Salzburg trotseert corona

Vorig jaar werden de Salzburger Pfingst-Festspiele afgelast. Met de ervaring opgedaan tijdens het zomerfestival dat in 2020 in een gereduceerde vorm kon doorgaan, was er dit jaar opnieuw een Pinkster-festival: vier dagen genieten van een goed gevuld, gevarieerd programma.

Als thema voor het tiende festival onder haar artistieke leiding koos Cecilia Bartoli “Roma Eterna” een hulde aan haar geboortestad. Het waren vier goed gevulde dagen met zeven opvoeringen en concerten in de verschillende theaters van de Mozartstad en de projectie van enkele films die de diversiteit van Rome illustreerden zoals “La dolce vita” (Fellini) en “Accarone” (Pasolini). Het oorspronkelijk voorziene galadiner, aangeboden door een drie-sterren-kok, deed corona echter sneuvelen.

“Il trionfo del tempo e del disinganno” (de triomf van de tijd en de ontgoocheling), een oratorium van Händel in twee delen uit 1707 opende het festival. Het is het allereerste oratorium van Händel die een libretto koos van de kardinaal Benedetto Pamphilj: een discussie van vier allegorische figuren. Piacere (plezier) spoort Bellezza (schoonheid) aan om een leven van zorgeloosheid en afleiding te leiden terwijl Tempo (tijd) en Disinganno (desillusie) haar waarschuwen. Indien Bellezza wil ontsnappen aan de ravages van de Tijd moet ze ervoor zorgen een plaats te bemachtigen in de hemel waar de Tijd geen invloed meer heeft.

In zijn enscenering heeft Robert Carsen dit contrast tussen beide werelden duidelijk gemaakt door die naar onze tijd en maatschappij te verplaatsen met de typische schoonheidswedstrijden, disco, alcohol en drugs die langzaam plaats ruimen voor die andere wereld (decor en kostuums Gideon Davey). Het laatste beeld van de opvoering toont ons een “gezuiverde” Bellezza die in een eenvoudig wit jurkje over een leeg toneel wandelt naar een wit licht in de verte en “haar nieuwe hart naar God draagt”.

Het is de jonge Franse sopraan Mélissa Petit die deze Bellezza vertolkt en haar verschillende emoties uitdrukt in de vele aria’s die haar toebedeeld zijn. Dat doet ze met een frisse en soepele stem en een bewonderenswaardige virtuositeit. Ze zal zeker nog aan autoriteit winnen in de vijf opvoeringen van “Il trionfo del tempo e del disinganno” deze zomer in de Salzburger Festspiele.

Autoriteit ontbreekt beslist niet aan Cecilia Bartoli in de rol van Piacere, de duivelse geest in een rood broekpak die Bellezza manipuleert ( haar impresario?) maar die ons met haar vertolking van “Lascia la spina, cogli la rosa” het vocale en interpretatieve hoogtepunt van de avond bezorgt! Lawrence Zazzo (Disinganno) en Charles Workman (Tempo) kregen in Carsens concept minder prominente beurten en profielen maar leveren ook mooie vocale prestaties en integreren goed in het ensemble.

In de orkestbak zitten “Les Musiciens du Prince – Monaco”, het barokorkest gesticht in 2016 op initiatief van Cecilia Bartoli en dat in zekere zin “haar” orkest geworden is en haar nu quasi altijd begeleidt. Onder leiding van Gianluca Capuano brengen ze Händels partituur tot leven, leveren mooi detailwerk, hebben aandacht voor nuances en houden het publiek in de ban.

Natuurlijk zijn de Musiciens du Prince – Monaco ook van dienst – niet in de orkestbak maar op het toneel voor de concert-uitvoering van “La Clemenza di Tito” van Mozart. Achteraan op het toneel van het “Haus für Mozart” wacht het Bachchor zijn beurt af en Davide Pozzi (continuo Hammerklavier) en Robin Michael (continuo violoncello) volgen aandachtig de dramatische ontwikkeling.

Het was blijkbaar de eerste keer dat Cecilia Bartoli de partij van Sesto in een min of meer scenische versie vertolkte en voor de sopraan Anna Prohaska was het haar debuut als Vitellia. Die is misschien nog niet de meest geschikte partij voor haar slanke, heldere sopraanstem en het vertolken van het temperament en de eisen van de wraakzuchtige prinses. Cecilia Bartoli daarentegen gaf ons een ontroerende en overtuigende Sesto: heerlijk gezongen zoals we van haar gewoon zijn. De Tito van Charles Workman had koninklijke allure, warme menselijkheid en virtuoze coloraturen. Mélissa Petit (Servilia) en Lea Desandre (Annio) vormden een innemend jong paar en Peter Kalman gaf Publio zijn sonore bas. Gianluca Capuano koos voor een vrij robuuste aanpak.

