Het was uitkijken naar Tristan und Isolde in Nationale Opera en Ballet, de herneming van de productie die de betreurde Pierre Audi (1957-2025) regisseerde in 2018. De herneming werd met respect en precisie ingestudeerd door Lisenka Heijboer Castañón die toen in Amsterdam zijn regie-assistente was.
De voorstelling is gestileerd en suggestief, zowat het waarmerk van de meeste producties van Pierre Audi. Het decor heeft een aantal constanten doorheen de drie bedrijven: een grijs-getinte achterwand, die van schakering wisselt naargelang het verhaal en die beeld kan staan voor horizon, zee, woud…, achteraan een bodemrand, die een natuurlijke omgeving suggereert, wandplaten die roestige tekeningen hebben, soms glanzend, soms mat en verwijzen naar een harde soms krijgshaftige, soms geheimzinnige wereld. In het eerste bedrijf zijn er zwarte platen die over de scène schuiven, als wanden of de bodem van een schip, maar het blijft bij suggestie, zij het een suggestie die zeer efficiënt werkt.
Er zijn ook attributen die doen denken aan een archaïsch of misschien middeleeuws verleden, waarin de oorspronkelijke geschiedenis van Koning Marke en Tristan en Isolde zich afspeelt. In het tweede bedrijf doen de ribben van een scheepsboeg (of kale ribben van walvissen – leert het artikel van dramaturg Willem Bruls in het programmaboek) denken aan de wereld in verval, een perceptie die de hele opera doordringt en uiteraard tot zijn climax komt met de dood van Tristan en Isolde. Een rechthoekige plaat vormt geregeld de achterwand van de scène en heeft afwisselend als functie te verbergen of te accentueren.
Heel uitgesproken is dat in de scène van het grote liefdesduet van Tristan und Isolde waarin het vierkant geleidelijk – vanaf het begin van Sink hernieder Nacht der Liebe naar boven schuift en de ervoor staande zwarte rotsblok in een doorzichtig metalen raster laat metamorfoseren. Een prachtig beeld dat het betoverende liefdesduet beklemtoont. De onregelmatige rotsblokken die op de scène liggen in het derde bedrijf zijn de gebroken stevige rots die de achterwand vormde in de liefdesscène. De belichting speelt een essentiële rol, ze accentueert het metafysische gehalte van liefdesverhaal.
Het spel tussen licht en nacht is diep doordacht met als climax het sublieme slot met het onvergetelijke schaduwbeeld van Isolde in haar aria Mild und leise. Ook de kostuums passen schitterend in het tijdsconcept: rijkelijke satijnen mantels van Isolde en Brangäne in het eerste bedrijf, triest zwart in het tweede en “casual” kledij in het derde.
Het allermooiste kunstwerk ter wereld
Een citaat van Tarmo Peltokoski, de pas 26-jarige dirigent van deze grandioze Wagneropera. Fenomenaal hoe de man de juiste balans realiseert tussen orkest en stemmen en hoe hij de diverse orkestrale passages met de prachtige houtblazers wondermooi laat klinken.
Zijn uiterste precisie maakt de uitvoering met het Rotterdams Philharmonisch Orkest tot een unieke belevenis. Laat dit dan nog gepaard gaan met het schitterende solistenpaar van Malin Byström (die nota bene haar eerste Isolde op scène zet!) en Michael Weinius. Byström lijkt wel een natuurlijk talent voor het zowel lyrische als geregeld sterk dramatische aspect van de Isolde-partij te hebben.
De heldere en krachtige stem van Michael Weinius als Tristan forceert nergens. Hij vertolkt zijn partij met aangrijpende expressiviteit en houdt zijn vocale intensiteit tot het einde vol. De andere partijen zijn zeer mooi bezet, waarvan we nog de Brangäne van Irene Roberts en Jordan Shanahan van Kurwenal willen vermelden. Liang Li is een indrukwekkende Koning Marke, die eerder het harde karakter van het personage beklemtoont dan het charismatische. Dus ook muzikaal bereikt de voorstelling hoge toppen.
Aangrijpend is het slotbeeld waarin het zwarte kader geprojecteerd wordt met een mooie foto van Pierre Audi en de tekst: “Thank you Pierre Audi (9-5-1957/3-5-2025)”. Zo wordt de voorstelling een immense hommage aan de regisseur en zijn surrealistische wereld.












