Een cd met kerstmuziek bespreken tijdens een hittegolf lijkt misschien eigenaardig, maar deze uitgave zorgde voor een meer dan welkome muzikale verfrissing.
Er bestaan opnames die vooral interessant zijn voor musicologen, en er zijn opnames die vergeten muziek opnieuw echt tot leven brengen. Nola: Motetti Pastorali per la solennità del Santo Natale behoort gelukkig tot die tweede categorie. Met deze uitgave op Da Vinci Classics bewijst Giovanni Acciai zijn talent om obscuur Italiaans repertoire niet als historisch document, maar als levende muziek te presenteren.
Antonio Domenico Nola (1642 – na 1715) is vandaag nauwelijks meer dan een voetnoot in de Napolitaanse muziekgeschiedenis, maar deze kerstmotetten tonen een componist met een fijn gevoel voor melodie, kleur en theatrale devotie. Vanaf de eerste maten van Annuncio vobis gaudium magnum wordt meteen de toon gezet: warme pastorale klanken, een natuurlijke vocale vloeiendheid en een ingetogen feestelijkheid trekken de luisteraar onmiddellijk het Napolitaanse kerstidioom binnen. Daarmee wordt duidelijk hoe sterk deze muziek geworteld is in de Zuid-Italiaanse kersttraditie: wiegende pastorale ritmes, zachte volksmuzikale accenten en een religieuze intimiteit die nooit zwaarwichtig wordt. Nola zoekt daarbij zelden het grote effect. Zijn muziek ontleent haar zeggingskracht aan een natuurlijke melodische stroom, een heldere muzikale schriftuur en een fraaie balans tussen contemplatie en feestelijkheid. De harmonische taal blijft bewust toegankelijk, maar weet juist door haar eenvoud te ontroeren. Die ongekunstelde directheid vormt wellicht haar grootste charme.
Acciai kiest gelukkig niet voor overmatige dramatiek. Hij laat de muziek ademen, houdt de lijnen soepel en vertrouwt op de natuurlijke charme van het materiaal. Dat werkt uitstekend. De leden van Nova Ars Cantandi zingen met een heldere, flexibele klank die perfect aansluit bij het intieme karakter van deze motetten. Vooral de transparantie van het ensemble maakt indruk. De dictie is verzorgd en de frasering ademt een vanzelfsprekende muzikaliteit, zonder ooit gekunsteld of overdreven historiserend te klinken. Ook organiste Ivana Valotti draagt met haar sobere, smaakvolle spel wezenlijk bij aan de contemplatieve sfeer van de opname. Nergens wordt de aandacht van de vocale lijnen afgeleid; alles staat in dienst van de muziek.
De afwisseling met orgelpastorales van tijdgenoten als Zingarelli en Furno zorgt bovendien voor rustpunten die de liturgische sfeer van de opname versterken. Daardoor krijgt de cd een mooi dramaturgisch verloop en vermijdt ze het gevaar van stilistische monotonie. Die instrumentale intermezzi functioneren niet als vrijblijvende opvulling, maar verdiepen de sfeer en plaatsen de vocale werken in hun oorspronkelijke liturgische context.
De grootste verdienste van deze opname ligt misschien wel in haar vanzelfsprekendheid. Niets klinkt geforceerd “authentiek”, niets wil koste wat het kost een vergeten meester rehabiliteren. Juist daardoor overtuigt deze muziek. Niet als groot barok monument, maar als een verzameling warme, verfijnde miniaturen waarin geloof, volkscultuur en Napolitaanse melodische elegantie elkaar ontmoeten. Hoewel de motetten onderling verschillen in omvang en ambitie, blijft de inspiratie opmerkelijk constant. De luisteraar wordt daardoor moeiteloos meegenomen in een sfeer die even verstild als hartverwarmend is.
De opname zelf ondersteunt die sfeer uitstekend: warm, ruimtelijk en natuurlijk, met voldoende detail zonder analytisch te worden. Ook de verzorgde toelichting (met Engelse vertaling van de Latijnse teksten) in het begeleidende boekje helpt de luisteraar dit weinig bekende repertoire beter te situeren.
Antonio Domenico Nola is misschien geen vergeten genie van het kaliber Pergolesi of Scarlatti, maar deze uitgave toont overtuigend aan dat hij veel meer is dan een historische voetnoot. Dankzij de stijlvolle uitvoering van Giovanni Acciai en Nova Ars Cantandi krijgt zijn muziek opnieuw een stem – en dat maakt van deze cd een bijzonder waardevolle ontdekking.





