Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Ademende romantiek: Mendelssohn en Schumann onder Herreweghe

Wie een avond Mendelssohn en Schumann op het programma ziet staan, betreedt een vertrouwd maar rijk landschap. In de Koningin Elisabethzaal toonde het Antwerp Symphony Orchestra op donderdag 30 april, onder leiding van ere-dirigent Philippe Herreweghe, hoe helderheid en visie nog steeds richting kunnen geven aan deze muziek. Met Kristian Bezuidenhout als solist kreeg de avond bovendien een uitgesproken en persoonlijk profiel.

De ouverture tot A Midsummer Night’s Dream van Felix Mendelssohn (1809-1847) kreeg een lezing die meteen de juiste toon trof: licht, glanzend en natuurlijk van adem. Herreweghe hield de muziek bewust slank en beweeglijk, waardoor het geheel als vanzelf begon te sprankelen. De strijkers gaven een soepele ondergrond, terwijl de houtblazers zich met een bijna speelse vanzelfsprekendheid door het klankweefsel bewogen. Opvallend was hoe verzorgd en trefzeker de inzetten klonken, wat de indruk gaf van een orkest dat elkaar moeiteloos vindt. De elfenwereld ontvouwde zich zo in alle lichtheid en verfijning, met een vanzelfsprekende charme die het publiek meteen voor zich won.

Dat spanningsveld vond een natuurlijk vervolg in Mendelssohns Tweede pianoconcerto – een werk dat nog te vaak stiefmoederlijk wordt behandeld, terwijl het juist in zijn melodische rijkdom zo’n directe charme bezit. Kristian Bezuidenhout koos niet voor het grote gebaar, maar voor de intimiteit van het samenspel, en plaatste zich van meet af aan als partner binnen het geheel.

Zijn spel had iets ontwapenend: licht, veerkrachtig en gedragen door een zacht, fijnzinnig toucher dat de muziek een haast vanzelfsprekende elegantie meegaf. In de tweede beweging, waar de pianist meer ruimte krijgt om het woord te nemen, werd die benadering bijzonder tastbaar. De solopassages ontvouwden zich met een natuurlijke ademhaling, als een muzikale gedachte die zich zonder nadruk laat volgen – een moment van verstilling, bijna tijdloos van karakter.

In de snellere delen hield Bezuidenhout het discours helder en speels, zonder de lijn uit het oog te verliezen. Herreweghe waakte intussen over een begeleiding die nooit louter ondersteunend werd: het orkest omhulde de piano met een warme, transparante klank en liet de dialoog zich organisch ontwikkelen. Zo groeide een uitvoering waarin solist en orkest elkaar als vanzelf vonden in een gedeelde muzikaliteit – soepel van adem en vanzelfsprekend in samenhang.

Als bisnummer koos Bezuidenhout voor het intieme Duetto uit de Lieder ohne Worte van Felix Mendelssohn – een keuze die nauwelijks treffender had kunnen zijn. De zaal doofde langzaam uit, het licht trok zich terug tot rond de piano, en alles verstilde wat nog restte van het concertgewoel.

In die stilte liet Bezuidenhout de twee stemmen van het stuk als schaduwen om elkaar heen bewegen: zoekend, rakend, weer loslatend. Het spel kreeg iets broos en tegelijk onvermijdelijks, alsof de muziek zich ter plekke ontvouwde en weer oploste. De zaal hield de adem in, gevangen in een moment dat zich moeilijk laat vastleggen. Het was zo’n afsluiting die niets wil toevoegen, maar alles samenvat – en tegelijk herinnert aan hoeveel onopvallende schoonheid er nog schuilt in Mendelssohns pianomuziek.

Na de pauze verschoof het zwaartepunt naar de Symfonie nr. 3 ‘Rheinische’ van Robert Schumann (1810-1856). Waar dit werk te vaak in brede romantische penseelstreken wordt uitgesponnen, koos Philippe Herreweghe voor een lezing die van meet af aan van binnenuit gespannen bleef: geen retorisch gebaar om het gebaar, maar een gestage zoektocht naar samenhang, adem en richting.

Wat daarbij vooral opviel, was de haast vanzelfsprekende vertrouwelijkheid tussen dirigent en orkest. Herreweghe hoefde de muziek nauwelijks te modelleren: kleine, bijna onzichtbare gebaren volstonden om de klank te laten ademen, te verschuiven en te kleuren. Daardoor kreeg de symfonie van bij de eerste inzet een natuurlijke stroom, helder en soepel, maar met een onderhuidse spanning die zich doorheen het hele werk bleef voortzetten.

Binnen die beweging ontvouwde zich een opvallende samenhang over alle delen heen. De meer lyrische passages kregen ruimte en warmte, terwijl de beweeglijke momenten licht en transparant bleven, zonder hun richting te verliezen. Subtiele tempoverschuivingen – kleine versnellingen en vertragingen – werden niet als ingrepen ervaren, maar maakten deel uit van de natuurlijke muzikale adem.

In de vierde beweging, met haar verstilde verwijzing naar de Dom van Keulen, werd die benadering bijna tastbaar geconcentreerd. Herreweghe vermeed elk spoor van monumentale nadruk en hield de muziek eerder sober en naar binnen gekeerd, wat haar juist een diepere intensiteit gaf dan vaak in deze symfonie wordt bereikt.

Daarna opende de finale zich niet als contrast, maar als logische voortzetting van wat voorafging. De opgebouwde spanning vond er een uitweg in beweging en lichtheid, waarbij de muziek haar energie opnieuw naar buiten richtte zonder haar innerlijke samenhang te verliezen.

Zo ontstond een Schumann die niet uit losse episodes bestond, maar uit één doorlopende ademstroom – gedragen door een orkest en dirigent die elkaar in deze partituur duidelijk gevonden hadden, en haar met een vanzelfsprekende helderheid lieten spreken.

Wat deze avond uiteindelijk typeerde, was de consequente keuze voor helderheid, balans en structuur, zonder dat de romantische adem ooit verloren ging. Alles stond in dienst van een transparante lezing die de muziek ruimte gaf om te spreken. Het leverde geen overweldigend spektakel op, maar wel een uitvoering die overtuigde door haar integriteit en innerlijke logica. Mendelssohn en Schumann klonken hier niet als vehikels voor emotionele overdaad, maar als componisten van nuance en precisie.

Daarbovenop viel doorheen de avond het uitgesproken spelplezier van het Antwerp Symphony Orchestra op: een voelbare overgave aan deze partituren, waarin vakmanschap en enthousiasme elkaar versterkten.

Uiteindelijk onderscheidde zich geen avond vol originaliteit, maar één van consequente keuzes. Herreweghe en zijn musici zochten geen effect, maar betekenis; geen grandeur om de grandeur, maar muziek die in haar eigen helderheid volledig tot haar recht kwam – eenvoudig, eerlijk en overtuigend in elk detail.

Details:

Titel:

  • Ademende romantiek: Mendelssohn en Schumann onder Herreweghe

Wie:

  • Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Philippe Herreweghe met Kristian Bezuidenhout, piano

Waar:

  • Elisabethzaal, Antwerpen

Wanneer:

  • 30 april 2026

Foto credentials:

  • Marco Borggreve

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– advertentie –