Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Knieval zonder korset: Bruckners onbedwongen Derde

W
· 6 min lezen
Deel dit artikel
Knieval zonder korset: Bruckners onbedwongen Derde

De muziek van Anton Bruckner (1824-1896) kan overweldigend zijn, maar ze hoeft daarvoor niet zwaar te klinken. Dat bewijst deze nieuwe opname van zijn Derde symfonie door Anima Eterna Brugge en Pablo Heras-Casado al vanaf de eerste maten. Gekozen is voor de oorspronkelijke partituur uit 1873 – de versie die de componist zelf nooit in de concertzaal heeft mogen horen en die pas in 1946 voor het eerst klonk.

Bruckner voltooide de symfonie eind 1873 en trok meteen naar Bayreuth om Wagner, zijn grote voorbeeld, de opdracht van de nieuwe symfonie aan te bieden. De weidse, haast onderdanige toewijding op het titelblad wordt in het cd-boekje treffend omschreven als "een verbale knieval van de meest onderdanige soort", maar in de muziek zelf klinkt die onderdanigheid nergens door: Bruckner heeft in deze eerste versie al een geheel eigen manier gevonden om spanningsbogen op te bouwen en vanuit kleine gebaren naar monumentale climaxen toe te werken.

Juist daarom beschouw ik de latere revisies van 1877 en 1889 – en tal van andere, goedbedoelde bewerkingen van de gebroeders Schalk, maar ook van Peter-Jan Marthe en Joseph Kanz – niet zomaar als verbeteringen. Ze polijsten naar mijn gevoel te veel weg van wat hier nog onstuimig en soms verrassend naast elkaar staat. Wat bij een eerste versie gemakkelijk kan worden beschouwd als een verzameling nog niet helemaal uitgewerkte ideeën, klinkt bij Heras-Casado juist opmerkelijk logisch: de vele episodes, contrasten en hoogtepunten krijgen elk hun plaats zonder het geheel uiteen te laten vallen.

Die aanpak krijgt in het eerste deel meteen een indrukwekkende uitwerking. Ongelofelijk urgent zet de symfonie in en Heras-Casado voert de muziek zonder omwegen naar de beroemde trompetstoot. Het effect is geweldig: als luisteraar word je onmiddellijk in Bruckners verhaal gezogen. Daarna blijft de muziek voortdurend in beweging, maar zonder dat de spanning naar één onafgebroken climax wordt geduwd. Er is plaats voor onverwachte vertragingen en lyrische momenten, waarna de energie telkens weer wordt opgepikt. Vooral het vraag-en-antwoordspel tussen de verschillende muzikale ideeën werkt bijzonder overtuigend: alles lijkt elkaar als vanzelf op te volgen, waardoor de vele invallen en contrasten niet als losse fragmenten klinken, maar als onderdelen van één grotere muzikale beweging.

Wagner is in deze partituur voortdurend op de achtergrond aanwezig, met vage, kundig ingevlochten reminiscenties aan zijn muziek – niet toevallig, want Wagner mocht zelf kiezen welke symfonie Bruckner aan hem zou opdragen, en koos deze Derde. In het Adagio wordt die aanwezigheid echter heel concreet: het Sehnsuchtsmotiv uit Tristan und Isolde opent het deel bijna woordelijk, gevolgd door het Schlafmotiv uit Die Walküre in de misterioso-passage erna. Toch hoor je hier al snel dat Bruckner, ondanks zijn bewondering, geen epigoon is: in deze uitvoering krijgen de Wagneriaanse verwijzingen alle ruimte zonder dat Bruckners eigen, religieus doortrokken stem erdoor wordt overstemd – een dubbelheid die het Adagio precies dat extra reliëf geeft.

Ook dit deel krijgt bij Heras-Casado een vlot tempo. Doorgaans hoor ik Bruckners langzame delen graag wat breder, maar hier werkt het verrassend goed: er blijft plaats voor vertraging en verstilling, de muziek kan zich terugtrekken om vervolgens opnieuw in beweging te komen, zonder dat de spanningsboog breekt. De orkestsolo's verzanden nergens, maar krijgen de kans om zich te ontplooien. Het deel ademt en blijft spreken, waardoor het tempo mij uiteindelijk minder bezighoudt dan de vanzelfsprekendheid waarmee alles in elkaar grijpt.

Wat deze opname vooral onderscheidt van de gangbare discografie, is de klankwereld zelf. Anima Eterna Brugge speelt op historische instrumenten uit de tweede helft van de negentiende eeuw: Weense hoorns van Leopold Uhlmann, trompetten in F naar Ferdinand Roth, ventieltrombones uit Linz en Weense pauken met geitenvellen bespannen. Het levert een transparantere, drogere en op momenten bewust hoekige klank op – ver van het weelderige fluweel waarmee we Bruckner doorgaans associëren, en dichter bij de klankwereld die een negentiende-eeuws publiek kan hebben gekend.

De houtblazers klinken helder, de strijkers hebben een frisse souplesse, het koper krijgt glans en soms een aangenaam ruwe beet, en de pauken geven de ritmische drive een droge directheid. Dat instrumentarium is echter geen doel op zich: het zorgt vooral voor een heldere verhouding tussen de orkestgroepen en maakt de interne werking van de partituur beter hoorbaar.

Het Scherzo profiteert misschien nog het meest van die klankwereld, met een dansante, licht ruige energie die de volkse wortels van de muziek niet verdoezelt. Hier klinkt Bruckner niet als de vereerde symfonische reus, maar als een componist die plezier heeft in ritme en beweging. In de Finale houdt Heras-Casado het tempo behoorlijk strak, zonder de muziek te forceren. Ook hier blijven opvallend veel details hoorbaar: de muziek krijgt vaart zonder aan articulatie in te boeten, en de vele invallen, accenten en stemmingswisselingen vormen samen een overtuigende muzikale stroom.

Misschien is dat uiteindelijk wat deze opname zo bijzonder maakt: alles komt organisch en moeiteloos binnen. Meer dan eens heb je het gevoel naar een live-uitvoering te luisteren, niet omdat er toevalligheden of onvolkomenheden te horen zijn, maar omdat de muziek zich zo natuurlijk lijkt te ontvouwen. Het mooie is bovendien dat deze uitvoering de Urfassung niet als curiositeit presenteert, maar haar gewoon laat klinken – en dan valt op hoeveel deze versie al in zich heeft: de frisheid van een componist die zijn eigen ideeën nog niet voortdurend aan zichzelf ter discussie stelt.

Heras-Casado en Anima Eterna Brugge vormen na deze uitermate geslaagde Derde en de eerder verschenen, eveneens fel gewaardeerde Vierde stilaan een droomteam voor Bruckner. Hopelijk volgen de andere symfonieën de komende jaren – ook de minder vaak opgenomen Nrs. 0 en 00. En waarom niet ook het sacrale oeuvre van Bruckner? Deze opname smaakt in elk geval naar veel meer.

Als Brucknerliefhebber heb ik ontelbare opnames van zijn symfonieën in de kast staan. Toch komt deze Derde voor mij bovenaan te liggen. Ik heb haar verschillende keren beluisterd voor ik aan deze bespreking begon en telkens opnieuw liet ze me niet los. Misschien is dat uiteindelijk de beste maatstaf: niet dat een opname je vertelt hoe je naar Bruckner moet luisteren, maar dat ze ervoor zorgt dat je haar onmiddellijk opnieuw wilt beluisteren.

Details

Wie
Anima Eterna Brugge o.l.v. Pablo Heras-Casado

Besproken cd

Deel dit artikel
NL