De Opéra Royal de Wallonie opent het seizoen met een van de populairste werken uit de operaliteratuur: Madama Butterfly van Giacomo Puccini. Dat het een van de favoriete opera’s van chef-dirigente Speranza Scappucci is, maakte haar muzikale aanpak meer dan duidelijk. De regie van intendant Stefano Mazzonis di Pralafera leverde een helder en aangrijpend verhaal af in een verzorgde setting.

Puccini sluit met zijn opera aan bij de belangstelling voor het exotische die op het einde van de 19de eeuw de wereld van kunst en muziek doordrong. Zoals in zijn vorige opera’s – Manon Lescaut, La Bohème en Tosca – wilde Puccini ook hier weer bijzondere aandacht besteden aan de specifieke kleur en atmosfeer van de handeling. Van authentieke Japanse muziek kunnen we moeilijk spreken. Maar toch is Puccini erin geslaagd een subtiel oriëntaalse klank aan zijn muziek te geven, gedeeltelijk door het gebruik van bepaalde instrumenten (gong en kleine fluit – die hier door een van de slagwerkers wordt gespeeld) of glissandi in de harp en strijkers. Op die manier plaatst Puccini Madama Butterfly tussen twee werelden: haar eigen pentatonische wereld en de wereld van de traditionele, westerse harmonie. De twee werelden waartussen de protagoniste emotioneel leeft.

Botsing van culturen

De regie van di Pralafera speelt helemaal in op deze twee werelden, die met elkaar vermengd worden, maar in de tragiek van de opera vooral tegenover elkaar staan. Hij situeert het stuk in het Japan van na de Tweede Wereldoorlog. Het decor toont een eenvoudige woning die westerse elementen vermengt met Japanse decoratie en met een kleine Japanse tuin met Boeddha-beeld. Het Japanse element zit vooral in de prachtige kimono’s van de dames: stuk voor stuk kunstwerkjes van handarbeid uitgevoerd door de ateliers van de Opéra de Wallonie. Het koor kan er prachtig mee pronken tijdens de huwelijksplechtigheid van Cio Cio San en Pinkerton. Bovendien lijkt het wel alsof ze hebben leren stappen met kleine verfijnde pasjes als Japanse dames. Het sluit ontzettend goed aan bij de gedetailleerde klankwereld van Puccini.

Het individuele drama van Cio Cio San is in de opera ingekaderd in de botsing van culturen. Cio Cio San vertegenwoordigt het type van de alleen­staande Japanse vrouw die lijdt en sterft door haar te sterke emotionele betrok­kenheid in een relatie, die voor haar verder gaat dan die van de geisha die ze tot dan toe geweest is. In het eerste bedrijf wordt de gespannen verhouding tussen de traditionele maatschappij waaruit Cio Cio San zich door haar huwelijk met de Amerikaanse luitenant onttrekt, scherp getekend op de beperkte oppervlakte van de woning waar de hele gemeenschap toestroomt en Cio Cio San verwijten maakt. Vooral het dreigende optreden van Bonzo zorgt voor onrust. In het tweede bedrijf verwijzen kleine details in de woonkamer naar de band met de Amerikaanse man met een foto van haar echtgenoot Pinkerton en enkele Amerikaanse vlaggetjes aan de wand. Vanaf dat bedrijf kleedt Cio Cio San zich ook als een moderne Westerse vrouw in plaats van in kimono. Svetlana Aksenova speelt uitstekend hoe pijnlijk Cio Cio San blijft geloven in de kracht van de liefde, tot ze de fatale waarheid onder ogen moet zien en er haar persoonlijke gevolg uit trekt. Haar hoge sopraan beheerst hier niet alleen de veeleisende vocale lijnen van de partij, maar geeft er ook een dramatische en steeds aangrijpender kracht aan. Een mooie, geloofwaardige vertolking.

Het decor is zodanig opgebouwd dat de gasten – zoals de huwelijksmakelaar Yamadori – kunnen infiltreren van aan de achterzijde van de woning en langs de tuin. Er is een soort dek op het platte dak waarop in het derde bedrijf de helikopter kan landen met Pinkerton en zijn vrouw, begeleid door Sharpless. Dat bizarre vliegtuig is toch wel een wat belachelijk vreemd object in de voorstelling en eigenlijk het enige wat uit de toon valt in de traditionele maar efficiënte enscenering. Het slot als Cio Cio San (buiten beeld) zelfmoord gepleegd heeft en Pinkerton en zijn vrouw het kind meenemen, zorgt voor een verrassende wending in de regie. Di Pralafera heeft ervoor gekozen het kind nog als een baby in een kinderwagen voor te stellen, en dus niet als een driejarig kind. Als Kate Pinkerton het kind uit de kinderwagen wil nemen, zitten er blijkbaar alleen maar voddenpoppen en dekentjes in … Suggereert di Pralafera dat het kind er niet (meer) is? Heeft Cio Cio San het met zichzelf mee de dood ingenomen? Een suggestieve interpretatie in de regie die tot nadenken stemt. Maar zeker aanvaardbaar binnen de emotionele context van het stuk en van de tragiek van Cio Cio San als echtgenote en moeder.

Muzikale en scenische ontroering

Behalve de hoofdrol van Cio Cio San zijn ook de andere personages goed ingevuld. Sabina Willeit is een mooie Suzuki die vertedering en bezorgdheid in haar zachte mezzo legt. Pinkerton had soms een wat harde, minder aangename tenorklank. Maar dat kwam misschien wel goed overeen met zijn karakter van enigszins onverschillige geliefde die probeert zijn gevoelens ten overstaan van Cio Cio San te negeren. Sharpless werd vertolkt door Mario Cassi, die vocaal zijn gevoel voor enerzijds de in de steek gelaten geliefde en anderzijds zijn loyauteit met Pinkerton geslaagd tot uitdrukking bracht. De kleurrijke zachtheid in zijn stem deed hem slagen in de moeilijke opdracht.

Dirigente Speranza Scappucci verblufte gewoonweg in deze uitdagende en rijke partituur van Puccini. Met gedoseerde en zeer gedifferentieerde gestiek slaagde ze erin de verfijning van de partituur, de oosterse tinten maar ook het drama uit het orkest tevoorschijn te halen. Ze zorgde voor een paar authentieke kippenvelmomenten, het slot bijvoorbeeld van het tweede bedrijf. Het was duidelijk dat het orkest van de Opéra de Wallonie haar op handen draagt en bereid is om voor haar een tandje bij te steken. Zelden hebben we de muzikanten met zoveel aandacht de aanwijzingen van de dirigent zien (horen) opvolgen. Vorig seizoen had ze ons al overtuigd in de opvoering van Bellini’s I Puritani. Deze Madama Butterfly bevestigt dat Scappucci een uitstekende match is om het orkest van de opera van Luik te motiveren. Een mooie voorstelling die Puccini’s opera tot een emotionele belevenis maakt.


  • WAT: Madama Butterfly – Giacomo Puccini (1858-1924)
  • REGIE: Stefano Mazzonis di Pralafera
  • STEMMEN: Svetlana Aksenova, Alexey Dolgov, Mario Cassi, Sabina Willeit, Alexise Yerna, Patrick Delcour
  • ORKEST: Orchestre et Choeurs de l’Opéra Royal de Wallonie o.l.v. Speranza Scappucci
  • WAAR: Opéra Royal de Wallonie, Luik
  • WANNEER: zondag 15 september 2019 (voorstellingen nog tot en met 28 september 2019)
  • FOTO: ©  Opéra Royal de Wallonie-Liège