Aller au contenu
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Critiques

Tussen verstilling en overweldiging

W
· 6 min de lecture
Partager cet article
Tussen verstilling en overweldiging
© Simon van Boxtel

Sommige uitvoeringen imponeren door hun technische perfectie, andere laten je muziek op een nieuwe manier ervaren. Heel uitzonderlijk raken ze aan een diepere laag, voorbij de vertrouwde emoties en de bewondering voor het vakmanschap. Het concert dat het Residentie Orkest op zondag 11 oktober onder leiding van chef-dirigent Jun Märkl in Amare in Den Haag gaf, bood beide ervaringen. In het Vioolconcert van Peter Tsjaikovski (1840-1893) legde Stefan Jackiw een onverwacht intieme, diepmenselijke wereld bloot. Na de pauze toonde het orkest in Ein Heldenleben van Richard Strauss (1864-1949) hoe de verschillende geledingen samen één meeslepend muzikaal verhaal kunnen vormen. Twee meesterwerken, twee totaal verschillende klankwerelden en een dirigent die in beide het beste uit zijn musici wist te halen.

Van binnenuit

Wie Tsjaikovski's Vioolconcert uitvoert, kan nauwelijks om de virtuositeit heen. Het werk staat bekend om zijn veeleisende solopartij, meeslepende melodieën en uitbundige finale, maar achter die uiterlijke schittering schuilt meer dan romantische vervoering. In de uitvoering van Stefan Jackiw werd dat verschil bijzonder voelbaar. Hij stelde zijn technische beheersing volledig in dienst van de expressie. Jackiw liet een uitgesproken verinnerlijkte kant van Tsjaikovski horen: intiem, introspectief en van een ontroerende menselijkheid.

Juist doordat Jackiw de muziek niet voortdurend naar een climax dreef, werd zijn interpretatie zo intens. Hij gaf de muziek alle tijd om te ademen en maakte naast de melodieën ook de stiltes, de aarzeling en de onderhuidse spanning voelbaar. De viool werd geen instrument waarmee de solist zich tegenover het orkest profileerde, maar een stem die iets heel persoonlijks te vertellen had. Wat Jackiw hier liet horen, had ik in dit werk nooit eerder op die manier beleefd. Hij legde de diepmenselijke kant van Tsjaikovski bloot en raakte me daarmee tot op het bot.

Ook de Canzonetta, het langzame middendeel, kreeg daardoor een bijzondere betekenis. Deze muziek vraagt niet om grote gebaren, maar om een kwetsbare, vanzelfsprekende toon en een frasering die de melodie alle vrijheid geeft. Bij Jackiw leek iedere frase haar eigen ademhaling te hebben. Juist doordat hij de expressie nergens opdrong, kwam de emotionele lading des te sterker binnen.

Dat maakte de finale nog overtuigender. Natuurlijk was er bravoure en kwam Tsjaikovski's dansante energie volop tot haar recht. Maar zelfs wanneer de virtuositeit de bovenhand leek te nemen, bleef Jackiw de muzikale lijn bewaken. In het tragere gedeelte keerde hij terug naar de verstilling die zijn interpretatie zo kenmerkte. Zo werd de finale meer dan een demonstratie van technische beheersing: uitbundigheid en introspectie vulden elkaar voortdurend aan.

Ook Jun Märkl speelde hierin een belangrijke rol. Hij leefde zich volledig in Jackiws interpretatie in en stemde de orkestpartijen zorgvuldig af op de fijnzinnige benadering van de solist. Zelfs in de luidere passages bleef de balans voorbeeldig. Het orkest was geen begeleider op de achtergrond, maar een volwaardige gesprekspartner. De musici luisterden aandachtig naar Jackiw en reageerden met grote souplesse op zijn frasering en dynamiek. De wisselwerking tussen beiden deed geregeld aan kamermuziek denken. Märkl begreep dat deze interpretatie haar kracht vooral ontleende aan de spanning tussen wat werd uitgesproken en wat onuitgesproken bleef.

Als bisnummer koos Jackiw niet voor een virtuoos pronkstuk, maar voor het Largo uit de Derde sonate in C-groot van Johann Sebastian Bach. Met een uiterst geconcentreerde voordracht liet hij de stilte spreken en de muziek als het ware uitdoven in de zaal. Het stuk vormde een voortzetting van dezelfde aandachtige, naar binnen gerichte manier van musiceren die zijn Tsjaikovski zo bijzonder had gemaakt.

