De aanleiding voor dit gesprek was een concert in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam op 16 januari, waar Sào Soulez Larivière samen met zijn zus Cosima Soulez Larivière te horen was. Wat daar vooral trof, was niet alleen de vanzelfsprekendheid van het musiceren, maar de manier waarop de muziek leek te ontstaan in het moment zelf: aandachtig, luisterend, sprankelend in dialoog. Het was een vorm van musiceren die bleef nazinderen, en die uitnodigde tot verder luisteren. Uit dat gedeelde enthousiasme groeide een gesprek, waarin Sào Soulez Larivière zijn visie op muziek, de altviool en het concert als ontmoetingsplaats verder ontvouwde.
Een bondgenoot tussen snaar en stilte
Sào Soulez Larivière spreekt over zijn instrument alsof het een gesprekspartner is. “De altviool is mijn stem en mijn confidant,” zegt hij, om er meteen aan toe te voegen dat het instrument tegelijk een eigen wil heeft. Die spanning tussen nabijheid en autonomie typeert niet alleen zijn relatie met de altviool, maar ook zijn bredere muzikale houding. Als een van de opvallendste altviolisten van zijn generatie beweegt hij zich moeiteloos tussen traditie en vernieuwing, steeds gedreven door één kernidee: muziek is communicatie.
Die overtuiging kreeg vorm in een traject dat niet vanzelfsprekend begon bij de altviool. Soulez Larivière startte als violist en kwam pas later met het instrument in aanraking. Tijdens zijn schooltijd aan de Yehudi Menuhin School in Engeland begon hij de altviool te verkennen in kamermuziek- en orkestcontext. De overstap was aanvankelijk allesbehalve evident. “Het instrument voelde onbekend aan door zijn formaat, gewicht en zelfs de andere sleutel,” herinnert hij zich. Ook het hardnekkige stigma rond de altviool liet zich voelen. Toch groeide langzaam het besef dat hier zijn muzikale thuis lag. “Na verloop van tijd realiseerde ik me dat dit echt hét instrument voor mij was. Ik werd verliefd op de klank en op wat het vertegenwoordigt.”
Wat hem vooral aantrok, was het communicatieve karakter van de altviool. “Het is van nature een instrument voor samenspel en dialoog,” zegt hij, “maar tegelijk heeft het een enorm potentieel en een unieke veelzijdigheid als solo-instrument.” Via de altviool ontdekte hij, naar eigen zeggen, “een diepere manier van luisteren” en uiteindelijk “een authentiekere muzikale identiteit”.
Een beslissend hoofdstuk in die ontwikkeling begon met zijn studie bij Tabea Zimmermann. Die periode heeft zijn muzikale denken blijvend gevormd. Wat hij uit die samenwerking meeneemt, laat zich niet vangen in technische aanwijzingen, maar in een houding. “Bovenal bescheidenheid,” benadrukt hij. “Eerlijk blijven tegenover de muziek, en evenzo eerlijk tegenover jezelf als artiest.” Het is een les die hij ook herkent in zijn ontmoetingen met musici als Nobuko Imai en Steven Isserlis.
Diezelfde eerlijkheid ligt aan de basis van zijn visie op concertpraktijk en programmering. Voor Soulez Larivière draait musiceren fundamenteel om het creëren van een beleving*. “Voor mij gaat het om storytelling,” zegt hij. “Hoe je een concert vormgeeft, hoe je de muziek kadert en hoe je communiceert met het publiek.” In zijn ogen wil het publiek niet alleen repertoire horen, maar ook “de persoon achter het instrument ontmoeten”. Dat opent de deur naar nieuwe perspectieven op bekend werk, het plaatsen van muziek in andere contexten, het laten ontstaan van nieuwe composities en het experimenteren met vormen en technologie. “De mogelijkheden zijn vandaag vrijwel onbegrensd.”
Zijn instrument speelt daarin een centrale rol. Soulez Larivière bespeelt een altviool uit 2013 van Frédéric Chaudière, een instrument waarmee hij dagelijks opnieuw in gesprek gaat. “Elke dag is anders – een nieuwe ruimte, andere akoestiek, temperatuur, luchtvochtigheid,” zegt hij. “We moeten elkaar echt elke dag opnieuw ontdekken. Het is een constant proces van dialoog en samen zoeken.” Die voortdurende afstemming maakt volgens hem deel uit van de artistieke waarheid van het musiceren.
