friedrich steeds meer leerlingen te vergaren. Musici waaronder Robert Schumann, Hans von Bülow en Emilie Reichold behoorden tot zijn klas.

Friedrich spietste zich toe op de carrière van Clara. Hij organiseerde haar goed gevulde concertreizen en bepaalde haar programma. Muziek van Boheemse en Oostenrijkse componisten zoals Ignaz Moscheles en Henri Herz kwamen veelvuldig aanbod. Zo groeide haar reputatie als pianovirtuoos verder uit en op 19-jarige leeftijd werd de jong Clara in Wenen tot kaiserlich königliche Kammer-Virtuosin benoemd.

Op 21-jarige leeftijd trouwde Clara (tegen de zin van haar vader) met Robert Schumann (1810-1856) die ze via Friedrichs school in 1828 had leren kennen. Vanaf dan ging ze als Clara Schumann door het leven. Het huwelijk zette een rem op haar carrière. Robert wou namelijk niet dat ze nog verder werkte als concertpianiste aangezien dit hem zou afleiden van het componeren. In plaats daarvan spoorde hij haar aan om nieuwe muziek te leren kennen, de romantische ideaalstijl te bestuderen en  meer te componeren. Maar gezien de financiële situatie begon Clara toch terug op te treden. Weliswaar met nieuw repertoire. Clara begon composities van Beethoven, Bach en haar man in de concertprogramma’s te integreren.

Maar het merendeel van haar leven spendeerde ze aan het ondersteunen van haar man. Ze assisteerde bij Roberts orkest- en koorrepetities, tijdens zijn opname in de psychiatrische kliniek (in 1854) bleef ze het werk van haar man in leven houden door talrijke composities in haar concertprogramma’s op te nemen en na zijn dood spitste ze zich toe op het publiceren van Roberts oeuvre bij Breitkopf & Härtel.

De componiste

Clara begon al vroeg te componeren. Als kind kreeg ze van koorleider Christian Theodor Weinlig en kapelmeester Heinrich Dorn. Haar composities waren stukjes die ze voor zichzelf neerpende en waren virtuoze pianowerken. Na haar huwelijk met Robert die haar aanspoorde om meer in de romantische stijl te componeren, begon ze meer nadruk te leggen op harmonie. Zeker in haar liederen komen deze harmonische experimenten duidelijk hoorbaar tot klinken.

Hoe zeer ze voor haar pianokunsten geprezen werd, bleven haar composities op de achtergrond hangen. Het was moeilijk om erkenning te krijgen. “Het blijft het werk van een vrouw”, klonk het. Sommige recensenten weigerde een serieuze recensie te schrijven “omdat men hier met het werk van een dame van doen had”. Toch waren er anderen, onder wie Chopin, die wel over de kwaliteit van haar werk te spreken waren.

Na de dood van haar man Robert speelde ze op haar optreden ze wel nog eigen composities maar componeren deed ze niet meer.

Intiem op toetsen

Clara componeerde geen grote werken zoals symfonieën of opera. In plaats daarvan spitste ze zich toe op meer intieme genres zoals kamermuziek, liederen en natuurlijk werken voor pianosolo. De uitzondering is haar Pianoconcerto in A mineur Op. 7. Ze voltooide het werk in 1835 en speelde op 16-jarige leeftijd de premier ervan datzelfde jaar op 9 november onder de baton van Felix Mendelssohn. Tegenwoordig is het een concerto dat niet frequent gespeeld wordt.  Wat jammer is want dit piano-gedomineerde werk bevalt zoveel prachtige thema’s. De Venezolaans-Amerikaanse pianiste Gabriela Montero bracht in 2020 samen met het National Arts Centre Orchestra of Canada hiervan een geweldige vertolking op cd. Met virtuoze theatraliteit opent Montero de eerste beweging en ze zet meteen de toon voor wat komt. Ook de uitgebreide pianosolo in de tweede beweging brengt ze met verbluffende, lyrische acrobatie. Wanneer de pauken de overgang van het tweede naar het derde deel aankondigen, begint de marathon voor de pianist pas. Met een spel tussen piano en houtblazers, virtuoze loopjes in de hoge registers en een dramatisch orkestratie eindigt deze laatste beweging dit pluralistisch concerto.

Een gelijkaardige variëteit manifesteert zich ook in Clara’s werken voor pianosolo. De Italiaanse pianiste Angela Tirino bracht in 2022 een album uit met de vroege werken van Clara Wieck. Onder meer de 4 Polonaises, Op.1 (1831) kwamen aanbod. Uiteraard bevatten deze vier korte werken de verwachte kernmerken van een polonaise. Het dansachtige, ternaire metrum (3/4) en de typische polonaise-ritmiek is in alle vier aanwezig. Maar Clara’s speelse kant is kenbaar. Zeker in “Polonaise 3” valt de chromatische obscuriteit duidelijk in het oor. Het zijn deze onverwachte, harmonische wendingen die de muziek in Clara’s kleuren schilderen.

Ook in haar latere werken blijft dit prominent aanwezig. Zo wordt ook de Pianosonate in G mineur (1841-42) door virtuoze loopjes en rijke harmonieën gekenmerkt. De vertolking door Isata Kanneh-Mason etaleert dit mooi. En zeker ook de liederen worden gekenmerkt door subtiele, harmonische verassingen. De uitvoering door Dorothea Craxton met Hedayet Djeddikar aan de pianoforte brengen dit romantische idioom fijnzinnig tot leven.

Luistertips

  • WIE: Gabriela Montero [piano], National Arts Centre Orchestra o.l.v. Alexander Shelley
  • WAT: Clara, Robert, Johannes
  • UITGAVEN: Analekta AN 2 8877 EP
  • BESTELLEN: JPC
  • WIE: Angela Tirino [piano]
  • WAT: The Young Clara: Piano Works Vol.1
  • UITGAVEN: Urania
  • BESTELLEN: JPC
  • WIE: Isata Kanneh-Mason [piano], Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Holly Mathieson
  • WAT: Romance – The Piano Music of Clara Schumann
  • UITGAVEN: Decca
  • BESTELLEN: JPC
  • WIE: Dorothea Craxton [sopraan], Hedayet Djeddikar [piano]
  • WAT: Clara Schumann: Complete Songs
  • UITGAVEN: NAXOS
  • BESTELLEN: JPC

Meer in deze serie