Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Nieuws

Alena Baeva keert terug naar Sjostakovitsj

W
· 8 min lezen
Deel dit artikel
Alena Baeva keert terug naar Sjostakovitsj
© Matthew Johnson, George Etheredge

In 2005 stond Alena Baeva in de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel, waar ze Sjostakovitsj' Eerste Vioolconcert speelde. Eenentwintig jaar later keert ze terug met datzelfde werk, maar als een heel andere musicus. Tijdens een interview vertelt ze aan Werner De Smet: "Ik ben sindsdien enorm veranderd als musicus. Ik zou zeggen dat ik een muziekmaker ben geworden, terwijl ik in 2005 muziek eerder 'reproduceerde'. Sindsdien heb ik veel bewustere ideeën ontwikkeld over hoe ik speel, waarom ik speel, en over hoe de stukken die ik speel zich verhouden tot tijd in muziek."

Aan de wedstrijd zelf bewaart Baeva vooral warme herinneringen: de zorg, de liefde, de mensen die ze ontmoette. Maar de finale zelf verliep allesbehalve vlekkeloos. Iemand zou tien minuten voor haar optreden op haar kleedkamerdeur kloppen, het teken om zich om te kleden in haar concertjurk – een jurk met tal van knoopjes. Toen ze uiteindelijk zelf begon te wisselen van kledij, werd haar plots gezegd dat ze onmiddellijk het podium op moest, terwijl ze nog worstelde met de jurk. "Ik herinner me dat veel levendiger dan het optreden zelf," lacht ze.

Een reis door architectuur en emotie

Alena Baeva _ credit George Etheredge DSC0422Over het concerto van Sjostakovitsj spreekt Baeva met grote betrokkenheid. Ze speelde het al talloze keren en noemt het "een kostbaar werk" waarmee ze is opgegroeid: "Geen enkel ander concerto ontvouwt zich op zo'n opmerkelijke manier. Elk deel is architectonisch opgebouwd. Het neemt je mee op een reis." De Passacaglia vormt voor haar het emotionele hart van het werk. Daarin bevindt zich een immense cadens, uniek in het vioolrepertoire: "Er bestaat geen andere cadens zoals die, in geen enkel ander vioolconcerto. Dat is het genie van Sjostakovitsj. Het is een van zijn beste werken, en ik ben gewoon bevoorrecht het telkens opnieuw te mogen beleven." Ze speelde het concerto recent al met dirigent Kazushi Ono tijdens een tournee in Tokio en kijkt ernaar uit opnieuw met hem samen te werken, nu met Brussels Philharmonic op zaterdag 3 oktober in Flagey.

Het Eerste Vioolconcerto werd geschreven in 1947-48, maar kon door de politieke context pas na Stalins dood worden uitgevoerd. Voor Baeva is die geschiedenis onlosmakelijk verbonden met de muziek zelf: "De taal van Sjostakovitsj is de taal van de tijd, een soort tijdmachine die je naar een andere realiteit brengt – de realiteit van de tijd waarin hij leefde." Ze wijst op het sarcasme en de verborgen boodschappen in zijn muziek, naast veel vreugde die bij nadere beschouwing vaak eerder pijn blijkt te zijn. In zijn tijd heerste er volgens haar veel gevaar en angst: "Op elk moment kon je buurman 's nachts worden weggehaald uit zijn appartement, en niemand wist waarheen." Sjostakovitsj hield alles heel dicht bij zijn hart en probeerde zijn vele vrienden te beschermen: "Dat is een angstaanjagende en tragische realiteit, heel traumatisch." Toch slaagde hij er volgens Baeva in die werkelijkheid niet alleen waar te nemen en uit te drukken in muziek van het hoogste niveau, maar haar ook te overstijgen, want "zijn muzikale taal draagt zoveel hoop en verbeelding in zich. Ze toont de schoonheid van het leven, wat zijn muziek zo bijzonder maakt."

Op zoek naar muziek die opnieuw ontdekt wordt

Baeva vertelt dat ze zich vaak verliefd voelt worden op muziekstukken en bijzonder nieuwsgierig blijft naar nieuw repertoire. Er zijn stukken die ze graag keer op keer speelt. Ze noemt onder meer het Vioolconcerto van Schumann – dat ze als kind niet kende maar later ontdekte, en dat ze een van de meest bijzondere vioolconcerten noemt – en dat van Bartók als grote liefdes. Er is volgens haar ontzettend veel prachtige muziek, maar soms had een componist eenvoudigweg niet het geluk dat een bepaald werk voldoende bekend raakte, of kende het stuk een bijzondere ontstaansgeschiedenis waardoor het generaties lang onzichtbaar bleef. "Het is onze taak om die stukken naar het publiek te brengen. Uiteindelijk beslist de tijd," zegt ze, en verwijst naar Szymanowski, wiens populariteit de afgelopen tien jaar sterk toenam, terwijl hij vijftig jaar geleden veel minder geliefd was: "Het evolueert echt, en het is spannend om daar deel van uit te maken."

Haar leermeesters

Veel van wat Baeva vandaag belangrijk vindt als musicus, kreeg ze mee van haar leraren. Van Olga Danilova, haar eerste lerares van haar vijfde tot haar tiende, kreeg ze de fysieke basis van het vioolspelen mee, maar ook de vreugde van optreden en het leren van nieuwe stukken. Eduard Grach, bij wie ze in Moskou studeerde, wilde dat zijn leerlingen iets betekenisvols te zeggen hadden en dat ook luidop lieten horen; hij gaf haar bovendien lessen in podiumpraktijk en aanwezigheid op het podium, en in de praktische kant van het spelen met een orkest. Shlomo Mintz liet haar op vijftienjarige leeftijd ontdekken dat je een partituur kunt openen en kijken waar een frase naartoe gaat, zonder viool – een openbaring die haar leerde écht te luisteren en dat luisteren los te koppelen van verwachtingen en vooroordelen.

Ida Haendel toonde haar een aanstekelijke, kinderlijke liefde voor muziek. Toen Baeva vroeg of ze zich niet verveelde na zoveel uitvoeringen van Tsjaikovski's vioolconcert, keek Haendel haar bijna beledigd aan en zei: "Dit is zo'n ongelooflijk mooi stuk muziek. Ik heb het geluk het telkens opnieuw te mogen spelen. Het is echt een voorrecht." Boris Gorlitsky bracht haar verfijning en stijl in details bij. Rostropovich straalde een energie uit die je tot tien meter in de omtrek kon voelen, en leerde haar niet bang te zijn voor muzikale doelen die op dat moment onbereikbaar leken. Violist Robert Mann drukte haar op het hart: "Een mooie klank is als een mooi meisje zonder karakter – er moet iets zijn dat je stoort. Het kan niet gewoon goed of mooi of leuk zijn. Het moet echt zijn." Haar grootste inspiratiebron was Seiji Ozawa: "Hij was zelf muziek, op de een of andere manier – zo'n gulle mens en musicus, zo bescheiden en zo vol leven. Op elk moment droeg hij zijn liefde voor muziek met zich mee." Van hem leerde ze dat er geen juiste of foute manier is om muziek te voelen – het is altijd, altijd juist.

Nooit routine

Alena Baeva _ credit George Etheredge DSC0199Na meer dan twintig jaar concertervaring heeft Baeva een groot deel van het vioolrepertoire talloze keren gespeeld. Toch probeert ze routine bewust te vermijden. Ze verandert steevast haar werkwijze voor een concert en wil dingen bewust anders aanpakken, om niet gewend te raken aan één bepaalde manier van voorbereiden of het spelen van een frase. Zodra ze een manier vindt om iets te benadrukken, probeert ze het de volgende keer alweer net iets anders te doen, "omdat ik denk dat ik het moet voelen om het oprecht te laten zijn." Ze vermijdt bewust het herhalen van reeds bekende, eerder gevonden oplossingen. Tijdens het oefenen vindt ze voor elk concert weer nieuwe vingerzettingen en strijkstoktechnieken, en heeft ze soms moeite om ze allemaal te onthouden: "Het gevaar is niet dat ik me verveel – het gevaar is dat ik niet alle nieuwe dingen onthoud die ik net heb gevonden."

Wat maakt voor Baeva het verschil tussen een goede en een werkelijk inspirerende samenwerking? Ze staat over het algemeen open voor nieuwe ideeën en houdt ervan verschillende benaderingen te horen. Ze raakt het meest geïnspireerd door musici die iets nieuws creëren, die kennis of inzichten hebben over een stuk, een componist, een tijdperk of kunst in het algemeen – en zelfs als ze een bepaalde visie niet deelt, blijft ze nieuwsgierig genoeg om het uit te proberen. Maar het wordt pas echt bijzonder wanneer zij en haar muzikale partners – dirigent, orkest of kamermuziekpartner – dezelfde muzikale waarden delen: vrijheid, spontaniteit en kwetsbaarheid: "Mijn ultieme doel bij optredens is de muziek echt tot leven te brengen: ademend en veranderend. Ik ben in de wolken wanneer we samen muziek kunnen maken in die geest."

Muziek als ademhaling

Op de vraag of er een moment was waarop ze heel sterk voelde waarom ze viool speelt, antwoordt Baeva dat spelen voor haar zo natuurlijk is als ademhalen: "Soms is het een meditatie, soms een spel, soms leer ik van mezelf, soms is het een atletische uitdaging." Vioolspelen is voor haar zoveel verschillende dingen tegelijk, dat ze het niet als één specifieke activiteit ziet – het is gewoon deel van haar leven, dat dag na dag evolueert.

Ze vat het zelf treffend samen: "Ik heb kunst nodig in mijn leven, en dit is de kunstvorm die ik ken. Er zijn zoveel manieren om van muziek te genieten en te communiceren – voor mij is het allemaal met elkaar verbonden."

Vlak na het concert

Op vrijdag 9 oktober – een paar dagen na het concert met Brussels Philharmonic – brengt Alena Baeva haar nieuwe Alpha Classics album uit. Daarop klinken vioolconcerten van Strauss & Bartók, uitgevoerd samen met The Deutsche Kammerphilharmonie Bremen onder leiding van Paavo Järvi.

 

Concertinformatie vindt u hier: https://www.brusselsphilharmonic.be/nl/concerten/shostakovich-prokofiev-6-03-10-2026

Details

Brussels Philharmonic
Website
Foto credentials
Matthew Johnson, George Etheredge
Deel dit artikel
NL