Het slotconcert van de Internationale Summer School van Cappella Pratensis in AMUZ was meer dan een fraaie afsluiting van een intensieve studieweek. Het was ook een inspirerende demonstratie van wat amateurzangers vandaag kunnen betekenen voor ons muziekleven. Vierendertig deelnemers uit alle uithoeken van de wereld, van Europa tot zelfs New York, brachten een programma met werken van Tomás Luis de Victoria, William Byrd, Orlando di Lasso en Robert Fayrfax. Dit ochtendconcert vormde niet alleen een muzikaal hoogtepunt, maar zette ook aan tot reflectie.
Want al te vaak hoor je de opvatting dat belangrijke concertpodia of zelfs sommige muziek vooral of uitsluitend voor professionele musici bedoeld zijn. Amateurzangers zouden volgens sommigen een plaats innemen die eigenlijk aan beroepsmusici toekomt. Het is een visie die ik moeilijk kan volgen.
Wie draagt immers mee het muziekleven? Wie vult de repetitielokalen, de concertzalen en de koren? Wie investeert tijd, energie en middelen in muziek zonder daar beroepsmatig iets voor terug te krijgen? Het zijn vaak de amateurs. Zij vormen het draagvlak waarop een groot deel van onze muziekcultuur rust. Zonder hen zouden veel concerten nooit plaatsvinden, zouden tal van professionele musici minder kansen krijgen en zou muziek veel minder diep verankerd zijn in onze samenleving.
De deelnemers van deze Summer School illustreren dat perfect. Gedurende een week verdiepen zij zich in renaissancepolyfonie vanuit facsimiles van oorspronkelijke bronnen. Ze zingen dus niet vanuit een moderne, gebruiksvriendelijke partituur, maar vanuit het historische notenbeeld zelf. Dat vraagt kennis, concentratie en een grote muzikale nieuwsgierigheid. Bovenal vraagt het liefde voor de muziek. In die oorspronkelijke betekenis is een amateur immers iemand die iets doet uit liefde.
Dat engagement werd vanaf de eerste noten hoorbaar. Het concert opende met Victoria’s Vidi aquam, voorafgegaan door de gregoriaanse melodie. Meteen viel de warme homogeniteit van het ensemble op. De verschillende stemmen versmolten vaak tot één geheel, zonder dat de individuele lijnen hun helderheid verloren. Daar is duidelijk op gewerkt. Ook de dirigent maakte van bij de aanvang indruk door zijn natuurlijke en heldere leiding via een eenvoudige handbeweging.
In het Kyrie en Gloria van William Byrd bleek hoe doordacht het studieprogramma was opgebouwd. De muziek lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar stelt hoge eisen aan de uitvoerders. Door de bezettingen af te wisselen en delen van het werk onder verschillende groepen te verdelen, slaagden de docenten erin iedere deelnemer actief bij de uitvoering te betrekken.
Het complexe motet van Robert Fayrfax, uitgevoerd in twee delen, vormde één van de meest indrukwekkende momenten van de ochtend. Vooral de inzet van de stemmen in de derde strofe getuigde van een opmerkelijke concentratie. De hoge sopraanlijn bij het slot groeide uit tot een bijzonder mooi moment, waarna het eindakkoord als een golvende klankmassa door de ruimte van de voormalige Sint-Augustinuskerk leek te trekken.
Ook Ego sum qui diligentes me werd met veel finesse gebracht. Het werk begon breekbaar, om vervolgens steeds meer kleur en beweging te ontwikkelen. In verschillende motetten van Byrd viel vooral de zorgvuldige tekstbehandeling op. De aanroeping O Domine trof door haar eenvoud en intensiteit, terwijl in het Agnus Dei de dissonanten en spanningsbogen met veel gevoel werden uitgewerkt.
Het absolute hoogtepunt van de voormiddag kwam voor mij echter helemaal op het einde. Voor Lassus’ Ave Regina Caelorum verzamelden alle zangers zich rond die éne lessenaar met de originele notatie voor zich. Alleen al dat beeld verwoordde de essentie van deze Summer School: samen musiceren vanuit de bron. Het motet klonk monumentaal en tegelijk opmerkelijk helder. Bijzonder mooi waren de muzikale bewegingen waarmee betekenisvolle woorden uit de tekst werden onderstreept. De focus was scherp, de klank overtuigend en de muzikale lijn bleef voortdurend in beweging. Hier vielen harde studie, een zeker talent en emotie volledig samen.
Na afloop sprak ik met een van de deelnemers. Zij vertelde dat ze al jaren deelneemt aan de Summer School en dat het slotconcert telkens opnieuw als een triomf voelt een keer je er succesvol door bent. Na een week intensief werken ontstaat het bijzondere moment waarop alles samenkomt en je voelt dat de muziek werkelijk tot leven is gekomen. Die omschrijving leek mij bijzonder treffend. Dit concert was inderdaad een triomf.
Tegelijk hing er ook een zweem van afscheid in de zaal. Twee sleutelfiguren van de Summer School namen na zeventien jaar afscheid: Valerie Horst, die een cruciale rol speelde in de transcripties en de organisatie, en legende Stratton Bull, een vertrouwd gezicht van Cappella Pratensis en voor velen het hart van de Summer School.
Zichtbaar geëmotioneerd blikte Bull terug op een geschiedenis die teruggaat tot de jaren negentig, toen de Summer School onder meer in Alden Biesen werd georganiseerd. Later vond het project een vaste thuis in AMUZ, waar het ondertussen al zeventien jaar een vaste waarde is. Hij bedankte de zangers, zijn collega-docenten en het team van AMUZ, maar benadrukte ook dat de toekomst van de Summer School verzekerd is dankzij een nieuwe generatie docenten. Toen hij vervolgens de microfoon doorgaf aan Valerie Horst, werd duidelijk hoeveel betekenis beide mensen voor dit project hebben gehad. Het warme en langdurige applaus dat volgde was niet meer dan terecht.
Het slotconcert van de Internationale Summer School van Cappella Pratensis was daardoor veel meer dan een concert alleen. Het was een viering van engagement, van muzikale nieuwsgierigheid en van de kracht van gemeenschappelijk musiceren. Het bewees dat amateurisme niets te maken heeft met middelmatigheid, maar alles met passie. En die passie was gedurende het hele concert hoorbaar. Dus ik kan met trots concluderen: amateurs vervangen niet de professionals, zij vormen samen het fundament van een rijk, levendig en duurzaam muziekleven.
WANNEER? WAAR? WAT?
zaterdag 29 augustus 2026 / Laus Polyphoniae 2026
11u AMUZ / Slotconcert Internationale Summerschool Cappella Pratensis