Brexit en Corona waren de spelbrekers die het concert “Dixit Dominus” met composities van Arcangelo Corelli, Georg Friedrich Händel en Domenico Mazzocchi te vertolken door de English Baroque Soloists en het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner deden annuleren. Geen paniek. Gelukkig had Cecilia Bartoli nog een programma in reserve. Onder de titel “What passion cannot music raise” presenteerde ze, met de hulp van haar orkest fragmenten uit cantates, oratoria en opera’s die het bewijs leveren van de meest uiteenlopende emoties die de muziek kan oproepen.

Veel Händel maar ook bladzijden van Porpora, Hasse, Telemann en Vivaldi. Bartoli en het orkest wisselen af en telkens Cecilia aan het woord is, verschijnt ze in een aangepast (historisch) kostuum voor het personage dat ze tot leven brengt. Het publiek vindt het leuk (ik ook!) en leeft mee met de wisselende gemoedstoestanden. Als kers op de taart beginnen Bartoli en enkele orkestleden elkaar te overtreffen in virtuositeit. Dit tot groot jolijt van het publiek dat er niet genoeg kan van krijgen. Het is een feest!

Les Musiciens du Prince-Monaco was niet het enige orkest dat optrad in deze editie van het Pinksterfestival. Het ensemble Artaserse bracht een uitvoering van het oratorio van Scarlatti “Cain, overo il primo omicidio” met Philippe Jaroussky. Het Orchestra del Maggio Musicale Fiorentina, gedirigeerd door Zubin Mehta, nam plaats op het toneel van het Grosses Festspielhaus voor “Poema Sinfonico” een concert met composities van Respighi en Mendelssohn en een concertante uitvoering van Puccini’s “Tosca”.

Ook daar mengde corona zich in het voorziene programma. Niet in het “Poema Sinfonico”- concert met de “Italienische” symfonie en het vioolconcert van Mendelssohn en de “Pini di Roma” van Respighi. Het is met kleine voorzichtige pasjes dat Zubin Mehta, die onlangs zijn 85ste verjaardag vierde, zich naar de dirigeer-lessenaar begeeft. Maar eens gezeten, is hij duidelijk de meester. De ovaties van het publiek zijn echter vooral voor Maxim Vengerov en zijn boeiende, virtuoze vertolking van het vioolconcert.

Voor de concertante uitvoering van Puccini’s “Tosca”, een opera die zich afspeelt in deze “Roma eterna” die het thema was van deze editie van het Pinksterfestival, zorgde corona opnieuw voor problemen en de vervanging van twee zangers : geen Anja Harteros maar Anna Netrebko als Tosca en geen Bryn Terfel maar Luca Salsi als Scarpia. Jammer, jammer, maar men had het slechter kunnen treffen!

Onveranderd: Cecilia Bartoli als de jonge herdersknaap die men hoort bij het begin van de derde akte maar die gewoonlijk niet op het toneel verschijnt. Het is in dit kleine rolletje dat de tienjarige Cecilia Bartoli destijds in de Opera van Rome debuteerde! Nu wandelde ze voor het orkest voorbij, verspreid op het wijde toneel van het Grosses Festspielhaus, met op de achtergrond een projectie van het Castel Sant’Angelo , de plaats waar de laatste akte zich afspeelt. Veel ruimte om te handelen was er niet en de gefusilleerde Cavaradossi moest zelfs even naast de dirigent gaan zitten in afwachting van het einde van de opera.

De zangers bewogen vrij en maneuvreerden handig en wisten door hun engagement en boeiende vertolkingen het publiek te overtuigen. Anna Netrebko vertolkte Tosca met haar ruime, expressieve sopraan, inleving, kwetsbaarheid en dramatisch engagement en… twee schitterende jurken! Jonas Kaufmann gaf Cavaradossi distinctie en profiel en wist zijn ruime tenor Italiaanse zon mee te geven. De Scarpia van Luca Salsi had autoriteit en allure en een kostbare expressieve bariton. De verschillende kleinere partijen waren degelijk bezet en Zubin Mehta leidde zijn falanxen met zekere hand in een voortreffelijk dramatische opbouw. Het publiek hield de adem in en jubelde.

De productie van “Il trionfo del tempo e del disinganno” staat op de affiche van het grote Salzburgse zomerfestival op 4,8,12,14 augustus.
Het thema van het Pinksterfestival 2022 wordt in de zomer bekend gemaakt.


  • WAT: Pinksterfestival Salzburg (Salzburger Pfingst-Festspiele)
  • WAAR & WANNEER: Salzburg, 21 – 24 mei 2021
  • FOTO’S: Cecilia Bartoli © Decca / Ferdinando Scianna; Il trionfo del Tempo e del Disinganno © SF / Monika Rittershaus; Tosca, La clemenza di Tito, Les Musiciens du Prince-Monaco & Poema sinfonico: © SF / Marco Borrelli
  • WEBSITE: Salzburger Festspiele

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: