Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

Van Vltava tot Mother Earth en Tuonela: een concert als indringend spanningsveld

In de Henry Le Bœufzaal vond op zondag 3 mei een namiddagconcert plaats dat ijzersterk als geheel was opgebouwd. Drie muzikale werelden stonden niet naast elkaar, maar grepen in elkaar: romantische verbeelding, hedendaagse urgentie en mythisch geheugen. Onder leiding van Michael Schønwandt toonde het Belgian National Orchestra (BNO) zich uitzonderlijk flexibel en expressief, zowel in klank als in benadering. Wat te horen was, was geen louter spelend ensemble, maar een orkest dat de verschillende partituurlogica’s overtuigend beheerste en ze als één doorlopende spanningsboog presenteerde. De natuur fungeerde daarbij niet als decor, maar als een actieve, sturende kracht.

Smetana herlezen

Vltava van Bedřich Smetana (1824-1884) opende als een ogenschijnlijk vertrouwd stroombeeld, maar onder Schønwandts leiding werd al snel duidelijk dat het hier niet om louter illustratieve romantiek ging. De vinnige inzet, met fijnzinnige houtblazers en een warme strijkersklank, zette meteen spanning neer. Het begin klonk niet als een eenvoudige beek, maar als een gerichte beweging richting Praag, met behoud van het organische karakter. Door de transparante orkestklank klonk de muziek niet als decor, maar als een duidelijk opgebouwde muzikale stroom. Het middendeel kreeg een ingetogen karakter, in scherp contrast met de onderliggende drijfkracht. Zo verscheen Smetana’s natuur niet als passief landschap, maar als drager van historische en nationale betekenis.

Klank als ecologische spanning

Daarna kwam het zwaartepunt van de namiddag: Mother Earth van Fazıl Say (°1970). Het werk situeert zich binnen Say’s uitgesproken ecologische engagement en zijn bezorgdheid om de fragiliteit van de planeet – een thematiek die hij niet in retorische beelden, maar in intrigerende muzikale spanning en weerstand tot uiting bracht. Wie het stuk reduceert tot natuurcommentaar, mist de kern: het is geen pastorale klaagzang en geen programmatische waarschuwing in enge zin, maar een werk waarin de aarde zelf lijkt te verschuiven onder druk.

In tegenstelling tot Say’s meer introspectieve werken zoals Black Earth, waarin klank nog wortelt in een bijna archeologisch geheugen van Anatolische melodiek en stilte, presenteerde Mother Earth zich als een compositie zonder rustpunt. Alles stond onder spanning: lyriek was nooit onschuldig, ritmiek nooit neutraal. De rijkgeschakeerde orkestratie liet voortdurend nieuwe facetten horen: vogelgeluiden, wind, ritmische erupties en klankvelden die als verschillende gedaanten van de aarde opdoemden.

De pianopartij – door Say zelf gespeeld – functioneerde daarbij niet als virtuoos uithangbord, maar als katalysator van energie. Zijn spel was fysiek geladen, soms bijna anti-lyrisch in zijn directheid. Akkoorden werden niet opgebouwd maar neergezet; frasen niet afgerond maar afgebroken of doorgeduwd. Daardoor zweefde de piano niet boven het orkest, maar groef hij zich erin in. Tegelijk bleven de melodieuze pianosolo’s en afwisselende ritmes een belangrijke drager van expressie, in een hechte symbiose met het BNO. Dat orkest reageerde niet begeleidend, maar als tegenkracht en echo tegelijk. Wat ontstond, was geen dialoog in evenwicht, maar een systeem in spanning – precies daar waar het werk zijn existentiële lading vond: de mens niet tegenover, maar midden in een instabiele natuur.

Juist in die consequente spanningsopbouw lag de impact van de uitvoering. Het werk hield van begin tot einde in zijn greep, riep vragen op zonder ze te willen oplossen, en drong zich zo op als een zeldzaam overtuigende hedendaagse partituur. Als luisteraar werd je voortdurend in spanning gehouden, wachtend op wat zich vervolgens zou ontvouwen. Dat het BNO onder leiding van Schønwandt de broze balans tussen controle en ontwrichting zo scherp wist te realiseren, en dat Say zich daarin niet als solist maar als drijvende kracht inschreef, maakte deze lezing des te overtuigender. Het resulteerde in een fascinerend en uitdagend werk dat duidelijk repertoirewaardig is, met hevige emoties en ingetogen lyriek, en een slot dat op indrukwekkende wijze uitdoofde.

Het publiek was hoorbaar mee: het lange, aanhoudende applaus, waarbij de componist meermaals moest terugkomen, onderstreept hoe uitzonderlijk deze ontvangst was voor hedendaagse muziek. Hopelijk krijgt dit intrigerende werk nog vele uitvoeringen.

