Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Klassiek Centraal

  • Cristiano Gaudio verkent de grenzen van...

Cristiano Gaudio verkent de grenzen van Bach

onze nieuwsbrief

Elke donderdag houden we je de hoogte van het laatste nieuws, wedstrijden en concert tips. Schrijf je dus snel in op d enieuwsbrief en mis niets van Klassiek Centraal.

 

Johann Sebastian Bach (1685-1750) als grensganger. Dat is de rode draad die musicoloog Raffaele Mellace in de uitgebreide cd-toelichting ontvouwt, en precies die gedachte heeft Cristiano Gaudio als programmatisch uitgangspunt genomen voor zijn tweede soloalbum. Grenzen verleggen: in compositorische ambitie, in de technische mogelijkheden van het instrument, in de transcriptiepraktijk. Het zijn woorden die makkelijk klinken, maar die Gaudio op dit album met overtuiging waarmaakt.

De Siciliaanse klavecinist, laureaat van de prestigieuze wedstrijden van Brugge en Leipzig, groeide artistiek in de scholen van Olivier Baumont en Blandine Rannou in Parijs, en van Francesco Corti en Jörg-Andreas Bötticher aan de Schola Cantorum Basiliensis. Zijn debuutalbum Händel vs. Scarlatti werd bekroond met een Diapason d’Or en de Choc de l’année 2022 van Classica. Met Bach on the Edge zet hij die lijn onverminderd voort.

Het programma opent met de Chromatische Fantasie en Fuga BWV 903, en die keuze zegt veel. Dit is geen muziek om voorzichtig mee te beginnen: het werk gooit de luisteraar meteen in het diepe. Gaudio speelt de Fantasia met een bijna theatrale gedrevenheid. De toccata-achtige openingsgolf, met haar furieuze loopjes en plotse stiltes, heeft iets visionairs en roekeloos. Hij laat de muziek niet netjes ontvouwen, maar echt ontstaan, alsof ze improviserend onder zijn handen tot leven komt. Wanneer de storm plots plaatsmaakt voor het vrijere arpeggio-gedeelte, voelt die overgang tegelijk onverwacht en volkomen vanzelfsprekend aan.

Het instrumentale recitatief dat daarop volgt – het emotionele hart van de Fantasia – treft door zijn ingehouden intensiteit. Elke frase lijkt aarzelend naar woorden te zoeken, waardoor het klavecimbel hier bijna de kwetsbaarheid van een menselijke stem krijgt. De daaropvolgende driestemmige Fuga bouwt Gaudio op met grote vanzelfsprekendheid, alsof de muziek zichzelf gaandeweg onthult. Wat vooral treft, is hoe de spanning voortdurend levend blijft zonder ooit gezocht te klinken. Hij doseert de opbouw met een zeldzaam gevoel voor adem en richting, waardoor de fuga niet alleen overtuigt, maar werkelijk fascineert.

Daarna volgt de transcriptie voor klavecimbel BWV 964 van de Tweede Vioolsonate – een arrangement van Bach zelf en tegelijk een fascinerende blik in zijn compositorisch atelier. Wat in de solovioolpartij vaak slechts verborgen aanwezig is, ontvouwt zich hier tot een rijk en gelaagd polyfoon landschap. Gaudio voelt dat instinctief aan. Hij laat de verschillende stemmen met grote helderheid naar voren komen zonder dat de muziek haar natuurlijke adem of retorische soepelheid verliest.

Vooral de monumentale Fuga, het zwaartepunt van het werk, maakt diepe indruk. Gaudio bouwt haar met grote rust en vanzelfsprekendheid op, zonder ooit in intellectuele nadrukkelijkheid of louter virtuoos vertoon te vervallen. De muziek behoudt voortdurend haar richting en spanning, maar klinkt tegelijk verrassend vrij en beweeglijk. Wat deze uitvoering zo sterk maakt, is precies die combinatie van helder denken en spontane muzikaliteit. Alles lijkt hier een vanzelfsprekende innerlijke logica te volgen, alsof de muziek zichzelf al spelend uitvindt.

Met Liebster Jesu, wir sind hier BWV 731 komt een eerste moment van verstilling. Gaudio’s eigen transcriptie van het orgelkoraal naar klavecimbel is discreet en intelligent uitgewerkt. De overgang van het orgeltimbre naar de tokkeltechniek van het klavecimbel betekent hier geen verlies, maar een verschuiving van perspectief. Meteen daarna volgt een Prelude, een vroege fantasie waarin Bach experimenteert met vrije vormen en onverwachte harmonische wendingen. Gaudio speelt het stuk met een mooie natuurlijke ademhaling, zonder het fragmentarische karakter te willen gladstrijken.

