Escapes, het nieuwe album van de Bulgaars-Luxemburgse componiste Albena Petrovic (°1965), ontvouwt zich pas gaandeweg. Met een concerto, vier miniaturen, La fenêtre invisible en twee exotische dansen oogt het programma als een losse verzameling, maar wie de titel te snel als programmatische aanduiding wegzet, doet het album tekort: dit is geen lichte salonmuziek voor vier handen, maar een rijk gelaagd universum waarin ontsnappen geen vluchtgedrag is, maar een manier om een andere werkelijkheid te verkennen.
Ik leerde Petrovics muziek enkele jaren geleden kennen via Bridges of Love, waarop pianiste Plamena Mangova zich over haar pianowerken ontfermt. Die cd smaakte naar meer; Escapes lost die belofte moeiteloos in en voegt een reeks boeiende werken aan dat beeld toe.
Petrovic, geboren in Sofia en sinds 1996 woonachtig in Luxemburg, presenteert die gedachte zelf als de rode draad van het album. De breuk met het Oost-Europese systeem in de jaren negentig bracht niet alleen een geografische verwijdering van haar geboorteland met zich mee, maar ook – zo beschrijft zij het – het verlies van het vanzelfsprekende houvast van een culturele identiteit. In haar eigen woorden voelen de flarden van haar herinneringen “meer als fictie dan als mijn echte leven”. Die vervreemding, dat besef dat het ik zich steeds opnieuw moet uitvinden, loopt als een rode draad door de werken op deze cd. De muziek ondersteunt die lezing overtuigend: niet als troostmuziek, maar als een poging een andere werkelijkheid binnen te stappen, die van droom, fantasie en het duistere schone.
Het Concerto voor twee piano’s – oorspronkelijk in 2019 geschreven voor piano en orkest en na de pandemische stilstand omgewerkt voor twee piano’s toen de geplande première op de lange baan werd geschoven – opent het album vanuit een consequent doorgevoerd klankmatig uitgangspunt. Petrovic bouwt haar harmonieën op uit spanningsvolle samenklanken die voortdurend schuren, zonder ooit hard of agressief te worden. Vooral in de openingsbladzijden ontstaat zo een spanning die zich niet oplost, maar gaandeweg een eigen logica ontwikkelt, zonder dat de componiste de schoonheid van de klank uit het oog verliest.
Wie daarna Sand of Oblivion en La fenêtre invisible beluistert, ontdekt Petrovics meest kenmerkende signatuur: de piano als uitgebreid slagwerkinstrument. Tibetaanse klankschalen, tamboerijnen, glissandi over de snaren en handpalmen die tegen de kast van het instrument slaan geven het klankbeeld een donkere, tastbare aanwezigheid. De musicoloog Iliya Gramatikov omschreef die werkwijze als “expansief reductivisme” – met een beperkt arsenaal aan ingrepen, zonder uitgebreide instrumentatie of complexe akkoordentaal, weet Petrovic een opmerkelijk rijk en gelaagd klankpalet op te bouwen. In La fenêtre invisible, oorspronkelijk geschreven voor piano en harp, klinkt een harmonische ambiguïteit en een spel met stilte die aan Debussy doen denken, maar dan gefilterd door een uitgesproken introspectieve gevoeligheid en zonder Debussy’s impressionistische klankwereld eenvoudigweg te imiteren.
De titelcyclus Escapes – vier miniaturen die geleidelijk evolueren van één hand naar vier handen, aangevuld met twee klankschalen en twee tamboerijnen – vormt het hart van het album. In het slotdeel moeten de pianisten toetsenbord en percussie gelijktijdig bedienen. Het levert een knap staaltje muzikale choreografie op dat nooit de indruk wekt louter effectbejag te zijn. Ter afsluiting klinken twee van de vijf Exotic Dances op. 264, een volwassen tegenhanger van Petrovics jeugdwerk voor jonge pianisten. Hun speelse karakter vormt een welkome adempauze na zoveel introspectie. Na de klankrijke duisternis die eraan voorafging, klinkt die lichtvoetigheid bijna als een bevrijding, al blijven deze dansen minder lang nazinderen dan de meer gelaagde werken die het album dragen.
Voor dit repertoire blijken Romain Nosbaum en Florin Mantale een overtuigend duo. Nosbaum, een pianist met een gevoelige, romantisch geschoolde aanslag, nam eerder al Petrovics volledige pianowerk op voor GEGA New en kent haar muzikale taal dus van binnenuit. Mantale, opgeleid bij Naum Grubert aan het Conservatorium van Amsterdam en geroemd om zijn lichtende, innerlijk expressieve spel, vormt sinds 2025 een pianoduo met Nosbaum. Ze musiceren alsof dit niet hun eerste, maar hun tiende gezamenlijke opname is: in het Concerto wisselen beide stemmen moeiteloos van voor- naar begeleidende rol, en in de percussieve passages van de titelcyclus vallen aanslagen van klankschaal en toets zo strak samen dat het ritmische raamwerk nooit los komt te staan van de melodische lijn. Ze zoeken de percussieve breekbaarheid van Petrovics klankwereld op zonder daarbij de lyrische onderstroom uit het oog te verliezen.
De opname, gemaakt in de Salle de Musique de Chambre van de Philharmonie Luxembourg, plaatst beide piano’s helder naast elkaar in het stereobeeld, waarbij de klankschalen met een tastbare aanwezigheid boven het klankbeeld uit resoneren.
Escapes is geen album voor vluchtige consumptie. Het vraagt een luisteraar die bereid is zich in Petrovics klankwereld onder te dompelen, maar beloont die aandacht rijkelijk. De muziek overtuigt uiteindelijk niet omdat ze een verhaal illustreert, maar omdat ze haar eigen logica en zeggingskracht bezit: soms weerbarstig, vaak betoverend en steeds met een eigen, herkenbare stem. Nosbaum en Mantale geven die wereld een vanzelfsprekende overtuigingskracht en maken van Escapes geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een uitnodiging om haar anders te horen: een ontsnapping die, in klank, uiteindelijk een aankomst blijkt te zijn.