Mythische tijd en ontbinding

Na die hedendaagse wrijving trad men met de Lemminkäinen Suite van Jean Sibelius (1865-1957) een andere tijdslaag binnen: niet actueel, maar archetypisch. Gebaseerd op het Kalevala-epos – een 19e-eeuwse compilatie van orale tradities – verbeeldt de cyclus geen lineair verhaal, maar een mythisch bewustzijn waarin mens, natuur en dood geen gescheiden domeinen vormen. Centraal staat Lemminkäinen: een rusteloze, impulsieve held die zich zonder vaste orde of bestemming door de wereld beweegt. Zijn omzwervingen voeren hem van verleiding naar confrontatie: hij verleidt de maagden van een eiland, begeeft zich naar Tuonela, het rijk van de doden, waar hij sterft en uiteenvalt, om uiteindelijk – dankzij zijn moeder – weer tot leven te worden gewekt en terug te keren. Deze cyclus van verleiding, ondergang en wederkeer wordt bij Sibelius niet als lineair verhaal verteld, maar als een reeks toestanden waarin handeling en omgeving in elkaar overvloeien.

“Lemminkäinen and the Maidens of the Island” opende als een spel van energie en verleiding, maar onder die lichtheid lag een structurele instabiliteit. Vanaf de eerste hoorninzet werd meteen duidelijk dat er een intense ontwikkeling zou volgen. De muziek bleef voortdurend in beweging, alsof ze haar eigen evenwicht niet helemaal vertrouwde. De held verscheen niet als symbool van orde, maar van impuls. In de uitvoering van het BNO viel de fijn gedoseerde beweeglijkheid op: soepele strijkers, subtiel kleurende houtblazers, een fijnzinnig lichte triangel en een dirigent die de onderliggende onrust niet gladstreek, maar liet circuleren binnen de frasering.

“The Swan of Tuonela” vormde het stiltepunt én het keerpunt van de cyclus. Tuonela werd hier minder een plaats dan een toestand waarin tijd oploste en perceptie vertraagde. De solo van de Engelse hoorn klonk als een onwereldse stem, gedragen door een orkest dat zijn klank tot op de rand van hoorbaarheid terugnam zonder aan spanning in te boeten. Ook de solocello leverde een sublieme bijdrage aan de klankdiepte. Schønwandt koos voor intensiteit boven dramatisch effect: de muziek gebeurde niet, maar bleef hangen. Juist doordat dit deel eens niet als geïsoleerde miniatuur klonk, maar ingebed bleef in het geheel, kreeg het zijn volle gewicht.

“Lemminkäinen in Tuonela” verschoof het perspectief van observatie naar ondergang. Het materiaal fragmenteerde, alsof de muzikale identiteit zelf oploste, maar de uitvoering behield een opmerkelijke helderheid: scherpe contouren zonder massiviteit, transparantie zonder verlies aan intensiteit. Bijzonder was het moment waarop eerste en tweede violen bijna esoterisch samenspeelden, een effect dat als een plotselinge inslag binnenkwam.

“Lemminkäinen’s Return” tenslotte weigerde eenvoudige triomf. De energie was onmiskenbaar, maar de onderliggende ambiguïteit bleef. De muziek klonk alsof ze zich herinnerde wat ze had doorgemaakt. Schønwandt hield die spanning intact zonder ze te neutraliseren in glans; het orkest volgde met uiterste discipline en precisie; de opbouw was scherp maar zonder gratuit effect.

In zijn geheel werd de cyclus gedragen door de uitzonderlijke controle en verbeeldingskracht van het BNO en Schønwandt, die spanning, kleur en vorm tot een coherent en overtuigend geheel smeedden.

Een gelaagd spanningsveld tussen natuur, mens en mythe

De kracht van deze namiddag lag uiteindelijk niet alleen in het contrast, maar in de manier waarop elk werk de logica van het andere weerspiegelde zonder het te imiteren. Het BNO en Schønwandt bouwden zo een dramaturgie die niet lineair was, maar gelaagd: een concert dat zich niet als volgorde liet begrijpen, maar als spanningsveld – een muzikale ruimte waarin natuur, mens en mythe elkaar voortdurend doorkruisten en herdefinieerden. Wat overbleef, was een ervaring die zich moeilijk liet loslaten: een orkest en dirigent die op uitzonderlijk niveau musiceerden, met een zeldzame klankrijkdom en een uitvoering die moeiteloos als opnamewaardig kon gelden.

 

Details:

Titel:

  • Van Vltava tot Mother Earth en Tuonela: een concert als indringend spanningsveld

Wie:

  • Belgian National Orchestra o.l.v. Michael Schønwandt met Fazıl Say, piano

Waar:

  • BOZAR, Brussel

Wanneer:

  • 3 mei 2026

Foto credentials:

  • Fethi Karaduman

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR