Aller au contenu
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Critiques

Waar twee orgels met elkaar spreken

W
· 6 min de lecture
Partager cet article
Waar twee orgels met elkaar spreken

Sommige cd's vertrekken vanuit een repertoire, andere vanuit een componist of uitvoerder. Echi d'Organo vertrekt vanuit een ruimte. En eigenlijk nog preciezer: vanuit twee instrumenten die eeuwen geleden naast elkaar werden geplaatst om met elkaar te kunnen spreken. In de Basilica di San Petronio in Bologna staan het orgel van Lorenzo da Prato uit 1475 en dat van Baldassarre Malamini uit 1596. Op deze cd worden ze niet louter als historische getuigenissen gebruikt, maar opnieuw samen ingezet in muziek die bij uitstek om dialoog, antwoord en echo vraagt.

Muziek die door de ruimte reist

Montserrat Torrent en Matteo Bonfiglioli nemen ons mee naar de zestiende en vroege zeventiende eeuw, toen in de grote Italiaanse kerken steeds vaker twee orgels naast elkaar stonden. De orgels konden samen met de verschillende koren musiceren, elkaar afwisselen en soms ook vanop afstand antwoorden. Een specifiek repertoire voor twee orgels zou pas later ontstaan, maar deze muziek laat al horen welke mogelijkheden zo'n opstelling bood. Voor een aantal stukken werden de oorspronkelijke acht stemmen verdeeld over de twee orgels, waardoor de muziek hier letterlijk van de ene kant naar de andere kan klinken.

Het mooie is dat je de ruimte bijna mee hoort musiceren. Een motief klinkt op het ene orgel en krijgt antwoord van het andere, soms dichtbij, soms vanop een grotere afstand. De muziek beweegt daardoor niet alleen in klank, maar ook door de ruimte.

Een mooie smaakmaker is de Canzon pian e forte a 8 van Giovanni Battista Grillo (?-1622), waarmee de cd opent. De titel verwijst naar het bekende pian e forte-principe dat Giovanni Gabrieli ruim tien jaar eerder al expliciet in zijn Sonata pian e forte noteerde. Bij Grillo wordt het vooral een levendig gesprek tussen de twee orgels. Het verschil tussen beide instrumenten is daarbij een troef: het vijftiende-eeuwse Da Prato-orgel en het ruim een eeuw jongere Malamini-orgel blijven duidelijk herkenbaar en zetten meteen de toon voor de rest van de cd.

Een heel andere sfeer heeft de Toccata in Ecco per l'Elevatione, afkomstig uit de archieven van de kathedraal van Como. Het stuk was oorspronkelijk voor één orgel geschreven, maar krijgt hier door de verdeling over twee instrumenten een extra dimensie. Het is een ingetogen, bijna meditatief werk, waarin de orgels elkaar zachtjes lijken te antwoorden. Een aangenaam rustpunt.

Daarna wordt het speels met de anonieme Pavana, Saltarello de la pavana, La Coda, afkomstig uit de manuscripten van Castell'Arquato. De verschillende onderdelen vloeien heel natuurlijk in elkaar over en worden hier als het ware uit één stuk gespeeld. Vooral de overgang naar de dansante saltarello werkt aanstekelijk. De lichte, sierlijke klank heeft zelfs iets kerstachtigs, waardoor dit korte stuk voor mij een van de charmantste momenten van de cd wordt.

Canzon XVII 'L'Allé' in Ecco van Pietro Lappi (1575-1630) brengt ons opnieuw bij het echo-effect. Ook hier is het geen kwestie van luid tegenover zacht, maar van twee orgels die elkaar zoeken en antwoorden. Het ene instrument zet een muzikale gedachte in, het andere neemt ze over en geeft er zijn eigen kleur aan. Je hebt voortdurend de indruk dat beide organisten goed naar elkaar luisteren en precies weten wanneer ze moeten aanvullen of een stapje terugdoen. Zo krijgt deze sfeervolle muziek alle ruimte om te spreken.

