Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

  • Giovanni Sgambati: de stille kracht acht...

Giovanni Sgambati: de stille kracht achter de Italiaanse pianomuziek

onze nieuwsbrief

Elke donderdag houden we je de hoogte van het laatste nieuws, wedstrijden en concert tips. Schrijf je dus snel in op d enieuwsbrief en mis niets van Klassiek Centraal.

 

Er zijn componisten die de geschiedenis vooral onthoudt om wat ze schreven, en er zijn er die vooral voortleven door wat ze mogelijk maakten. Giovanni Sgambati (1841-1914) behoort onmiskenbaar tot die tweede categorie, maar die omschrijving doet hem uiteindelijk tekort. Deze nieuwe opname van Michele Tozzetti toont overtuigend dat achter de pedagoog en organisator een componist schuilging die meer te zeggen had dan de bescheiden plaats die de muziekgeschiedenis hem lange tijd heeft gegund.

In de tweede helft van de negentiende eeuw was Rome een stad waar de opera de plak zwaaide en instrumentale muziek nauwelijks een eigen plaats had. Samen met violist Ettore Pinelli richtte Sgambati de Società Musicale Romana op en legde hij mee de basis voor wat later het Conservatorio di Santa Cecilia zou worden. Onder de bescherming van Liszt en dankzij Wagners bemiddeling bij uitgever Schott groeide hij uit tot een van de eerste Italiaanse componisten van zijn generatie die de instrumentale muziek in Italië opnieuw internationale uitstraling gaven.

Die geschiedenis hoor je ook in zijn pianomuziek. Italiaanse melodische vanzelfsprekendheid gaat er hand in hand met een bijna Duits gevoel voor vorm en structuur. Sgambati zoekt zelden het grote effect; zelfs wanneer de pianopartij rijk en vol klinkt, blijft de melodie het uitgangspunt. Zijn muziek leeft van elegantie, evenwicht en een vanzelfsprekende lyriek. Ze geeft haar geheimen niet meteen prijs, maar wint juist aan overtuigingskracht naarmate je langer luistert.

Michele Tozzetti, opgeleid aan Santa Cecilia in Rome en inmiddels een ervaren kamermusicus met een bijzondere affiniteit voor minder bekend Italiaans repertoire, begrijpt dat uitgangspunt volledig. Hij probeert deze muziek nergens groter of dramatischer te maken dan ze is. Juist die bescheidenheid blijkt een kwaliteit: hij vertrouwt op de kracht van de partituur en geeft Sgambati alle ruimte om voor zichzelf te spreken. Zijn spel bezit daarbij een zeldzame combinatie van helderheid en warmte: nooit koel analytisch, maar evenmin toegevend aan romantische overdrijving.

De zes Pièces lyriques op. 23 openen met een ingetogen Romance, en wat meteen opvalt is hoe Tozzetti nergens forceert: de lyriek krijgt alle ademruimte zonder in salonachtige sentimentaliteit te verzanden. Dat is geen kleine verdienste, want dit repertoire balanceert voortdurend op de grens tussen verfijning en oppervlakkigheid. Tozzetti bewaart dat evenwicht met een vanzelfsprekend gevoel voor proportie en ontvouwt de zes miniaturen als een zorgvuldig opgebouwde cyclus, waarin elk karakterstuk zijn eigen kleur behoudt en tegelijk bijdraagt aan het geheel. Dat hoor je in de natuurlijke spanningsopbouw van het bijna koraalachtige Vox populi, waarin Sgambati’s belangstelling voor de kerkmuziek subtiel doorklinkt. Evenzeer overtuigt de vanzelfsprekende elegantie waarmee het ingetogen wiegenlied Do-do overgaat in de speelse lichtheid van de afsluitende Ländler en Gigue. Tozzetti houdt de textuur daarbij opmerkelijk transparant, waardoor de verschillende stemmen vrij kunnen ademen en de muziek haar natuurlijke lichtheid behoudt.

De Mélodie de Gluck, Sgambati’s bewerking van de Dans der Gelukzalige Geesten uit Orfeo ed Euridice, is een van die negentiende-eeuwse transcripties die gemakkelijk kunnen verworden tot louter decoratieve pianomuziek. Tozzetti kiest echter voor een opvallend doorleefde lezing. Hij laat de melodie vrij ademen, terwijl de begeleidende figuren zich als een transparante klanksluier om haar heen vleien. Daardoor blijft niet alleen de eenvoud van Glucks muziek intact, maar krijgt zij ook een verstilde intensiteit die diep raakt.

Het hart van de cd vormen echter de drie Nocturnes op. 20. Chopin is als referentiepunt nooit ver weg, maar Sgambati kiest een andere weg. Zijn nocturnes zijn minder opgevat als een persoonlijke bekentenis; ze bezitten een stevigheid die soms eerder aan Brahms dan aan Chopin doet denken. De melodieën krijgen alle ruimte om te zingen, terwijl de muziek nooit haar vaste koers verliest. Juist daarin schuilt Sgambati’s eigen stem: hij zoekt geen opzichtig effect, maar laat schoonheid ontstaan uit evenwicht, geduld en een feilloos gevoel voor opbouw.

