Naar de inhoud
Dit is een volledig nieuwe website, vond u een bug, stuur ons een email op bestuur@klassiek-centraal.be
Recensie

Antwerp Symphony Orchestra sluit Open Huizen af met een programma vol kleur, ritme en muzikale ontmoeting

W
· 6 min lezen
Deel dit artikel
Antwerp Symphony Orchestra sluit Open Huizen af met een programma vol kleur, ritme en muzikale ontmoeting
© Sebastiaan Franco

Nadat in de hal van de Koningin Elisabethzaal het Koor van de Vlaamse Opera al een staalkaartje van zijn kunnen had gegeven en het komende seizoen had voorgesteld, trok het talrijk opgekomen publiek de concertzaal in voor de afsluiting van Open Huizen. Het Antwerp Symphony Orchestra (ASO) had voor die gelegenheid een programma samengesteld waarin George Gershwin (1898-1937), Toots Thielemans (1922-2016), Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912) en Abdullah Ibrahim (1934-2026) elkaar afwisselden. Een programma met behoorlijk wat contrasten, maar met kleur en ritme als verbindende elementen.

Voor mij was ook dirigent Wilson Ng een belangrijke reden om dit concert bij te wonen. Tijdens de coronaperiode leerde ik hem kennen via enkele opnames. Wat me toen al opviel, was de manier waarop hij zich als dirigent tot de muziek verhoudt. Er zit weinig afstand tussen hem en wat er op de lessenaar staat: zijn hele lichaam lijkt bij het musiceren betrokken. Vanavond zag ik hem voor het eerst live aan het werk en die indruk werd alleen maar sterker.

Zijn gebaren zijn accuraat, maar tegelijk opvallend levendig. Ng reageert voortdurend op wat er in het orkest gebeurt en kijkt tegelijk vooruit naar wat moet komen. Een beweging kan een uitnodiging zijn, een frase een antwoord. Hij dirigeert niet vanop een afstand, maar lijkt voortdurend deel uit te maken van het musiceren zelf. Juist die wisselwerking maakte het interessant om niet alleen naar het orkest, maar ook naar de dirigent te kijken.

Clara De Decker zorgde met enkele fijne anekdotes voor de verbinding tussen de verschillende onderdelen van het programma. Haar tussenkomsten hielden de sfeer ontspannen en gaven het publiek telkens een kleine inkijk in de muziek die volgde.

Gershwins Girl Crazy vormde de ideale opener. De muziek zette meteen een lichtvoetige, energieke sfeer neer en bood het orkest volop gelegenheid om zich in verschillende stijlen en stemmingen te bewegen. De afwisseling tussen ritmische soepelheid, lyrische momenten en uitgesproken orkestrale kleuren kwam goed tot haar recht. Het ASO speelde met veel beweeglijkheid en vooral met een groot gevoel voor timing.

Na Gershwin volgde de hommage aan Toots Thielemans, met Bluesette en Midnight Cowboy. Steven De bruyn kreeg daarbij alle ruimte om te laten horen hoeveel mogelijkheden er in de mondharmonica schuilgaan. Zijn instrument klonk nu eens helder en transparant, dan weer warmer en meer omfloerst. Het was vooral de verscheidenheid aan klankkleuren die indruk maakte.

20260905_OpenHuizendag-LR-226_Sebastiaan FrancoEen mondharmonica in een symfonische bezetting plaatsen is bovendien niet vanzelfsprekend. Het instrument heeft een heel andere fysieke aanwezigheid dan een orkestgroep en kan gemakkelijk door het grotere ensemble worden overschaduwd. Hier gebeurde dat niet. Ng hield voldoende ruimte rond De bruyn, terwijl diens klank tegelijk volwaardig onderdeel werd van het orkest. De bruyn deed daarbij vooral zijn eigen ding. Thielemans bleef uiteraard de inspiratiebron, maar er was geen poging om diens stijl te reconstrueren. Zowel Bluesette als Midnight Cowboy kregen een persoonlijk accent en werden zo meer dan een louter nostalgische hommage.

Een echte ontdekking was voor mij Coleridge-Taylors Ballade in A. Ik had nog nooit een werk van deze componist live gehoord en was dan ook blij hem eindelijk in de concertzaal te kunnen ontdekken. De keuze bleek bovendien bijzonder goed te passen binnen dit programma. Waar Gershwin sterk vanuit ritme en directe klankwerking vertrekt, vraagt Coleridge-Taylor meer aandacht voor de ontwikkeling van het muzikale materiaal en de onderlinge verhoudingen binnen het orkest.