Van oude bronnen tot een nieuw Ave Maria

Midden in het programma staat een werk dat niet uit de oude bronnen komt: Tiento sopra Ave Maria van Matteo Bonfiglioli (°1977). Het is een interessante toevoeging, omdat Bonfiglioli niet probeert de zestiende of zeventiende eeuw na te bootsen. Hij kiest wel voor de Iberische tiento-vorm, maar werkt het gregoriaanse Ave Maria op zijn eigen, zoekende manier uit. Het bekende gebed klinkt hier als het ware opnieuw geboren, in een bijna tijdloze sfeer. De vogelroep – tijdens de opname verzorgd door Benedetta Bonfiglioli – is een klein maar verrassend detail en geeft het stuk iets onverwachts.

Met Dialogo Acuto & Sopra'Acuto van Adriano Banchieri (1568-1634) keren we terug naar het vroege zeventiende-eeuwse repertoire. Het korte stuk krijgt zijn karakter door de uitwisseling tussen beide instrumenten: een muzikale gedachte wordt ingezet, beantwoord en uiteindelijk samengebracht in een gezamenlijke afsluiting. Juist door die compacte vorm werkt het als een kleine dialoog binnen het grotere geheel.

Bij Canzon XXXI 'Risposta dell'Eco' van Bastiano Chilese, opgenomen in Raveri's bundel uit 1608, staat het echo-idee letterlijk in de titel. Hier gaat het niet om een simpel verschil tussen luid en zacht. Het antwoord zit vooral in de ruimte. De beide orgels reageren op elkaar en komen daarbij steeds dichter bij elkaar. Het stuk eindigt bovendien ongewoon abrupt, waardoor de muziek niet netjes wordt afgerond, maar als het ware midden in haar beweging wordt afgebroken.

Dat de cd vervolgens weer terugschakelt naar één instrument, zorgt voor een aangename afwisseling. O gloriosa Domina van Adriaan Willaert, in een klavierbewerking uit de manuscripten van Castell'Arquato, laat horen hoeveel rijkdom er in een polyfone compositie te ontdekken valt wanneer die naar één orgel wordt overgebracht. De oorspronkelijke zesstemmigheid wordt uiteraard vereenvoudigd, maar de muziek verliest niets van haar karakter. Integendeel: op dit orgel krijgt ze een helderheid waardoor je sommige lijnen en details anders gaat horen. Ik vermoed dat ik hierdoor bij een volgende keer met andere oren naar Willaert zal luisteren.

Het technisch meest veeleisende werk is Recercada per B quadro del primo tono van Claudio Veggio (1504/1505-1553/1557). De snelle toonladders en virtuoze passages volgen elkaar in hoog tempo op en worden door Bonfiglioli indrukwekkend gebracht. Na de meer ingetogen stukken eerder op de cd zorgt dit voor een stevige dosis vaart en energie. Dat deze virtuoze passage op het oudste van de twee orgels wordt gespeeld, maakt het extra bijzonder: het instrument klinkt hier verrassend krachtig en levendig.

De cd sluit af met opnieuw een werk van Giovanni Battista Grillo, de Canzon in Ecco a 8. Daarmee keert het programma terug naar het principe waarmee het begon: twee instrumenten, twee posities, één muzikale gedachte.

De kracht van de uitvoering

Montserrat Torrent, die op 17 april 2026 haar honderdste verjaardag vierde, brengt haar enorme ervaring mee naar deze opname. Zij speelt mee in de zes stukken voor twee orgels; de solostukken zijn voor rekening van Bonfiglioli, die als organist van San Petronio vertrouwd is met de instrumenten en de ruimte waarin ze klinken. Ik kon niet altijd uitmaken wie op welk orgel speelde, en dat is misschien wel het mooiste compliment voor hun samenspel: de instrumenten blijven herkenbaar, maar de twee organisten vormen een overtuigende eenheid.

Ook de opname zelf draagt bij aan die ervaring. De akoestiek van de kerk is duidelijk aanwezig, zonder dat de klank in een overdaad aan galm verdwijnt. Je hoort de verschillen tussen de instrumenten en ook de afstand ertussen, terwijl de muziek voldoende ruimte krijgt om te ademen.

Echi d'Organo is een cd waar ik graag naar terugkeer. Bij iedere nieuwe beluistering vallen andere details op: een antwoord dat me eerder ontging, een andere klankkleur of een klein verschil in de manier waarop de twee orgels op elkaar reageren.

CD chroniqué

Echi d'organo

Matteo Bonfiglioli, Montserrat Torrent

Label
Da Vinci Classics · C01169
Date de sortie
3 juillet 2026
Fiche complète →
Partager cet article
FR