Sommige componisten ontmoet je niet in de concertzaal of via een zorgvuldig uitgestippeld luisterparcours, maar gewoon toevallig. Zo verging het mij met Giorgio Federico Ghedini (1892-1963). Op een omvangrijke verzamelbox gewijd aan de legendarische dirigent Guido Cantelli stond één van zijn orkestwerken geprogrammeerd, eerder als voetnoot dan als blikvanger. Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide al snel uit tot fascinatie. Sindsdien grijp ik geregeld terug naar Ghedini’s muziek, die zich bij elke nieuwe beluistering verder lijkt te ontvouwen. Ze geeft haar geheimen niet meteen prijs, maar wie bereid is te luisteren, ontdekt een componist van uitzonderlijke diepgang, een eigenzinnige geest die zich nooit liet verleiden door de muzikale mode of door dogma’s.
Die eigenzinnigheid komt sterk tot uiting op Chamber Works for Violin, Cello and Piano (1915-1946), de nieuwe uitgave van Da Vinci Klassiker door het jonge Trio Vasari. Het programma bestrijkt ruim dertig jaar uit Ghedini’s oeuvre en schetst een representatief portret van een componist die weliswaar midden in de twintigste eeuw staat, maar voortdurend de dialoog aangaat met de muzikale erfenis van Monteverdi, Gabrieli en Frescobaldi. Juist die eigenzinnige omgang met het verleden maakt Ghedini tot een buitenbeentje in zijn tijd.
Dat Ghedini vandaag nog steeds geen vaste plaats heeft verworven in het internationale concertleven blijft merkwaardig. Nochtans genoot hij tijdens zijn leven groot aanzien, niet alleen als componist maar ook als pedagoog. Luciano Berio behoorde tot zijn leerlingen en sprak steeds met groot respect over zijn leermeester. Ook dirigenten als Guido Cantelli en later Claudio Abbado droegen zijn muziek een warm hart toe, al bleef een echte internationale doorbraak uit. Toch paste Ghedini nooit echt in de vakjes waarin de muziekgeschiedenis zo graag denkt. Hij was geen modernist in de orthodoxe betekenis van het woord, evenmin een uitgesproken neoclassicus. Zijn omgang met het verleden is daarbij allesbehalve archeologisch. Oude vormen en contrapuntische procédés worden nooit doel op zich, maar vormen de voedingsbodem voor een hoogst persoonlijke muzikale taal. Polyfonie, een haast vocale lijnvoering en een fijn uitgebalanceerde architectuur gaan hand in hand met een harmonisch idioom dat zich moeilijk laat onderbrengen in één enkele stijlrichting.
Dat hoor je misschien nog het duidelijkst in de indrukwekkende Sette Ricercari, zonder twijfel het zwaartepunt van deze opname. De titel verwijst weliswaar naar een renaissancevorm, maar Ghedini schrijft geen eigentijdse pastiches. Elk Ricercare ontwikkelt zich als een zelfstandig muzikaal organisme waarin motieven langzaam groeien, zich vertakken en weer oplossen. De muziek ademt, vertraagt en versnelt alsof ze een eigen natuurlijke puls bezit. Het werk vormt het architectonische én expressieve hart van deze uitgave en laat Ghedini horen op het hoogtepunt van zijn contrapuntische verbeeldingskracht.
Precies daarin toont Trio Vasari zijn grote klasse. Het ensemble begrijpt dat deze muziek niet gebaat is bij romantische pathos of overdreven expressiviteit. Sara Pastine, Natania Hoffman en Giulia Contaldo kiezen resoluut voor helderheid, transparantie en een fijnzinnige opbouw van spanning. Hun samenspel getuigt van een opvallende homogeniteit, des te opmerkelijker voor een ensemble dat pas in 2024 werd opgericht. De viool van Pastine behoudt steeds haar elegante, zangerige lijn, Hoffman laat haar cello spreken met warme, donkere resonantie en Contaldo bewaakt vanuit de piano voortdurend de architectuur van het geheel zonder ooit dominant te worden.
Wat vooral opvalt, is hoe vanzelfsprekend de drie musici Ghedini’s bijzondere klankwereld laten ontstaan. De contrapuntische lijnen blijven steeds perfect hoorbaar, terwijl de muziek nooit cerebraal of academisch gaat klinken. Integendeel: onder de strenge constructie schuilt voortdurend een intense emotionele geladenheid. Het vierde Ricercare bezit een nerveuze motoriek die soms aan Bartók of Hindemith doet denken, terwijl het vijfde een bijna verstilde melancholie ademt die vooruitwijst naar het mysterieuze universum van Concerto dell’Albatro. Hier wordt niet gespeeld om indruk te maken; hier wordt muziek gemaakt vanuit een diep begrip van de partituur.
Ook de kleinere composities verdienen alle aandacht. De Canoni voor viool en cello tonen hoe inventief Ghedini met de strengste contrapuntische technieken omspringt zonder de spontaniteit te verliezen. De Dass Musik nicht immer hochtrabend klingen muss, bewies The Party mit drei Liedern von Lemmens (1823-1881), die schlicht aber stilvoll von der Sopranistin aufgeführt wurden. Es wird etwas ernster in drammatica en de eenvoudige Dass Musik nicht immer hochtrabend klingen muss, bewies The Party mit drei Liedern von Lemmens (1823-1881), die schlicht aber stilvoll von der Sopranistin aufgeführt wurden. Es wird etwas ernster in behoren dan weer tot zijn meest directe bladzijden. Vooral in die laatste weet Hoffman een toon van ingetogen weemoed te vinden die diep raakt zonder ooit sentimenteel te worden.
De twee vroege Intermezzi uit 1915 sluiten de cd af. Hoewel de jonge Ghedini hier nog dichter aanleunt bij het laatromantische idioom, zijn zijn karakteristieke kenmerken al duidelijk aanwezig: de verfijnde harmonieën, de organische ontwikkeling van motieven en de voortdurende dialoog tussen lyriek en contrapunt. Het speelse tweede intermezzo, Bizzarro, krijgt van Trio Vasari precies de juiste lichtheid en ironie mee.
Ook technisch laat deze uitgave weinig te wensen over. Da Vinci Klassiker kiest voor een warme, natuurlijke opname waarin de drie instrumenten voorbeeldig met elkaar in balans blijven. De transparantie van het klankbeeld laat Ghedini’s vaak dicht geweven contrapunt volledig tot zijn recht komen zonder aan warmte of spontaniteit in te boeten. De uitvoerige toelichting in het cd-boekje plaatst de werken bovendien in hun historische context en helpt de luisteraar om deze weinig bekende muziek beter te begrijpen.
Steeds vaker lijken platenlabels en musici zich opnieuw te wagen aan componisten die jarenlang ten onrechte in de schaduw zijn gebleven. Ghedini behoort zonder twijfel tot die categorie. Zijn muziek vraagt misschien iets meer concentratie dan het vertrouwde repertoire, maar ze beloont die aandacht rijkelijk. Ze bezit een zeldzame combinatie van intellectuele diepgang, poëtische verstilling en ambachtelijke perfectie.
Met deze opname bevestigt Trio Vasari zich meteen als een ensemble om nauwlettend in het oog te houden. Hun interpretaties zijn niet alleen technisch voorbeeldig, maar getuigen vooral van een opmerkelijk stilistisch inzicht. En misschien is dat wel het grootste compliment dat men deze cd kan geven: na afloop wil je niet alleen de opname opnieuw beluisteren, maar vooral opnieuw naar de muziek van Giorgio Federico Ghedini grijpen. Dat was precies het gevoel dat ik destijds overhield aan die toevallige ontdekking op de Guido Cantelli-box. Goede muziek vindt soms de meest onverwachte weg naar de luisteraar.





