Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Officium Ensemble scoort staande ovatie op Laus Polyphoniae

Wat zich tijdens het concert al voorzichtig liet vermoeden, werd aan het einde onmiskenbaar bevestigd: Officium Ensemble kreeg een minutenlange staande ovatie. En wat mij betreft was dit tot dusver het mooiste concert van deze editie van Laus Polyphoniae.

Veel kwam deze avond samen: prachtige Iberische polyfonie, een ensemble dat deze muziek volledig naar zich toe trekt, een dirigent die de zang lijkt te ademen en een muzikaliteit die van begin tot einde onweerstaanbaar werkte. Wat vanuit het ensemble het schip in de kerk bereikte, was niet alleen een verfijnde klankcultuur, maar ook een voelbare betrokkenheid bij de muziek.

Het programma was grotendeels opgebouwd rond Estêvão Lopes Morago (1575-1630), een componist van Spaanse afkomst die in Portugal studeerde en werkte. Aan het einde van het concert vertelde dirigent Pedro Teixeira daar meer over. Het verklaarde meteen een indruk die mij tijdens het luisteren al meermaals had getroffen: sommige passages deden sterk denken aan Tomás Luis de Victoria.

Morago was ongeveer dertig jaar jonger dan Victoria. Of er sprake is geweest van rechtstreekse beïnvloeding, laat ik graag aan de musicologen over, maar de stilistische verwantschap was soms opmerkelijk groot. En misschien hoeft dat ook niet te verbazen: in het Iberische muzieklandschap van die tijd waren de grenzen tussen Spanje en Portugal vermoedelijk een stuk poreuzer dan wij ze vandaag ervaren. Mijn oren hoorden in elk geval af en toe onmiskenbaar Victoria.

Een extra bijzonderheid van dit programma is dat een aanzienlijk deel van deze muziek voor de moderne uitvoeringspraktijk werd gereconstrueerd en getranscribeerd door musicoloog José Abreu van de Universiteit van Coimbra. Zo konden we luisteren naar de Missa ferialis, omgeven door eucharistische motetten en enkele achtstemmige werken van Morago en zijn tijdgenoten. Het bleek een bijzonder boeiende ontdekking.

Polyfonie die leeft

Officium Ensemble brengt deze polyfonie met een vanzelfsprekende overtuigingskracht. Het ensemble maakt de muziek volledig tot de zijne. Misschien klinkt het traditioneel, maar volgens mij is de juiste manier om deze repertoire te benaderen: organisch, gedragen en zonder de behoefte om er iets academisch of kunstmatigs van te maken.

De muziek is op zichzelf al schitterend, maar het zijn de zangers die haar werkelijk tot leven brengen. Het ensemble bestaat uit uitstekende stemmen, zonder dat iemand de behoefte lijkt te hebben om zichzelf op de voorgrond te plaatsen. Alles staat ten dienste van de muziek.

Ook de dirigeerstijl van Pedro Teixeira sluit daar naadloos bij aan. Hij legt zijn zangers niets op en dirigeert met een opmerkelijke vanzelfsprekendheid. Zijn gebaren ondersteunen meer dan dat ze sturen. De directie lijkt voortdurend verbonden met de ademhaling van de muziek zelf, waardoor de klank ruimte krijgt om zich natuurlijk te ontwikkelen.

Als ik toch twee stemmen mag uitlichten, dan begin ik graag bij de basstem. Dezej vormde niet alleen een solide fundament onder het ensemble, maar zocht ook opvallend vaak contact met het publiek. Omdat hij op de hoek stond en ik op de derde rij zat, viel dat bijzonder sterk op. Het lijkt een klein detail, maar het maakt een wezenlijk verschil: de zangers zingen niet boven het publiek, maar communiceren ermee.

Aan de overzijde stond de sopraan. In polyfonieconcerten vervult de sopraan vaak vanzelfsprekend de rol van cantus, maar hier was zij veel meer dan dat. De stem gaf het ensemble stabiliteit en richting, maar vooral een kleur die soms bijna buitenaards aandeed.

Daarmee wil ik absoluut geen afbreuk doen aan de andere stemmen. De diepe alten en overtuigende tenoren, met hun herkenbare Iberische flair, vormden samen een homogeen en rijk klankbeeld.

De eerste koude rilling

Muzikaal waren er verschillende momenten waarop ik mijn pen al wilde neerleggen. De eerste echte koude rilling kreeg ik bij Vinea electa mea. Daar werd voor mij bijzonder duidelijk hoe dicht Morago soms bij Victoria lijkt te staan.

Maar het was vooral Audivi vocem dat mij volledig wist te grijpen.

De sopraan zette Audivi vocem in, “ik hoorde een stem uit de hemel”, met een overtuiging die onmiddellijk de aandacht van de hele kerk naar zich toe trok. En dan waren er die prachtige dissonanten: zuiver, fijnzinnig en volledig natuurlijk gebracht.

Ook Pedro Teixeira liet horen dat hij over een mooie stem beschikt. Met de intonatie van Benedicamus Domino en bij de inzet van de lamentatie gaf hij telkens opnieuw energie aan de groep.

Wanneer de kerk mee gaat klinken

In een ruimte als de Sint-Andrieskerk blijft het een uitdaging om polyfonie zo uit te voeren dat de akoestiek de muziek verrijkt zonder haar te vertroebelen. Officium Ensemble had die balans volledig onder controle te hebben.

De reverberatie werkte soms ronduit magisch. Het mooie was dat de zangers de ruimte niet hoefden te forceren; ze vertrouwden erop. De klank kon zich gedragen door de architectuur van het gebouw zelf.

Dat was bijvoorbeeld bijzonder sterk in Tamquam ad latronem, waarin de farizeeën en hogepriesters met zwaarden en knuppels naar Christus trekken. De ruimte gaf de muziek daar een extra dramatische dimensie.

De twee laatste motetten waren niet van Morago, maar van De Brito en Tavares. De eerste kende ik al enigszins; Tavares behoeft voor liefhebbers van Portugese polyfonie nauwelijks introductie. Opnieuw ging het om achtstemmige werken, en daar heb ik uiteindelijk mijn potlood echt neergelegd.

Mijn boek ging dicht. Ik wilde luisteren.

Bij Vidi Dominum, Surge, propera en het ontroerend mooie Columba mea kwamen alle kwaliteiten van het ensemble samen: de precisie, de klankschoonheid, de diepte, de lichtheid en de vanzelfsprekendheid waarmee deze musici samen zingen.

En zoals ik in het begin al schreef: het publiek was overtuigd.

Sommige concerten zijn goed uitgevoerd. Sommige concerten zijn memorabel. Dit was er een dat je nog lang met je meedraagt want dit was geen uitvoering van polyfonie.

Dit was polyfonie die ademhaalde.

dinsdag 25 augustus 2026, 22u00 / Laus Polyphoniae / Sint-Andrieskerk Antwerpen

Motetten van E.L. Morago, M. Cardoso, F. de Magalhães, A. Lobo

Ariana Russo, Isabel Fernandes, Mariana Moldão, Raquel Mendes, sopraan | Fátima Nunes, Rita Tavares, alt | André Lacerda, Jorge Leiria, tenor | Nuno Mendes, Pedro Casanova, Rui Bôrras, bas | Pedro Teixeira, artistieke leiding

Details:

Titel:

  • Officium Ensemble scoort staande ovatie op Laus Polyphoniae
nlNLdeDEenENfrFR