Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Twee stemmen uit de romantiek herontdekt

W
· 5 min lezen
Deel dit artikel
Twee stemmen uit de romantiek herontdekt

Er verschijnen genoeg cd's met "onbekend repertoire", maar zelden voelt een programma zo doordacht als dit debuut van het duo Ricerche Parallele. Cellist Giulio Padoin en fortepianist Gabriele Lucherini, die elkaar leerden kennen van de Schola Cantorum Basiliensis, stelden een programma samen dat niet alleen twee vergeten negentiende-eeuwse werken opgraaft, maar die vondst ook laat resoneren in twee eigen composities. Ze doen dat bovendien op historische instrumenten – een fortepiano naar een Graf-model uit 1819, gebouwd door Paul McNulty, en een cello van Carlo Annibale Tononi uit Bologna, circa 1710 – wat het geheel meteen een eigen, authentieke klankkleur geeft. Het resultaat is een release die zowel musicologisch als muzikaal smaakt naar meer.

Haar tijd vooruit

Het hart van de cd wordt gevormd door het Duet in F majeur voor cello en piano van Emilie Mayer (1812-1883), destijds de meest productieve Duitse componiste van de romantiek, na haar dood echter (jammer genoeg) grotendeels in vergetelheid geraakt. Het werk klinkt hier voor het eerst in zijn oorspronkelijke bezetting voor cello en piano; Mayer bewerkte het stuk later zelf voor viool en piano, en juist die latere versie was tot dusver de enige die bekend was. Padoin en Lucherini vonden het originele manuscript terug in de Berlijnse Staatsbibliothek en brengen het nu als wereldpremière – en dat alleen al maakt deze cd de moeite waard.

De eerste beweging opent gevoelig, zoekend, intiem (Andante), om vervolgens het spelplezier gestaag op te bouwen (Allegro non troppo, cantabile). Wat meteen opvalt, is hoe stilistisch veelzijdig dit vierdelige werk is: van galante lichtvoetigheid tot een uitgesproken Beethoveniaanse dramatiek. Het duo kiest er bewust voor om die breuklijnen niet glad te strijken maar net aan te zetten – een interpretatieve keuze die het werk meer reliëf geeft dan een "veilige" romantische lezing zou doen.

Vooral het tweede deel, Adagio non troppo, is een hoogtepunt. Het is een stuk muziek om verliefd op te worden – de cello zingt zacht een indringende melodie, de piano kleurt die steeds intenser en lijkt een eigen lyrisch verhaal te vertellen, en toch blijft de verhouding tussen beide instrumenten helder: geen van beide begeleidt louter de ander. Het scherzo dat volgt is een vinnig, geestig gesprek tussen piano en cello dat qua toon dichter bij Brahms lijkt te staan dan bij Mayers eigen tijd. In de finale spat die speelvreugde er helemaal van af.

Doorheen het hele werk valt vooral op hoe goed beide musici op elkaar ingespeeld zijn: ze vullen elkaar aan, geven elkaar ruimte, en spelen als een ideaal duo. Blijft de hoop dat er in bibliotheken nog meer van dit kaliber ligt te wachten.

In zijn oorspronkelijke gedaante

Waar Mayer nog relatief onontgonnen terrein is, ligt dat anders bij Ferdinand Ries (1784-1838) – leerling en jarenlang naaste medewerker van Beethoven, en samen met Franz Wegeler auteur van een van de belangrijkste vroege Beethoven-biografieën. Zijn Cellosonate in g mineur, op. 125 uit 1823 is geen compleet onbekend werk, maar deze opname is wel de eerste die teruggrijpt naar het autograaf manuscript in plaats van de gedrukte editie uit 1825, die op verschillende punten afwijkt.

Het eerste deel, Grave – Allegro, heeft een bijna theatrale spanningsboog: de inleiding trekt meteen de aandacht, je vraagt je af wat er komen gaat, tot de piano – speels – het Allegro inzet, terwijl de cello nog even in die gespannen sfeer blijft hangen. Een bijzonder moment, en knap gespeeld: de vingervlugheid van de piano is geen loutere bravoure, maar vult de lange zanglijnen van de cello mooi aan en geeft deze beweging een aparte glans. Je vraagt je onwillekeurig af waarom dit werk niet vaker op concertprogramma's staat – bij deze uitvoering zit je op het puntje van je stoel. Ook het rustpunt aan het begin van de doorwerking is fraai uitgewerkt: de fortepiano klinkt er gedempt en ijl, wat het moment een haast ongrijpbare intimiteit geeft, terwijl de cello er in pianissimo een warme, zangerige kleur tegenover zet.

Een goed uitgewerkte pianoforte-introductie leidt mooi naar het aansluitende Larghetto con moto, waarin de cello die sfeer in de diepte aanvult: een heerlijk duistere beweging die, wanneer de piano speelt, zelfs iets van een lichte treurmars krijgt. Het afsluitende Rondo combineert dansante energie met een lyrisch middendeel, voor het weer met verve naar de finale toewerkt – ook hier weer een mooie wisselwerking tussen beide musici.

Eigen werk als brug

Interessant is de manier waarop Padoin en Lucherini zichzelf ook als componisten in het programma plaatsen, en daarmee iets herstellen van de dubbele rol die uitvoerder en componist in de negentiende-eeuwse salon vaak vervulden. Het album opent met Padoins Preludio in f mineur voor cello solo, geïnspireerd op Mayers Ouverture nr. 3 en op thematisch materiaal uit het Duet – een korte, stemming makende opstap naar dat werk.

De cd sluit af met een gezamenlijk geschreven Fantasia in C majeur op het Bazelse volksliedje "Z'Basel am mym Rhy" (van Franz Wilhelm Abt), een eerbetoon aan de stad waar het duo woont en werkt, in de traditie van de eenthematische fantasie zoals Czerny die beoefende. Alleen klinkt dat eigen idioom net iets minder vanzelfsprekend naast dat van Mayer en Ries: de Fantasia doet eerder aan als een geslaagd bisnummer van een concert dan als een essentieel sluitstuk van deze cd. Het samenspel overtuigt ook hier, de compositie zelf iets minder.

Meer dan een curiositeit

From Manuscript to Invention is geen bladmuziek-archeologie voor de vorm. Padoin en Lucherini spelen met lef en vrijheid en dat maakt het verschil tussen een cd die klinkt als een studieproject en een cd die gewoon meesleept. Mayers Duet verdient hierdoor eindelijk een plek naast de bekendere celloromantiek van haar mannelijke tijdgenoten, en ook Ries klinkt fris, alsof je het werk voor het eerst hoort. De opname zelf is helder, met beide instrumenten mooi in balans.

Een aanrader voor wie graag negentiende-eeuwse kamermuziek buiten de gebaande paden hoort – en benieuwd is hoe die muziek toen echt geklonken kan hebben.

Besproken cd

From manuscript to invention - A dialogue between romantic heritage & contemporary creation

Giulio Padoin, Gabriele Lucherini

Label
Challenge Classics · CC 720069
Verschijningsdatum
27 augustus 2026
Volledige fiche →
Deel dit artikel
NL