Unsere Website wurde erneuert, gib selbst deine Veranstaltungen ein. Hast du einen Fehler gesehen? Schreib uns!

Klassik Zentral

  • De onmogelijke stilte: Heiner Goebbels h...

De onmogelijke stilte: Heiner Goebbels herleest Thoreau in “Walden”

unser Newsletter

Jeden Donnerstag halten wir dich über die neuesten Nachrichten, Wettbewerbe und Konzerttipps auf dem Laufenden. Melde dich also schnell für unseren Newsletter an und verpasse nichts von Klassiek Centraal.

 

Walden werd in 1998 door Heiner Goebbels (°1952) geschreven voor het Ensemble Modern Orchestra en maakt gebruik van de stem en aanwezigheid van de Amerikaanse performer Bob Rutman. Het vertrekpunt is duidelijk: fragmenten uit “Walden” van Henry David Thoreau (1817-1862) – zijn verslag van afzondering aan de oevers van Walden Pond, een klassiek geworden pleidooi voor eenvoud en terugtrekking uit de moderne wereld. De relatie tot die tekst is echter, zoals Goebbels zelf aangeeft, veel minder idyllisch dan bij Thoreau: waar de schrijver nog een vorm van transcendentaal vertrouwen in afzondering uitspreekt, draait Goebbels’ werk net om de breuklijnen tussen afzondering en wereld, tussen individuele zelfbeschikking en de onontkoombare druk van het sociale en het technologische. En juist dat ideaal van rust en zelfgenoegzame natuurbeleving wordt bij Goebbels meteen onder spanning gezet. Hij haalt Thoreau binnen, maar laat hem niet met rust. Het is precies deze instabiele spanning die als onderstroom door het hele werk blijft lopen.

Geheel onverwachts zat deze cd om te bespreken in de brievenbus, en daar ben ik achteraf niet rouwig om, want ondanks de verzengende hitte buiten werd ik meteen in een ongrijpbare klankwereld gezogen. Wat begon als iets wat nog vaag kon suggereren dat het om natuur of verstilling gaat, verschoof al snel naar jazzy, ritmisch geladen patronen waarin elke idyllische lezing werd ondergraven. Wie hier een verstilde klankschildering van bos en water verwacht, komt bedrogen uit: Heiner Goebbels is nu eenmaal de laatste componist die zich aan een letterlijke of geruststellende lectuur zou overgeven. Oorspronkelijk opgevat als tegengewicht voor Surrogate Cities (1994), is het werk uiteindelijk even veellagig en weerbarstig geworden. Die stapeling van klankwerelden hoor je vanaf de eerste minuten – Goebbels legt ze als sedimenten over elkaar heen, orkestrale erupties die tegen de rand van het hedendaagse symfonische idioom schuren, naast ritmische patronen die aan triphop of industriële muziek doen denken, en ambient-achtige passages die eerder filmisch dan natuurlijk aanvoelen.

Het Ensemble Modern is daarbij geen klassiek begeleidend orkest, maar een actief, bijna solistisch opererend klankapparaat. De musici spelen niet in een homogeen orkestvlak, maar in scherp afgebakende clusters die voortdurend verschuiven: fragiele texturen kunnen plots omslaan in rauwe, bijna mechanische uitbarstingen. Dat maakt de muziek fysiek aanwezig, eerder sculpturaal dan lineair. Peter Eötvös houdt als dirigent die veelheid niet glad, maar net scherp gesneden: hij laat spanningen bestaan in plaats van ze op te lossen, inzetten lijken soms bewust net naast elkaar te vallen, tempi schuiven licht, en contrasten worden niet afgerond maar uitvergroot. Het geheel krijgt daardoor een uitgesproken theatrale dimensie, alsof verschillende scènes elkaar voortdurend overlappen.

Centraal staat Bob Rutman, die niet alleen de tekst van Thoreau declameert, maar ook zingt en keelzang inzet, terwijl hij zijn zelfgebouwde instrumenten bespeelt: de steel cello en bow chimes, rituele klankobjecten van resonant staal – kil en metalig –, die een bijna fysiek hoorbare klankruimte openen. Zijn aanwezigheid is niet die van een klassieke solist, maar van een performatieve figuur die het orkest als het ware van binnenuit ontregelt. Vooral de interactie tussen zijn metaalachtige resonanties en de orkestrale textuur zorgt voor een spanningsveld waarin klank voortdurend lijkt te botsen en weer oplost. Het orkest kan fluisteren of exploderen, maar wordt telkens opnieuw door Rutmans klanktaal uit zijn evenwicht gebracht. Het resultaat zit ergens tussen ritueel en sciencefiction.

Negen delen lang – van Where I Lived, and What I Lived For tot The White Pond – blijft die spanning intact zonder dat het werk vervalt in louter sfeerschepping. Vooral in de openingsdelen overheersen nog de ambient-achtige, filmische texturen; gaandeweg nemen de ritmisch geladen, bijna triphop-achtige patronen de overhand, tot Rutmans metaalklanken in de slotdelen weer de stilte opeisen. Wat Goebbels doet, is geen illustratie van Thoreau, maar een radicale herwerking en ontregeling van diens idee van afzondering tot iets instabiels en eigentijds.

Het resultaat is een uur muziek dat zich moeilijk laat classificeren, en precies daarin ligt de kracht. Goebbels’ Walden is geen rustgevende natuurervaring, maar een onrustig klanklandschap waarin Thoreaus idee van stilte voortdurend botst met de geluiden van onze veel complexer geworden wereld.

 

 

. Klicke auf den Button oben, um diese zu kaufen und den Künstler zu unterstützen. Manchmal platzieren wir Affiliate-Links auf Klassiek Centraal; durch den Kauf über diese Links unterstützen Sie auch Klassiek Centraal, ohne dass es Sie extra kostet. Aber Sie unterstützen damit unsere Arbeit. jpc. Klicken Sie auf die Schaltfläche oben, um diese zu kaufen und den Künstler zu unterstützen. Manchmal platzieren wir Affiliate-Links auf Klassiek Centraal. Wenn Sie über diese Links kaufen, unterstützen Sie auch Klassiek Centraal, ohne dass es Sie extra kostet. Aber Sie unterstützen damit unsere Arbeit.

Detalhes:

Ausgeführte Werke:

Heiner Goebbels, Walden

Etikett / Herausgeber:

Referenznummer:

  • ECM 2878

Strichcode:

  • 28948795543

Aufnahmedatum:

  • November 1998

Aufnahmeort:

  • Philharmonie Köln / Alte Oper Frankfurt
nlNLdeDEenENfrFR