Aller au contenu
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Critiques

De schoonheid van het onheil

W
· 5 min de lecture
Partager cet article
De schoonheid van het onheil

Er zijn momenten waarop een orkest niet zozeer muziek lijkt te maken maar wel een wereld tot leven lijkt te wekken. Een wereld waarin schoonheid en dreiging dicht bij elkaar liggen, waarin een heroïsche gedachte plotseling een tragische ondertoon krijgt en waarin zelfs een vertrouwde melodie iets verontrustends kan verbergen. Richard Wagner (1813-1883) en Gustav Mahler (1860-1911) wisten als geen anderen hoe ze zulke tegenstrijdigheden in klank konden omzetten. Op deze cd ontmoeten ze elkaar in uitvoeringen van Carlos Païta (1932-2015), een dirigent die de dramatische kracht van een partituur graag op de spits dreef.

Drama zonder woorden

Je hoort ruim twintig minuten uit Götterdämmerung, het laatste deel van Wagners Ring des Nibelungen, en je vraagt je spontaan af hoe het zou zijn om de volledige opera, of zelfs de hele Ring, onder leiding van Carlos Païta te beleven, want de twee orkestrale fragmenten op deze cd maken nieuwsgierig naar wat hij met het grotere geheel zou hebben gedaan.

In Siegfrieds Rheinfahrt is van een slepende aanpak geen sprake. Païta geeft de muziek vaart en laat de orkestklank geregeld iets bruuts krijgen, zonder dat dit de dramatiek geweld aandoet. Integendeel, die onstuimigheid past wonderwel bij de heroïsche beweging van de muziek en bij de dreiging die onder het oppervlak aanwezig blijft. De hoornsolo valt op, maar vooral de manier waarop Païta de spanning naar een climax voert, maakt indruk. Na die uitbarsting volgt een opvallende verstilling, die de muziek naar een heel andere gevoelswereld voert.

In Siegfrieds Tod und Trauermarsch bereikt de interpretatie een nog grotere intensiteit. De pauken geven de dramatische opbouw een indrukwekkend gewicht, maar worden nooit het enige aandachtspunt: ook de strijkers blijven hun aandeel opeisen en zorgen voor de nodige diepte. Het orkest is niet altijd even accuraat, maar de dramatische overtuigingskracht blijft overeind. Païta maakt van de treurmars geen statige herdenking, maar een aangrijpende confrontatie met de dood van Siegfried. De monumentale gebaren krijgen iets onverbiddelijks, terwijl de verschillende orkestgroepen de spanning blijven voeden.

Uitersten die elkaar nodig hebben

Met de Eerste symfonie van Gustav Mahler verschuift de aandacht naar een componist die natuurklanken, volksmuziek, ironie en heroïek met elkaar verweeft. Païta's gevoel voor contrasten komt ook hier goed tot zijn recht, maar het zijn vooral de geleidelijke opbouw en de wisselwerking tussen de verschillende tempi die deze uitvoering karakteriseren.

Het eerste deel ontvouwt zich in één vloeiende muzikale stroom. De spanning groeit zonder dat de muziek nodeloos wordt vertraagd of gaat slepen. Zodra het speelse karakter meer op de voorgrond treedt, krijgt het alle ruimte. De hoorns die van ver klinken, behouden ondanks de ouderdom van de opname hun ruimtelijke effect. Bijzonder geslaagd is de opbouw naar de grote climax: de spanning wordt lang aangehouden, waarna blazers en slagwerk met volle kracht losbarsten. Zo groeit de verstilde opening uit tot een indrukwekkende orkestrale uitbarsting.

In het tweede deel zorgt de scherp geprofileerde ritmiek voor een stevige dansbeweging. Païta doorbreekt die echter met een uitgesproken vertraging, waardoor de muziek plotseling haar vanzelfsprekende voortgang verliest. Het is een van de momenten waarop hij de uitersten opzoekt. De ingreep is opvallend, maar werkt binnen Mahlers grillige muzikale wereld: de dans krijgt er iets eigenzinnigs door. Het mooie samenspel van houtblazers en strijkers houdt de muziek bovendien levendig en kleurrijk.

Het derde deel begint als een desolate treurmars met de contrabas die Frère Jacques inzet. De eenvoud van de melodie maakt de sfeer alleen maar vreemder. Païta geeft de lyrische passages voldoende ruimte en laat de klezmerachtige episoden met hun volksmuzikale karakter contrasteren met de plechtige mars. Melancholie, ironie en een tikje groteske humor lopen door elkaar heen. Naar het einde toe sterft de muziek geleidelijk uit. Dat vormt een mooi uitgekiend contrast met de eerdere passages, alsof de vreemde wereld die Mahler heeft opgeroepen langzaam weer verdwijnt.

De finale komt met grote gedrevenheid binnen. Païta laat de muziek voortdurend van gedaante veranderen: explosieve passages worden afgewisseld met momenten waarop het tempo sterk terugvalt. Halverwege de beweging lijkt de muziek bijna helemaal stil te vallen. Die verregaande verstilling maakt de hernieuwde opbouw naar de climax des te indrukwekkender. Wanneer blazers en slagwerk opnieuw met volle kracht inzetten, krijgt de finale een onweerstaanbare vaart. De triomfantelijke ontknoping klinkt daardoor niet als een vanzelfsprekend eindpunt, maar als het resultaat van een muzikale strijd die tot het uiterste werd gevoerd.

Een uitgesproken visie

Deze heruitgave van Le Palais des Dégustateurs brengt twee eerder verschenen opnamen samen. De Wagnerfragmenten werden in 1982-1983 opgenomen, Mahlers Eerste symfonie dateert uit 1977. Beide opnamen kwamen tot stand in Kingsway Hall in Londen. Bij Wagner speelt het Philharmonic Symphony Orchestra, bij Mahler het Royal Symphony Orchestra.

De klank verraadt de ouderdom van de opnamen, maar laat belangrijke details goed horen. De hoorns in Mahlers eerste deel behouden hun ruimtelijke effect. Bij Wagner komen de pauken indrukwekkend naar voren, zonder dat de strijkers naar de achtergrond verdwijnen. De orkestrale afwerking is niet altijd even precies, maar dat doet weinig af aan de overtuigingskracht van deze uitvoeringen. Wat vooral blijft hangen, is Païta's vermogen om de muziek op scherp te stellen en haar vertrouwde grenzen te laten overschrijden. Voor wie zich graag laat uitdagen door een uitgesproken interpretatie, is deze cd een aanrader.

CD chroniqué

Carlos PAÏTA / WAGNER MAHLER

Philharmonic Symphony Orchestra, direction Carlos Païta Enregistré en 1982 - 1983, Kingsway Hall de Londres Royal Symphony Orchestra, direction Carlos Païta Enregistré en 1977, Kingsway Hall de Londres

Label
Le Palais des Dégustateurs · PDD052
Fiche complète →
Partager cet article
FR