Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Berlioz en Tsjaikovski in een meeslepende dialoog in de Grand Manège

Tijdens het weekend van 21 en 22 februari 2026 bracht het Belgian National Orchestra onder leiding van Eva Ollikainen een programma dat volledig in het teken stond van romantische intensiteit en existentiële diepgang: Harold en Italie van Hector Berlioz en de Zesde symfonie van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Wij kozen ervoor om de uitvoering van 21 februari in de Grand Manège in Namen bij te wonen. Dat betekende een iets langere verplaatsing, maar de keuze bleek meer dan verantwoord. De heldere, ruime en aangenaam verluchte zaal bood een luistercomfort dat men in de vaak te warme en minder frisse Henry Le Boeufzaal van Bozar niet altijd ervaart. Muziek als deze vraagt ademruimte – zowel letterlijk als figuurlijk.

Wat dit programma bijzonder sterk maakte, was de onderlinge samenhang tussen beide werken. Hoewel Berlioz en Tsjaikovski door zowat zestig jaar en enkele duizenden kilometers van elkaar gescheiden zijn, delen zij eenzelfde romantische gevoeligheid: een uitgesproken subjectiviteit, een fascinatie voor het innerlijke landschap en een orkestrale taal die emoties niet verhult, maar uitvergroot. De combinatie van deze twee partituren gaf de avond een extra dramatische gelaagdheid. De introspectieve doling van Berlioz’ Harold vond als het ware een verre echo in de existentiële wanhoop van Tsjaikovski’s laatste symfonie. Daardoor werd het geen louter chronologische opeenvolging van twee meesterwerken, maar een doordacht opgebouwde spanningsboog.

Berlioz: een dolende ziel met altviool

Harold en Italie is geen klassiek concerto, maar een hybride werk waarin de altviool als contemplatieve reiziger doorheen orkestrale landschappen zwerft. Antoine Tamestit gaf dat zwervende personage een uitzonderlijke gelaagdheid. Zijn toon was warm en kernachtig, zonder ooit zwaar te worden. Hij koos niet voor nadrukkelijke virtuositeit, maar voor een vertellende benadering waarin kleur en frasering centraal stonden.

Wat vooral trof, was de natuurlijke manier waarop Tamestit zich in het orkestweefsel inschreef. De balans tussen solist en orkest was voorbeeldig. Ollikainen bewaakte zorgvuldig de transparantie van Berlioz’ vaak fijnzinnige orkestratie, zodat de altviool nooit overstemd werd, maar ook nooit kunstmatig naar voren werd geduwd. In het tweede deel, met zijn processie-achtige karakter, ontstond een bijna ingetogen sfeer van verstilling, waarin orkest en solist elkaar in een subtiel spanningsveld ontmoetten. De finale bracht scherpere contrasten en meer dramatische accenten, die door het orkest met precisie en energie werden neergezet.

Tsjaikovski: de onontkoombare zwaarte van de Zesde

Na de pauze volgde Tsjaikovski’s Zesde symfonie, de “Pathétique”. Ollikainen koos voor een lezing die emotioneel geladen was, maar nooit sentimenteel. Het eerste deel werd organisch opgebouwd, met een duidelijke spanningsboog en zorgvuldig gedoseerde climaxen. De thematische tegenstellingen werden helder uitgewerkt, zonder dat de grote lijn uit het oog werd verloren.

Het asymmetrische walsritme van het tweede deel kreeg een lichte ironie, terwijl het scherzo indrukwekkend werd opgebouwd tot een schijnbaar triomfantelijk hoogtepunt. Het orkest klonk hier homogeen en krachtig, met een trefzeker koper en energieke strijkers. Dat het publiek het applaus inhield tot na het slotdeel, versterkte de dramatische impact van het werk.

In dat laatste deel kwam de existentiële kern van de symfonie volledig tot ontplooiing. De strijkers speelden met een zachte maar intense gedragenheid, die in de akoestiek van de Grand Manège bijzonder mooi tot haar recht kwam. De ruimte liet de klank ademen en gaf de pianissimo-passages een bijna tastbare spanning. Het slot, langzaam wegstervend, werd met een opmerkelijke concentratie gebracht. De stilte die volgde, was geen formaliteit, maar een vanzelfsprekend verlengstuk van de muziek.

Het Belgian National Orchestra bevestigde met dit concert zijn hoge niveau. Eva Ollikainen toonde zich een dirigente met een helder concept en een scherp gevoel voor dramaturgie, terwijl Antoine Tamestit met zijn doorleefde vertolking van Harold en Italie een blijvende indruk naliet. In de combinatie van deze twee werken schuilde een bijzondere kracht: twee stemmen uit verschillende tijden en plaatsen die, eenmaal naast elkaar geplaatst, een verrassend coherente en indringende muzikale dialoog aangingen.

Details:

Titel:

  • Berlioz en Tsjaikovski in een meeslepende dialoog in de Grand Manège

Wie:

  • Antoine Tamestit - Altviool (Harald en Italie)
    Eva Ollikainen - dirigente
    Belgian National Orchestra

Waar:

  • Grand Manège, Namur

Wanneer:

  • 21 februari 2026

Foto credentials:

  • Jacques Kinnaer

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR