“La mandoline aujourd’hui est tellement abandonnée…” – zo klaagde Hector Berlioz in zijn orkestratietraktaat uit 1843 over het vergeten instrument. Wat een ironie dat zijn naam later zou worden verbonden aan de Salle Berlioz, een van de Parijse concertzalen waar mandolinisten als Vittorio Monti en Laurent Fantauzzi optraden. En welk een vreugde dat de Napolitaanse mandolinist Raffaele La Ragione ons met zijn nieuwe cd “Dans les salons fin-de-siècle” mee terugroept naar die betoverende wereld van de Belle Époque, waar salons gonsden van gitaren en mandolines, de verzen van Verlaine werden gezongen en heel Europa – van kapper tot magistraat – onder de bekoring van haar snaren stond.
Een instrument met een bewogen verleden
De begeleidende teksten van musicologen Paul Sparks en Hélène Cao – uitvoerig en doorwrocht – schetsen hoe de Napolitaanse mandoline na een periode van vergetelheid opnieuw tot bloei kwam, mede dankzij de Parijse Wereldtentoonstelling van 1878. Italiaanse virtuozen als Giuseppe Silvestri en Ferdinando De Cristofaro trokken naar Parijs en ontketenden er een ware “manie”. Pioniers zoals Jules en Alfred Cottin volgden hun spoor, en al snel vond de mandoline haar weg naar de Parijse salons, hoewel ze kort voordien nog als een louter volks instrument gold. Het is precies deze rijke achtergrond die Raffaele La Ragione met zijn programma wil ontsluiten – en daarin slaagt hij schitterend.
Virtuositeit met stijl en smaak
La Ragione speelt op een mandoline vervaardigd door Lorenzo Lippi (Milaan, 2025), naar het model van de legendarische Vinaccia-makers, en op een tenormandola van Raffaele Calace Jr. (Napels, 2017). Zijn klankideaal is helder: warm, genuanceerd, zonder effectbejag. De tremolotechniek – het geheim van het cantabilekarakter van de mandoline – hanteert hij met bewonderenswaardige rust en gelijkmatigheid, zodat melodielijnen ademen in plaats van te trillen. In Silvestri’s Lo Sport, een wals die de componist zelf uitvoerde op de Wereldtentoonstelling van 1878 en die mogelijk voor het eerst werd opgenomen, toont La Ragione zich een verteller die zijn publiek meesleurt zonder ooit te forceren.
De bewerkte stukken – van Bizets Pastorale (een heerlijke opener, die onmiddellijk de toon zet en smaakt naar meer) over Gounods Le Soir tot Chaminades Havanaise – zijn onder meer afkomstig van Jean Pietrapertosa en de gebroeders Cottin, arrangeurs die de muziek van hun tijd door en door kenden. La Ragione respecteert hun werk, maar voegt er zijn eigen typisch mandoline-idioom aan toe: in Duponts “Mandoline” en Saint-Saëns’ “Guitares et Mandolines” klinken de herhaalde noten van het instrument zoals ze moeten klinken – als het tinkelende water van een Napolitaanse fontein op een zomerse nacht. Niet elk werk op het album bezit dezelfde compositorische zeggingskracht, maar precies die afwisseling maakt duidelijk hoe veelzijdig het salonrepertoire rond de mandoline wel was. Het geheel levert een zeer onderhoudende opname op.
Een driehoeksverhouding: instrument, piano, stem
De integere François Dumont is te horen op een Pleyel-vleugel uit 1896 – een bewuste keuze die het verhaal geloofwaardig maakt. Het instrument verleent aan de begeleiding een karakteristieke gedempte glans, een patina dat de moderne concertvleugel niet kan evenaren. Dumont is een uitstekende partner: hij luistert, vult aan en neemt nooit meer ruimte in dan nodig. Zijn Liszt (Danse des sylphes) en Chopin (Variatie uit de Hexaméron) zijn kleine parels van gestileerde elegantie.
Sandrine Piau, van oudsher thuis in de barokmuziek maar ook hier volledig overtuigend, zingt drie ‘mélodies’ op “Les donneurs de sérénades” (“Mandoline”) van Paul Verlaine: de toonzettingen van Debussy, Dupont en Fauré, ideaal verspreid over het programma. Haar stem heeft die bijzondere eigenschap dat ze zelfs in lichte, schijnbaar luchtige muziek iets van innerlijke intensiteit draagt. Haar Debussy staat het dichtst bij de geest van het instrument – hij begint immers met de open snaren van de mandoline zelf, sol-ré-la. Haar Fauré is inniger, haar Dupont doorleefd.
Een herontdekking die beklijft
Wat dit album bijzonder maakt, is de coherentie van het concept. La Ragione en zijn partners herbouwen geen museumstuk, maar bieden een levende muzikale conversatie met het verleden. Het repertoire – een mix van originelen en vernuftige bewerkingen – is zorgvuldig gekozen, de uitvoering doordacht en de opnamekwaliteit (Chiesa di San Rocco, Miasino, juni 2025) warm en transparant.
Na “Beethoven and his Contemporaries” (2020) en “Mandolin on Stage” (2022) bevestigt La Ragione met dit derde album voor Arcana zijn positie als een van de toonaangevende mandolinisten van zijn generatie. Hij rehabiliteert de mandoline zoals Gustav Leonhardt ooit het klavecimbel rehabiliteerde: door een vergeten instrument opnieuw ernst, kleur en historische diepgang te geven.
Dit is een cd die men na de eerste beluistering niet snel wegbergt.





