Een paar uur voor haar optreden met het Jovem Orquestra Portuguesa in het Konzerthaus Berlin neemt mezzosopraan Cláudia Ribas nog rustig de tijd voor een gesprek. Geen spoor van podiumzenuwen – eerder de ontspannen helderheid van iemand die weet wie ze is als muzikant, en wat ze straks op de bühne wil vertellen. Werner De Smet sprak met haar over haar veelzijdigheid, haar Portugese achtergrond, de betekenis van saudade en haar werk met een jeugdorkest.
Een veelzijdige muzikant
Hoe zou ze zichzelf als muzikant omschrijven? Ribas twijfelt geen moment: als een “well rounded”, veelzijdige muzikant. Klassieke muziek, jazz en musical liggen haar allemaal, en ze past haar stem telkens aan het genre aan. Ze zong intussen zowel hedendaags werk als barok: “Als klassiek musicus moeten we een brede waaier aan genres op een hoog niveau kunnen brengen. Dat is wat ik nastreef.”
Toch heeft ze een uitgesproken voorkeur, de romantiek: “Die periode past heel goed bij mijn stem.” Ook de barok kan haar bekoren, hedendaagse muziek ligt moeilijker. Is een stuk goed geschreven, dan is ze meteen mee. Wordt het te atonaal, dan raakt het haar niet: “Je moet een verbinding voelen. Dan maakt het niet uit of het barok is of romantisch – je hebt een gevoel nodig.”
Van Portugal naar Frankfurt
Ribas’ muzikale weg voerde haar van Portugal – waar ze vanaf haar derde tot haar vierentwintigste woonde – via Amsterdam en Kopenhagen naar Frankfurt. Elke stad liet sporen na. Haar Portugese jaren hebben haar gevoel voor sentiment sterk gevormd: de Portugese folkmuziek, niet alleen de fado, draagt een diepe melancholie in zich, en die neemt ze mee in wie ze als artieste is: “Ik hoor vaak dat mensen mij iets melancholisch willen horen zingen. Ik denk dat dat daarmee te maken heeft.”
In Amsterdam kende ze een periode van intense groei, zowel persoonlijk als artistiek: de stad bracht haar in contact met muzikanten uit alle windstreken, maar ook het conservatorium zelf was al een smeltkroes, van oude muziek tot jazz en een vleugje pop. Ze haalt er ook een typisch Nederlands begrip bij: tolerantie – niet als in “ik duld je”, maar als oprechte openheid voor elke cultuur en overtuiging. Precies die houding heeft een muzikant volgens haar nodig: openstaan voor alle klanken, alle andere musici om je heen.
In Kopenhagen volgde ze een master aan het operahuis en kwam ze voor het eerst rechtstreeks in contact met het grote toneel. Haar zangdocent maakte zelf deel uit van het ensemble en leerde haar een dirigent volgen – en waarom je als zanger net iets vóór het orkest moet zitten, zodat je stem in de zaal niet te laat klinkt. Een radicale omschakeling voor wie tot dan vooral kamermuziek met een pianist had gemaakt: hoewel ze in Amsterdam al veel opera’s had gezien als toeschouwer, stond ze in Kopenhagen voor het eerst zelf aan de andere kant.
Frankfurt werd de plek waar ze alles verder aanscherpte. De studio had zijn voor- en nadelen – als jonge zanger moet je er meteen vooraan staan – maar gaf haar ook een onvervalste inkijk in hoe de sector, de agentschappen en de kantoren echt werken: “Ik heb ontzettend veel geleerd in die jaren. Het was een fantastische ervaring.”
De doorbraak
Een belangrijke omslag kwam er met haar overwinning in 2024 op het IVC, de International Vocal Competition in ‘s-Hertogenbosch. Haar naam dook plots overal op – iets waarmee ze zelf niet had gerekend. Ze kreeg er in één klap veel auditiekansen voor grotere operahuizen door, en zelfs een engagement zonder dat ze er ook maar voor hoefde voor te zingen. “Dat gebeurt dus ook, blijkbaar,” zegt ze lachend. De samenwerking met haar agentschap liep al, maar dankzij het concours ging alles net iets vlotter: zodra je naam wat hoger op de radar staat, geeft dat meer houvast en maakt het bepaalde aspecten van de carrière net iets gemakkelijker.
Saudade, een gevoel zonder vertaling
Het programma in het Konzerthaus Berlin draait om saudade, dat Portugese gevoel dat zich moeilijk in een andere taal laat vangen. Voor Ribas komt “verlangen” nog het dichtst in de buurt, maar het woord betekent evengoed “iets missen” – een dubbele, misschien zelfs drievoudige lading. Saudade is volgens haar een blijvend onderdeel van de Portugese identiteit: de saudade van de ontdekkingsreizen en het koloniale verleden, van moeders wier zonen de zee opgingen en niet terugkeerden, van geliefden. Voor haar is het een gevoel met heel veel kanten.
Woorden schieten er soms tekort, muziek niet, vindt ze. Het is niet gewoon een mineurakkoord – dat klinkt op zich al treurig – maar iets met net dat tikkeltje jazzy erin, zoals een blues, of de trage ballads uit de bossa nova, die voor haar doorspekt zijn van datzelfde gevoel.
Berlioz komt tweemaal aan bod. In de aria Adieu, fière cité uit Les Troyens blijft Dido achter terwijl Aeneas vertrekt. Het is het lot, ze zou het hem niet mogen verwijten, en toch doet ze dat. Uiteindelijk beslist ze zichzelf van het leven te beroven – een keuze die Ribas bijzonder tragisch vindt en waarmee ze het oneens is. In Sur les lagunes opent het lied met de vaststelling dat een goede vriend gestorven is en glijdt het van daaruit weg in een golf van melancholie en verdriet, voelbaar tot in de muziek zelf.
Ook de rest van het programma lijkt rond dat gevoel te cirkelen: de wereldcreatie Saudades, só portugueses van de vijfentwintigjarige componist César Rafael, geïnspireerd op de poëzie van Fernando Pessoa, en na de pauze Tsjaikovski’s Pathétique.
Werken met een jong orkest
Vanavond staat Ribas met een jeugdorkest op de planken: het Jovem Orquestra Portuguesa (JOP), onder leiding van Pedro Carneiro. Als meer ervaren musicus – ze werkt intussen vijf, zes jaar in het vak – merkt ze een groot verschil met gevestigde orkesten: “Je moet er naartoe gaan met een open hart en het besef dat de muzikanten nog jong en relatief onervaren zijn.” Juist daardoor ontstaan er onverwacht mooie momenten: de klank die zo’n jong orkest voortbrengt, noemt ze fris en sprankelend.
Wat vanavond wacht, is nog anders, vertelt ze: deze jonge musici hebben nog geen vastomlijnd beeld van hoe het stuk zou móéten klinken. Dat geeft de muziek een zekere onbevangenheid en schept tegelijk meer ruimte. Er is geen verwachting dat romantische muziek nu eenmaal op die ene manier gespeeld moet worden, geen rigiditeit zoals bij gevestigde dirigenten of orkesten die menen precies te weten hoe het hoort: “Dat is een beetje mijn gevoel bij het werken met het jeugdorkest.”
Wat ze het publiek toewenst
Wat hoopt ze dat het publiek vanavond mee naar huis neemt? Vooral dat ze een mooie avond beleven, zegt Ribas – en dat wie voor het eerst naar een klassiek concert komt, zin krijgt om terug te komen. Het programma noemt ze een sterke, doordachte samenstelling: “Ik hoop dat het bij hen blijft hangen.”





