Een soloalbum voor viola da gamba zonder basso continuo of andere instrumenten is zelfs in de vroegemuziekwereld geen alledaags verschijnsel. Wie het instrument enkel associeert met de trage, zwoele klanken van een basse de viole in een Frans barokensemble, wordt op dit debuutalbum van Miguel Bonal meteen op een verkeerd been gezet. From Silence is geen loutere oefening in historische reconstructie, maar een doordacht parcours doorheen ruim drie eeuwen gambamuziek – van de rauwe, soldateske stoerheid van Tobias Hume tot de dromerige nachtsfeer van Gabriel Fauré.
Bonal, geboren in 1999 in Zaragoza, studeerde achtereenvolgens aan de Escola Superior de Música de Catalunya bij Emmanuel Balssa en behaalde zijn masterdiploma met grote onderscheiding aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag bij Mieneke van der Velden. Zijn opleiding, die hij aanvulde met lessen bij onder anderen Wieland Kuijken en Vittorio Ghielmi, heeft duidelijk zijn sporen nagelaten: dit is geen jonge virtuoos die zijn technische spierballen komt etaleren, maar een musicus die weet wat hij wil vertellen en hoe hij dat moet doen.
Een doordachte dramaturgie
De programmakeuze is aanvankelijk verrassend, maar bij nader inzien coherent. Captain Humes Pavin van Tobias Hume (1569-1645) opent de schijf met een strak ritmische zeggingskracht die de gamba meteen van haar delicate imago ontdoet. Bonal speelt dit met een directe, maar warm geladen energie die de bijna militair getinte retoriek van de componist tastbaar maakt. Vanaf de eerste maten is de toon gezet: de instrumentale stem staat scherp in de ruimte, gedragen door een akoestiek die elk detail laat ademen zonder het ooit aan scherpte te laten verliezen.
Daarna volgt de Sonate in D majeur van Georg Philipp Telemann (1681-1767), waarin hij zoals zo vaak de Franse elegantie, de Italiaanse cantabile en de Duitse contrapuntische helderheid in één stijltaal samensmelt. Bonal benut precies die hybride aard als uitgangspunt voor een speelse maar gecontroleerde lezing. In de vijf korte delen ontvouwt zich een breed palet aan karakterwisselingen: de Recitativo krijgt iets van gesproken retoriek, terwijl het Vivace uitmondt in een veerkrachtige, bijna dansante stroom van energie.
Les Voix humaines van Marin Marais (1656-1728) vormt zonder twijfel het emotionele hart van de eerste helft. Bonal speelt dit verstilde karakterstuk met een vanzelfsprekende beheersing die meteen overtuigt. Hij zoekt geen effect, maar een innerlijke stilte waarin de muziek zichzelf mag ontvouwen. De spanning lijkt niet geconstrueerd maar aanwezig in de muziek zelf, alsof ze al in het klankweefsel besloten ligt. Ze komt en verdwijnt zonder nadruk, maar laat precies daardoor een subtiele nagalm achter die blijft doorwerken.
De Sonate in d mineur uit de Scherzi Musicali van Johannes Schenck (1660-ca. 1712) stelt andere eisen: dubbele grepen, neerwaartse verschuivingen en een declamatorische zeggingskracht die typisch is voor dit Duits-Nederlandse idioom. Bonal overstijgt deze technische uitdagingen met opvallend gemak en verliest daarbij nooit de muzikale lijn uit het oog.
Tussen deze grotere gebaren door ontvouwt zich een meer intieme, galante laag: het lyrische Arpeggiata uit het Drexel-manuscript van Carl Friedrich Abel (1723-1787), dat de overgang naar de Bach-suite voorbereidt met een zachte, bijna improvisatorische kleur.
Bach als kroon op het geheel
De Suite nr. 2 in d mineur, BWV 1008, van Johann Sebastian Bach (1685-1750) is het enige werk op dit programma dat iedereen kent – of denkt te kennen. Juist dat maakt de keuze interessant. Want op de viola da gamba klinkt het vertrouwde ineens anders: het instrument heeft meer snaren, een andere boogvoering, een andere lichaamstaal. Geen imitatie van de cello, maar een herlezing – en Bonal grijpt die ruimte aan.
Zijn lezing vermijdt elk gevoel van reconstructie en maakt van de Suite eerder een studie in adem en gewicht dan in virtuositeit. De Prélude ontvouwt zich minder als motorisch gebaar dan als een reeks licht verschuivende spanningsvelden. De Sarabande trekt zich terug tot een bijna immateriële kern, waarin elke toon niet zozeer klinkt als wel blijft hangen in de ruimte. In de Gigue wordt die introspectie niet doorbroken maar opengevouwen: de beweging blijft helder, maar draagt een onderstroom van terughoudendheid die het hele werk kleurt.
Lef beloond
De grootste sprong in het programma komt met de twee transcripties op het slot van de opname. Recuerdos de la Alhambra – dat beroemde gitaarstuk van Francisco Tárrega (1852-1909) waarvan de tremolotechniek het handelsmerk vormt – wordt door Bonal met strijkstok vertolkt, waarbij hij het tremolo omzet in een aangehouden, vloeiende boogbeweging. Het effect is verrassend overtuigend: de hypnotische atmosfeer blijft bewaard, en er ontstaat een klankwereld die de gitaarversie niet imiteert maar naar iets nieuws toe opent.
Daarop volgen het contemplatieve Adagio in D major (eveneens uit Abels Drexel-manuscript) en Humes elegische Loves Farewell, die na de uitstap naar Tárrega het programma terugleiden naar een meer verstilde, lyrische sfeer.
De afsluiting met Après un rêve van Gabriel Fauré (1845-1924) – begeleid door Jeremy Nastasi op archluit – is het meest lyrische moment van de hele opname. De gamba zingt de melodielijn met een zachtheid die herinnert aan de beste mezzosopranen, en de begeleiding ondersteunt zonder te overheersen. Wie dacht dat viola da gamba en laatromantisch lied een onwaarschijnlijk huwelijk vormen, hoort hier hoe natuurlijk dit repertoire zich naar de gamba laat vertalen.
Na de stilte
From Silence is een debuut dat meteen een statement is. Miguel Bonal toont zich niet alleen als instrumentalist met een volledige beheersing van zijn instrument, maar vooral als een musicus met een duidelijke artistieke visie. Het album is opgenomen in de Capella de la Esperanza in Barcelona met een akoestiek die de viola da gamba prachtig tot haar recht laat komen – warm, helder, zonder de galm die vaak barokopnames overheerst. Carlos Bonal Asensio’s begeleidende tekst situeert het repertoire gedegen en vermijdt de gebruikelijke hagiografie. Alpha Classics heeft er een kwaliteitsproductie van gemaakt.
Kortom: een album dat niet snel uitgehoord raakt, maar zich bij elke beluistering verder opent. Zelden hoorde ik een gambist van deze generatie met zoveel muzikale rijpheid debuteren. Miguel Bonal is een naam om te onthouden.





