Aller au contenu
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Critiques

Onder een glimlach zit de pijn

W
· 5 min de lecture
Partager cet article
Onder een glimlach zit de pijn
© Melissa Fauve

Een avond die begint met de bruisende ouverture van Ruslan & Lyudmila van Michail Glinka (1804-1857) en eindigt met de Zesde symfonie van Sergej Prokofjev (1891-1953), waarin uitbundigheid en beklemming dicht bij elkaar liggen, zet meteen een opvallende muzikale tegenstelling neer. Daartussen klinkt het Eerste vioolconcerto van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975), met Alena Baeva als soliste. Lyriek, sarcasme, virtuositeit en verstilling wisselen elkaar voortdurend af. Op zaterdag 3 oktober brachten Kazushi Ono en Brussels Philharmonic deze drie werken in Flagey samen.

De ouverture tot Ruslan & Lyudmila werd met aanstekelijke speelvreugde gebracht. Brussels Philharmonic liet de muziek bruisen en Ono stuwde ze met zichtbaar plezier vooruit. De snelle passages kregen vaart zonder gejaagd te worden en de orkestklank had een heldere glans.

De stilte spreekt

Daarna sloeg de sfeer om. In Sjostakovitsj' Eerste vioolconcerto vond Alena Baeva een toon die van bij het begin de aandacht opeiste. Haar spel was gedreven maar nooit overdreven. Ze kan een lange melodische lijn spanning meegeven zonder ze te forceren en laat ook in de meest virtuoze passages de muziek voorgaan op de techniek. Dat is hier essentieel, want Sjostakovitsj maakt van de solist geen held die zich voortdurend tegenover het orkest moet profileren. De viool lijkt soms eerder midden in het orkest te staan dan erboven. De orkestsecties kregen elk een duidelijk eigen karakter zonder dat de samenhang verloren ging, en vooral de donkere kleuren van de lage strijkers en houtblazers gaven het werk een onderhuidse spanning.

Die spanning was meteen voelbaar in de Nocturne. De muziek lijkt zich nauwelijks te bewegen, maar onder die schijnbare rust blijft de onrust aanwezig. Baeva liet de viool er eerder spreken dan zingen: geen sentimentele lyriek, maar een ingehouden vertelling, kwetsbaar en geconcentreerd. Daartegenover stond het scherzo, dat zeer vinnig en scherp uit de hoek kwam. Hier kreeg Sjostakovitsj iets baldadigs. De virtuositeit van de soliste en de ritmische precisie van het orkest zorgden voor veel bravoure, zonder dat de muziek in oppervlakkig spektakel verviel. Dat samengaan van ernst en bijtende humor maakt dit concerto zo fascinerend.

Het hart van deze uitvoering lag voor mij in de Passacaglia en de cadens. Na de nerveuze energie van de voorafgaande beweging viel de muziek bijna stil. Baeva speelde met een grote innerlijke rust en het orkest creëerde rond haar een klankwereld waarin de tijd leek stil te staan. Die verstilling bereikte haar toppunt in de cadens, gespeeld met een indringende schoonheid en tragiek. Je kon een speld horen vallen.

Wat daarna losbarstte, kreeg door die stilte een andere betekenis. In de Burleske keerde de virtuositeit terug, maar ze klonk niet als pure bravoure. Wat even tevoren nog ingetogen en bijna kwetsbaar was, kreeg opnieuw vaart en scherpte, alsof de componist na een moment van zelfinkeer opnieuw een masker opzet. De uitbundigheid verborg de ernst niet, ze leek haar eerder te beschermen.

Ook de geschiedenis van het werk kent zo’n spanning. Sjostakovitsj hield zijn concerto na de voltooiing in 1948 jarenlang achter en het kon pas in 1955, ruim twee jaar na de dood van Stalin, voor het eerst worden uitgevoerd. Baeva, Ono en het orkest dreven het naar een bijna razend einde, waarin virtuositeit, spanning en energie zich nog één keer opstapelden. Toen de laatste noot klonk, barstte het publiek los. Een uitlaatklep na zoveel opgebouwde emoties.

Feest met een schaduw

Na de pauze volgde Prokofjevs Zesde symfonie. De eerste beweging werd gestaag opgebouwd, met fijne ritmische accenten van het orkest die de spanning steeds verder opdreven. Brussels Philharmonic speelde met grote overtuiging en Ono hield de verschillende lagen samen. Die geladenheid past bij een werk dat Prokofjev zelf als antwoord op de verschrikkingen van de oorlog beschouwde.

De première in Leningrad in 1947 werd aanvankelijk warm ontvangen, maar in de maanden daarna sloeg het politieke klimaat om. Bij de veroordeling tijdens de Zjdanovcampagne in februari 1948 werd ook Prokofjevs muziek bestempeld als formalistisch en te weinig in overeenstemming met de officiële Sovjetesthetiek. Die achtergrond werpt een extra licht op de overgangen tussen lyriek, dreiging, scherpte en uitbundigheid die Ono uit het orkest haalde.

Het Largo was het dramatische hoogtepunt van de avond. De muziek krijgt er iets elegisch en onheilspellends, met een traag voortschrijdende spanning die steeds moeilijker te ontwijken valt. Het orkest bouwde intens naar de climax toe en de ontlading na de cymbaal was enorm. Opvallend was hoe homogeen het grote orkest daarbij bleef klinken: ook in de volle bezetting bleef het geheel helder en gecontroleerd, terwijl de verschillende secties hun eigen kleur behielden. De kracht van de koperblazers en de trefzekere inzet van het slagwerk droegen bij aan de impact van het moment.

In de laatste beweging sloeg de sfeer opnieuw om. De muziek kreeg iets onweerstaanbaar beweeglijks en de energie bleef tot het einde overeind. De ritmische scherpte die al in de eerste beweging aanwezig was, kreeg hier een veel uitbundiger karakter. Na het donkere Largo klinkt die finale bijna als een bevrijding. Prokofjev laat de muziek opnieuw dansen, maar helemaal zorgeloos wordt ze nooit. Brussels Philharmonic zette onder Ono de beweging met veel plezier en ritmische precisie neer. Na het abrupte einde bleef het publiek een fractie van een seconde verrast zitten. Prokofjev had zijn punt gemaakt.

Die dubbelzinnigheid verbindt Prokofjev met Sjostakovitsj. Bij beide componisten kan een opgewekte beweging plots een donkere onderlaag krijgen, kan virtuositeit omslaan in nervositeit en kan lyriek tegelijk troostend en beklemmend klinken.

Met Alena Baeva als overtuigende soliste en een Brussels Philharmonic dat onder Ono zowel in de fijnere momenten als in de grote uitbarstingen sterk voor de dag kwam, bleef vooral de onderhuidse spanning van de avond hangen. Glinka bracht lichtheid, Sjostakovitsj liet de stilte spreken en Prokofjev liet na zijn Largo de muziek opnieuw dansen, maar onder die glimlach bleef de pijn hoorbaar.

Détails

Qui
Brussels Philharmonic o.l.v. Kazushi Ono met Alena Baeva, viool
Où
Flagey, Elsene
Vu le
8 oktober 2026
Brussels Philharmonic
Website
Crédit photo
Melissa Fauve
Partager cet article
FR