Als altviolist bevindt hij zich bewust in het midden. “De altviool is de middelste stem, de mediator,” stelt hij. In kamermuziek betekent dat voortdurend luisteren in twee richtingen. “Het is mijn favoriete plek om te zijn: leren hoe te reageren, hoe te ondersteunen en hoe subtiel mijn eigen ideeën in de muzikale samenspraak te introduceren.” Die middenpositie is geen compromis, maar een actieve, creatieve rol.
Beperkingen als kans, arrangement als avontuur
Ook het beperkte traditionele repertoire van de altviool benadert Soulez Larivière vanuit diezelfde positieve ingesteldheid. “Dit is precies waar je kan gedijen,” zegt hij. “Beperkingen creëren kansen.” Ze stimuleren het arrangeren, het geven van compositieopdrachten en het daadwerkelijk innoveren. Zo wordt de uitvoerder medeverantwoordelijk voor het vormgeven van het repertoire van zijn instrument. Bij zijn eigen arrangementen vertrekt hij steeds vanuit een persoonlijke band met het werk. “Allereerst moet het een stuk zijn waar ik echt van houd,” aldus Soulez Larivière. Daarna volgt de vraag hoe de muzikale essentie behouden kan blijven binnen het bereik en karakter van de altviool – een proces dat technische inventiviteit en veel experimenteren vraagt.
Die narratieve manier van denken komt ook tot uiting in programma’s als LoCoMotion, waarin werken van Paul Hindemith (1895-1963), Steve Reich (°1936), Julia Wolfe (°1958) en Györgi Ligeti (1923-2006) samenkomen. “Muziek spreekt altijd voor zich,” zegt hij, “maar mijn rol is om een context te bieden die het publiek helpt de muziek dieper te ervaren.” In dit geval vormt het idee van beweging de rode draad: Hindemith die zijn sonate in een trein schreef, Reichs repetitieve motoriek, Ligeti’s radicale omgang met loops. “Het gaat erom deze verbanden te vinden en ze samen te weven tot een verhaal.”
In zijn interpretaties zoekt Soulez Larivière voortdurend naar een evenwicht tussen historisch bewustzijn en persoonlijke stem. “Ik probeer me niet te veel te laten beïnvloeden door opnames of traditie alleen,” zegt hij. “Ik wil de partituur benaderen met een frisse blik, een open oor en nieuwsgierigheid.” Tegelijk blijft context essentieel: weten wie de componist was, wanneer en waarom een werk is geschreven. Sommige muziek blijft daarbij een blijvende bron van inspiratie. “Er zijn werken waar ik altijd naar terugkeer,” zegt hij, met name de cellosuites en de sonates en partita’s voor viool van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Hij verwijst daarbij graag naar Brahms, die schreef dat Bach “op één notenbalk, voor een klein instrument, een hele wereld van de diepste gedachten en krachtigste gevoelens” wist te vatten.
Een bijzondere plaats in zijn artistieke leven neemt de samenwerking met levende componisten in. Werken aan nieuwe muziek, zoals Julia Wolfe’s Cloth, opent een ander perspectief. “Het is een buitengewoon voorrecht om rechtstreeks met componisten aan hun eigen muziek te mogen werken,” zegt hij. “Je betreedt hun creatieve wereld en verkrijgt inzicht in hoe zij zich geluid en structuur voorstellen.” Een stuk tot leven brengen samen met de maker ervan is volgens hem een intens en verrijkend proces, wezenlijk anders dan de interpretatie van historisch repertoire.
Muziek als ademende ontmoeting
Zo ontvouwt zich het portret van een musicus voor wie de altviool een plaats van ontmoeting is. In het midden van het klankveld, luisterend en richtinggevend, zoekt Sào Soulez Larivière steeds opnieuw naar verbinding – tussen stemmen, tussen muzikale periodes en tussen muziek en publiek. Zijn altviool is geen louter instrument, maar een gesprekspartner, een toeverlaat, en een uitnodiging tot gezamenlijke ontdekking. In zijn handen ontstaat een muzikaal landschap waarin traditie en vernieuwing elkaar ontmoeten, waar het persoonlijke en het universele samenklank vinden, en waar het publiek niet alleen luistert, maar wordt meegenomen in het proces van samen musiceren. Zo toont Soulez Larivière dat klassieke muziek geen afstandelijk erfgoed hoeft te zijn, maar een levende, ademende ervaring – een ontmoeting, elke dag opnieuw.