Tozzetti voelt die benadering feilloos aan. Meteen in het openingsdeel, Animato, trekt hij de luisteraar een wonderlijke klankwereld binnen. Met zijn rijke kleurenpalet en natuurlijke frasering laat hij de muziek als vanzelf stromen, zonder de poëtische sfeer ooit te verstoren. Diezelfde vanzelfsprekendheid zet zich voort in het Allegretto con moto, waar elegantie en beweeglijkheid elkaar voortdurend in evenwicht houden. Het emotionele hart van de cyclus ligt echter in het Andante espressivo. Daar bereikt Tozzetti de grootste zeggingskracht. Zonder grote gebaren of overdreven pathos laat hij de muziek langzaam openbloeien, zodat elke climax aanvoelt als een vanzelfsprekend gevolg van wat eraan voorafging. Zijn interpretatie ademt een vanzelfsprekende rust en rijpheid, waardoor de muziek op eigen kracht kan overtuigen.

De Mélodies poétiques op. 36 sluiten de cd af als een muzikaal dagboek in twaalf korte hoofdstukken. Juist in deze miniaturen toont Sgambati misschien nog overtuigender dan in zijn grotere werken zijn compositorische vakmanschap. Hij weet niet alleen hoe hij een muzikaal idee moet ontwikkelen, maar vooral ook wanneer hij het moet loslaten. Dat instinct voor proportie verleent de cyclus een vanzelfsprekende elegantie, die door Tozzetti’s doorleefde en fijn gedoseerde spel optimaal tot haar recht komt. Met subtiele tempowisselingen en verfijnde kleuraccenten smeedt hij de twaalf miniaturen tot een organisch geheel, zonder dat hun individuele karakter verloren gaat.

Niet elk deel bezit dezelfde inventiviteit, maar dankzij Tozzetti’s fijnzinnige en kleurrijke spel blijven heel wat bladzijden moeiteloos nazinderen. Vooral de speelse Canzonetta d’aprile, de idyllische Rivelazione, de verstilde Dolci Confidenze, het meeslepende Anima appassionata en het slotstuk Cantico di speranza tonen een componist die met relatief eenvoudige middelen een verrassend rijke gevoelswereld weet op te roepen. Juist in de intieme, meer poëtische momenten komt Sgambati wat mij betreft het sterkst tot zijn recht, al zijn de meer beweeglijke stukken onmisbaar om de cyclus haar natuurlijke evenwicht te geven. Tozzetti geeft die muziek precies de ruimte die ze nodig heeft: warm, doorleefd en trefzeker laat hij de miniaturen zich langzaam, maar onweerstaanbaar in het geheugen nestelen.

Is dit muziek die de geschiedenis van de pianoliteratuur herschrijft? Nee, en dat hoeft ook niet. Sgambati was geen revolutionair, maar een componist die binnen zijn eigen muzikale wereld een opmerkelijk hoog niveau bereikte. Zijn beste pagina’s behoren zonder twijfel tot de meest overtuigende Italiaanse pianominiaturen uit de late negentiende eeuw.

Michele Tozzeti bewijst zich daarbij als een ideale gids. Hij vertrouwt op de zeggingskracht van de muziek zelf en geeft haar precies de ruimte die ze nodig heeft om te overtuigen. Zoals Giuseppe Martucci de Italiaanse symfonie opnieuw een plaats gaf binnen het Europese muziekleven, zo verleende Sgambati de Italiaanse pianomuziek opnieuw artistiek gewicht. Deze opname is daarom veel meer dan een historische curiositeit: ze is een overtuigend pleidooi voor een componist die misschien nooit tot de grootste meesters zal behoren, maar wiens muziek veel meer aandacht verdient dan ze lange tijd heeft gekregen.

 

 

Deze CD is te koop via jpc. Klik op de knop hierboven om deze aan te kopen en de artiest te steunen. Soms plaatsen we affiliate links op Klassiek Centraal, door via deze links te kopen steunt u ook Klassiek Centraal zonder dat het u extra kost. Maar u steunt wel onze werking.

Details:

Uitgevoerde werken:

Giovanni Sgambati

Lyrische Stücke op. 23 Nr. 1-6; Melodie de Gluck; Nocturnes op. 20 Nr. 1-3; Melodies poetiques op. 36 Nr. 1-12

Label / Uitgever:

Referentie:

  • C01168

Barcode:

  • 746160920108

Datum opnames:

  • 11-13 juli 2025

Opname locatie:

  • Palazzo Annibaldeschi, Monte Compatri (RM), Italië

Blijf op de hoogte

Elke donderdag sturen we een nieuwbrief met de meest recente berichten op onze website

– Advertentie –

nlNLdeDEenENfrFR