In een wereld die vierkant draait, geopolitieke onrust, een Trump die alsmaar driester te werk gaat, het protest in Iran tegen het schrikbewind van ayatollah Khameini, enz… enz… is het een troost je even te kunnen onderdompelen in een concert met de naam ‘Get Happy’, een opkikker van formaat. Muziek als verbindende kracht die verschillen overstijgt.
We staan er niet genoeg bij stil, maar we mogen onze zegeningen koesteren. Het werd weer een indrukwekkende muzikale trip: uitbundig, bruisend, vol energie. Sopranen Lissa Meyvis en Alexandra Franck, begeleid door klassiek pianist Lester Van Look voelen zich op de bühne als in een speelgoedwinkel. Met durf en originaliteit breien ze diverse stijlen aan elkaar tot een gesmaakte, fantasierijke muzikale reis in een uitgepuurde klankenharmonie. Het geheel wordt met hier en daar een kwinkslag en wat filosofische overpeinzingen gelardeerd.
Lissa Meyvis bijt de spits af met het nummer ‘Happy days are here again’, muziek Milton Ager, lyrics Jack Yellen. Laat het ons omschrijven als wishfull thinking. Een nummer uit 1929 waar geen sleet op komt en nog altijd niets aan relevantie verloren heeft,
Aansluitend een duet ‘Peas in a Pod’ van Grey Garden & Scott Frankel, te interpreteren als twee handen op een buik. Een song uit de musical ‘Grey Gardens’. Lester Van Loock zorgt voor een pittige pianobegeleiding.
De beurt aan Alexandra Franck om te schitteren in het jazzy gezongen nummer ‘Get Happy’ een compositie van Harold Arlen geschreven in 1930. Het werd pas in 1950 enorm populair door de versie van Judy Garland in de film ‘Summer Stock’.
Het ‘Kattenduet’ Duetto buffo di due gatti van Gioachino Rossini is een populair werk voor twee sopranen. Beide dames leven zich compleet uit in het kattige gebekvecht toonladder op en af, speels en uitdagend. Alles wordt uit het kattenarsenaal gehaald: grauwen, blazen, klauwen, miauwen… Heerlijk.
‘Mein Herr Marquis’ de beroemde vrolijke aria, bekend als het lied van de lach, uit de operette ‘Die Fledermaus’ van Johan Strauss II is dan weer een kolfje naar de hand van Lissa Meyvis. Met het grootste gemak dompelt ze zich van de ene situatie en sfeer in de andere. Dienstmeid Adèle bezoekt vermomt het feest van haar baas die haar niet herkent. Haar mimiek en lichaamstaal zijn hartveroverend en toveren een glimlach op je gelaat.
‘Eifersuchtsduet’ uit ‘Die Dreigroscheroper ‘ van Kurt Weill is een bekend nummer waarin de rivaliteit tussen de personages Polly Peachum en Lucy Brown om de gangster Mackie Messer op de spits gedreven wordt, een moment van ruzie en humor. Lissa an Alexandra bakkeleien er op los. Geen katjes om zonder handschoenen aan te nemen!
Het volgende nummer ‘Maybe this Time’ uit de film ‘Cabaret’ ademt een heel andere sfeer: intimistisch, hoopvol: “Lady peacefull, lady happy, that’s all I want te be’. Lissa brengt het op een heel ontroerende, doorvoelde manier.
Alexandra zoekt dan weer haar heil in de operawereld met de aria van de courtisane Magda ‘Chi il bel sogno de Doretta’ van Gioachino Puccini. De intro is een cadanza voor piano waarna het hoofdpersonage uit ‘Ondine’ haar liefdesdroom zingt… een romantische, eenvoudige liefde, weg van haar losbandige leven in Parijs.
Tijd voor instrumentaal werk. Lester Van Loock speelt het sprankelende impressionistische ‘Ondine’ uit ‘Gaspard de la Nuit’ van Maurice Ravel, omschreven als een van de moeilijkste pianopartituren: een waterval van klanken.
Uit de nalatenschap van Charles Aznavour zingt Lissa Meyvis het mooie ‘Sa jeunesse’ .
Dit chanson gaat de filosofische toer op: we beseffen vaak niet wat we hebben, tot we het kwijt zijn! Een en al melancholie met een prachtige intro op de piano.
Alexandra brengt een Nederlandstalige versie van ‘Send in the Clowns’ van Stephen Sondheim lied uit de musical ‘A Little Night Music’ uit 1973, een bewerking van Ingmar Bergmans film ‘Smiles of a Summer Night’. Een ballade waarin het hoofdpersonage mijmert over de ironie en teleurstellingen van haar leven.
Deel één wordt afgerond met het duet ‘Don’t Rain on My Parade’ uit Funny Girl, een strijdlied, een krachtige boodschap over vastberadenheid en het najagen van succes.
Na de pauze is sopraan Alaxandra Franck eerst aan zet met een nummer van Mack Gordon en Harry Warren ‘At Last’, een iconisch liefdeslied met ook al een lange geschiedenis. Het werd voor het eerst voor het voetlicht gebracht door het orkest van Gllenn Miller in 1941.
Alexandra en Lissa dompelen zich even in een mini identiteitscrisis in het nummer ‘I’m a Person Too’ uit de liedcyclus van Leonard Bernstein ‘I hate music: A Circle of Five Kid Songs’ geschreven voor sopraan met pianobegeleiding. Kinderliedjes die Bernsteins gevoelens voor muziek op een luchtige, maar ontroerende manier uitdrukken.
Lissa verrast met een prachtig iedje op tekst van Annie M.G. Schmidt ‘Stekelvarkentjes Wiegelied’ een fantasievolle verkenning van het dierenrijk.
Toetsenvirtuoos Lester Van Loock pakt uit met een tweede aartsmoeilijk pianowerk ‘Prelude op.32 nr.12’ van Sergej Rachmaninoff. Het stuk staat bekend om zijn vloeiende arpeggio’s. Een prachtige interpretatie weer. Hij zoekt naar de vrijheid die de componist in zijn partituur stak.
Weer een duet ‘Sull’aria’ uit ‘Le nozze di Figaro’ van Mozart, we zijn getuige van een complot: Suzanne en de gravin stellen een amoureuze brief op om Figaro in de val te lokken. Met sensualiteit en een flinke bak charisma wordt dit een pareltje van samenzwering.
Alexandra brengt op een doorvoelde manier ‘I’m here’ een compositie van Brenda Russell & Allee Willis , een krachtig nummer uit de musical en film ‘The Color Purple’. Het is een centraal nummer dat de transformatie van slachtoffer naar triomferende vrouw verhaalt.
Het is snoepen van ‘Ah, qu’il est beau le soleil’ van woordkunstenaar Toon Hermans. Lissa Meyvis weet er weg mee en laat het nummer vocaal en met mimische subtiliteit en stemzetting sprankelen.
’Und ob die Wolke sie verhülle’ uit de opera ‘Der Freischütz’ van Carl Maria von Weber. De grootsheid van de natuur wordt beschreven en de geheimzinnige macht van het kwaad.
Als voorlaatste lied zingen Alexandra en Lissa ‘Die Schwestern’ van Johannes Brahms met een vrolijke speelse melodie en harmonieën. Ook hier wordt de tekst beleefd met lijf en mimiek en eindigen met ‘Happy Days’ en ‘Get Happy’.
De cirkel is rond. Missie geslaagd.