Het ASO liet hier een andere kant van zichzelf horen. De Ballade is helder opgebouwd en biedt volop mogelijkheden voor orkestrale kleur, zonder dat die kleur het muzikale verloop verdringt. De musici gingen daar zorgvuldig mee om en Ng hield het geheel mooi in beweging. Voor mij was het een aangename ontdekking, zowel van het werk als van de manier waarop het orkest ermee omging.

Daarna werd het stil.

De zaal verduisterde en Steven De bruyn bracht solo zijn eigen bewerking van De lichtjes van de Schelde. Bij een melodie die zo sterk met Antwerpen verbonden is, ligt een herkenbare en nostalgische uitvoering voor de hand. De bruyn koos gelukkig voor een andere aanpak. Hij behandelde het vertrouwde materiaal niet als een vaststaand gegeven, maar haalde het bijna uit elkaar om het vervolgens opnieuw op te bouwen. Daardoor klonk de melodie tegelijk vertrouwd en vreemd en ging je er opnieuw naar luisteren.

Het was tegelijk het enige moment van de avond waarop het orkest volledig zweeg. Na de rijkdom van de voorafgaande stukken werkte die terugkeer naar één instrument als een natuurlijke adempauze.

Na deze intieme passage volgde met African Marketplace een scherpe overgang naar een heel andere muzikale wereld. De muziek van Abdullah Ibrahim was mij tot vanavond onbekend, maar sprak me meteen aan. Vooral de percussionisten maakten indruk met hun ritmische precisie en aanstekelijke muzikaliteit. Het was moeilijk om niet mee te bewegen. De vele ritmische patronen werden nergens een onoverzichtelijke massa, maar bleven duidelijk van elkaar te onderscheiden. Ook hier gaf Ng de verschillende groepen voldoende ruimte en hield hij de veelheid aan ritmes bijeen.

Met Gershwins An American in Paris volgde vervolgens een logische afsluiting. De partituur brengt opnieuw een enorme rijkdom aan orkestrale kleuren samen, van verfijnde passages tot momenten waarop het volledige ensemble zijn kracht kan tonen. Het orkest ging zichtbaar met plezier mee in die opeenvolgende stemmingswisselingen.

Dat plezier was trouwens de hele avond voelbaar, maar werd hier misschien het meest zichtbaar. Verschillende muzikanten speelden met een glimlach op het gezicht en de wisselwerking met Ng leek bijzonder natuurlijk. De dirigent hoefde het orkest niet voortdurend in het gareel te houden; hij gaf richting, ruimte en impulsen, waarna de musici daarop reageerden.

Ook de akoestiek van de Elisabethzaal bleek uitstekend berekend op zo'n programma. Zelfs wanneer het volledige orkest met aanzienlijke dynamische kracht speelde, bleef de klank overzichtelijk en transparant. Vooral de combinatie van verschillende orkestgroepen kwam helder over: ook in de uitbundigste passages bleef er ruimte tussen de afzonderlijke stemmen.

Als bisnummer volgde nog een vleugje Bernstein, waarna het publiek helemaal uit zijn dak ging.

Wat deze afsluiting van Open Huizen vooral sterk maakte, was de afwisseling. Gershwin, Thielemans, Coleridge-Taylor en Ibrahim kregen elk hun eigen plaats en werden niet kunstmatig tot één geheel gemaakt. Juist de verschillen werkten: de ene keer stond ritme centraal, dan weer orkestrale kleur of de intimiteit van één instrument. Wilson Ng bewoog zich daarbij moeiteloos tussen die verschillende werelden. Hij gaf Gershwin de nodige soepelheid, liet Coleridge-Taylor ruimte voor zijn orkestrale ontwikkeling, zorgde ervoor dat de mondharmonica van De bruyn binnen het grotere geheel kon ademen en hield de complexe ritmiek van Ibrahim overzichtelijk.

Met zo’n avond kon Antwerpen zich geen betere start van het nieuwe concertseizoen wensen…

 

Meer info: 

https://www.antwerpsymphonyorchestra.be/nl/programma/open-huizen-afsluitconcert-ode-aan-toots-sywc

Details

Wie
Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Wilson Ng met Steven De bruyn, mondharmonica
Waar
Elisabethzaal, Antwerpen
Wanneer gezien
5 september 2026
Foto credentials
Sebastiaan Franco
Deel dit artikel
NL