Dat vrije experiment krijgt een monumentale tegenhanger in het daaropvolgende Ricercare a 6 uit het Musikalische Opfer. Dit stuk – Bach op zijn contrapuntisch meest compromisloze – vraagt uiterste concentratie van speler én luisteraar. Gaudio slaagt erin de zes stemmen transparant te houden zonder de monumentale architectuur van het werk uit het oog te verliezen. Hier krijgt de opname iets bijna hypnotisch: streng van lijn, maar nooit droog.

Na die intellectuele culminatie werkt Gaudio opnieuw naar intimiteit toe met O Mensch, bewein dein Sünde groß BWV 622 uit het Orgelbüchlein, eveneens door hemzelf voor klavecimbel bewerkt. De sobere expressiviteit waarmee hij de koraalmelodie laat ademen, maakt diepe indruk. Het stuk klinkt nergens sentimenteel, wel intens menselijk.

Vervolgens weerklinkt de Prelude en Fuga in b-klein BWV 869 uit het eerste boek van het Wohltemperierte Klavier. Dat is dramaturgisch slim geplaatst: na de strenge polyfonie van het Ricercare en de contemplatieve rust van het koraal klinkt deze muziek als een synthese van intellect en expressie. Het fugathema, dat bij uitzondering alle noten van de chromatische toonladder bevat – vermoedelijk een unicum in de hele muziekgeschiedenis – zoekt voortdurend de grenzen van tonaliteit en contrapunt op. Gaudio speelt het preludium met een bijna ingehouden ademhaling, terwijl hij in de fuga de complexe lijnen helder houdt zonder academisch te klinken. De muziek blijft bewegen, ademen, zoeken.

De grote Toccata BWV 912 vormt vervolgens het virtuoze zwaartepunt van het album. Het werk ontvouwt zich als een polyptiek van contrasterende episodes, vol abrupte stemmingswisselingen en metrische verrassingen – een vroeg werk, maar al vol van de gedurfde ambitie die Bach zijn leven lang zou kenmerken. Gaudio navigeert die grillige structuur met een indrukwekkend ritmegevoel en een scherp gevoel voor spanningsopbouw. Des te mooier is het hoe in de slotmaten plots weer orde ontstaat, alsof de muziek na al haar omzwervingen onverwacht haar evenwicht hervindt.

Als afsluiter kiest Gaudio voor Erbarm dich mein, o Herre Gott BWV 721, opnieuw een eigen transcriptie van een orgelkoraal. Dat blijkt een bijzonder sterke programmatische beslissing. Na alle virtuositeit en contrapuntische ambitie eindigt het album niet in triomf, maar in ingetogen contemplatie. Het is muziek die niet wil imponeren, maar nazinderen – en precies daardoor blijft ze hangen.

Ook het instrument zelf verdient vermelding: een klavecimbel gebouwd door Andrea Restelli in 2021 naar een model van Christian Vater uit 1738, opgenomen in het Auditorium della Compagnia in het Toscaanse Montecastelli Pisano. De opname van Ken Yoshida geeft het instrument een warme, directe aanwezigheid zonder de ruimteakoestiek te overaccentueren.

Met Bach on the Edge bevestigt Cristiano Gaudio zich als een klavecimbelist die technische beheersing en muzikaal inzicht op een zeldzame manier weet te verbinden. Een album dat niet snel loslaat.

 

Deze CD is te koop via jpc. Klik op de knop hierboven om deze aan te kopen en de artiest te steunen. Soms plaatsen we affiliate links op Klassiek Centraal, door via deze links te kopen steunt u ook Klassiek Centraal zonder dat het u extra kost. Maar u steunt wel onze werking.

Details:

Uitgevoerde werken:

Johann Sebastian Bach

Chromatische Fantasie & Fuge BWV 903; Cembalosonate BWV 964; Liebster Jeus, wir sind hier BWV 731; Präludium BWV 921; Ricercare a 6 aus “Ein musikalisches Opfer” BWV 1079; O Mensch, bewein dein Sünde groß BWV 622; Präludium & Fuge BWV 869; Toccata BWV 912; Erbarm dich mein, o Herre Gott BWV 721

Label / Uitgever:

Referentie:

  • A595

Barcode:

  • 3760195735954

Lengte:

  • 78'

Datum opnames:

  • 13-16 oktober 2024

Opname locatie:

  • Auditorium della Compagnia, Montecastelli Pisano, Italië
nlNLdeDEenENfrFR