In volle glorie

Na de naar binnen gekeerde wereld van Tsjaikovski was de overgang naar Richard Strauss' Ein Heldenleben groot. Hier zet de componist het volledige symfonische orkest in om een universum aan klank, kleur en beweging op te roepen. Strauss voert zijn held langs tegenstanders, strijd en liefde, om uiteindelijk terug te blikken op diens leven. De partituur vraagt niet alleen technisch meesterschap, maar ook muzikaliteit, onderlinge afstemming en gevoel voor grote spanningsbogen.

Vanaf de eerste maten zette het orkest een aanstekelijke energie neer, die de hele uitvoering bleef beheersen. Märkl koos tempi die de muziek een natuurlijke vaart gaven en de verschillende episodes soepel in elkaar lieten overvloeien. De heroïsche uitbundigheid van het begin, de scherpe tussenkomsten van de tegenstanders, de lyrische vioolsolo en de onstuimige gevechtsscène vormden samen een rijk geschakeerd verhaal. Ondanks de vele contrasten bleef de muzikale lijn voortdurend voelbaar.

De houtblazers trokken de aandacht met hun markante, soms scherpe tussenkomsten. In de passages waarin Strauss de tegenstanders van zijn held oproept, kwamen hun karakteristieke klanken goed naar voren. Ook in de volste orkestpassages bleven ze helder hoorbaar. Märkl hield de verschillende klankgroepen in balans, zelfs wanneer het volledige orkest op volle kracht speelde. Het koper droeg met zijn stralende klank en precisie bij aan de rijkdom van de orkestratie.

Een bijzonder moment vormde de vioolsolo van concertmeester Wouter Vossen, waarin de geliefde van de held haar intrede doet. Vossen trof precies de juiste toon: zangerig, elegant en intiem. Midden in de weelderige orkestklank ontstond een persoonlijke gevoelswereld. Niet de virtuositeit stond voorop, maar de manier waarop de viool een eigen stem kreeg. Zo vormde de solo een menselijk rustpunt binnen de monumentale orkestwereld van Strauss.

In de gevechtsscène werd de muzikale chaos tastbaar. Ritmische impulsen, koperfanfares en slagwerkaccenten joegen de spanning steeds verder op, terwijl de orkestgroepen elkaar leken uit te dagen en te overstemmen. Toch bleven de afzonderlijke lijnen herkenbaar. Märkl liet het orkest voluit gaan, maar hield de verschillende stemmen bijeen. De passage overtuigde door haar tomeloze energie en de manier waarop Märkl die in goede banen leidde.

In het slot kwam de opgebouwde spanning nog één keer indringend tot uiting. Na de lange, veelbewogen muzikale reis ebde de vioolsolo geleidelijk weg, waarna koper en slagwerk het laatste woord kregen. Märkl hield ook hier de spanningsboog intact en gaf de uitvoering een krachtige afsluiting.

Een collectieve topprestatie

Het Residentie Orkest overtuigde in Ein Heldenleben met een rijk palet aan orkestkleuren, een krachtige klank en hecht samenspel. Onder leiding van Märkl behielden de verschillende geledingen hun eigen karakter en droegen ze bij aan een samenhangende uitvoering. De lyrische bijdrage van concertmeester Wouter Vossen gaf de monumentale orkestklank bovendien een menselijke dimensie.

Wat dit concert zo bijzonder maakte, was het contrast tussen beide werken. Bij Tsjaikovski voerde Stefan Jackiw me naar een uiterst persoonlijke wereld, waarin de muziek haar diepste betekenis vond in wat nauwelijks werd uitgesproken. Bij Strauss groeide de expressie uit tot een groots orkestverhaal, waarin tientallen individuele stemmen samen een groots muzikaal verhaal vertelden.

Ook Jun Märkl toonde daarbij twee kanten van zijn vakmanschap. Bij Tsjaikovski volgde hij met grote fijngevoeligheid de muzikale visie van Jackiw; bij Strauss gaf hij het orkest alle ruimte om zijn kleurrijke klankrijkdom te ontplooien, zonder de samenhang uit het oog te verliezen. Toch blijft voor mij vooral Jackiw bij: hij liet me een kant van Tsjaikovski's Vioolconcert horen die ik niet eerder zo had ervaren. De intimiteit en kwetsbaarheid die achter de virtuoze passages en meeslepende melodieën zichtbaar werden, hebben mijn kijk op dit vertrouwde meesterwerk verdiept.

Détails

Qui
Residentie Orkest o.l.v. Jun Märkl met Stefan Jackiw, viool
Où
Amare, Den Haag
Vu le
11 oktober 2026
Crédit photo
Simon van Boxtel
Partager cet article
FR