Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

Amerika, in één adem – in gesprek met drie musici van het National Youth Orchestra of the United States of America

Nog vol van de energie van het concert staan drie jonge muzikanten van het National Youth Orchestra of the United States of America (NYO-USA) me na afloop te woord. De sfeer is ontspannen en hartelijk, alsof de adrenaline van het optreden nog door de gangen van het Konzerthaus stroomt. Het orkest heeft zojuist een indrukwekkende muzikale reis gemaakt: van de lyriek van Samuel Barber en de bruisende ritmes van George Gershwin naar de veel donkerdere en complexere klankwereld van Béla Bartók. Voor deze jonge Amerikanen is het bovendien meer dan zomaar een concert: zij vertegenwoordigen een land dat, net als Europa, uit vele verschillende regio’s en culturele achtergronden bestaat.

Hoe breng je jonge musici uit verschillende hoeken van een immens land samen en maak je van hen in korte tijd één orkest? Voor percussionist Dylan Goldbach (17) uit South Carolina begon het avontuur met een video-auditie. Na de inzending volgde ongeveer twee maanden later het bericht dat hij geselecteerd was. “We komen, als ik het goed heb, uit ongeveer 35 staten,” vertelt hij – plus Puerto Rico. Daarna kwamen ze allemaal samen aan Purchase College in New York, ongeveer een uur ten noorden van New York City: “Ik vond het eigenlijk vrij gemakkelijk om contacten te leggen. We hebben allemaal een gelijkaardige achtergrond als Amerikanen en bovendien deelden we kamers. We verbleven in suites met vier, waardoor je meteen heel nauwe contacten opbouwt met minstens drie andere mensen.”

Dat geografische gegeven blijkt tijdens het gesprek telkens terug te keren. Ellie Choi (17), afkomstig uit New Jersey, is gewend om vooral met musici uit haar eigen omgeving te spelen. Het NYO-USA heeft haar blik aanzienlijk verruimd: “Ik heb hier ontdekt hoeveel contacten ik kan leggen met mensen die verspreid over de hele Verenigde Staten wonen. Het is een ongelooflijke ervaring om samen te werken met spelers die ik nog nooit eerder had ontmoet, en vervolgens samen muziek te delen op zulke fantastische podia. Dat is echt een bijzonder onderdeel van deze hele reis.”

Bij altviolist Obinna Uchime (18) uit Georgia ging het verder dan alleen muziek – het orkest werd een persoonlijke uitdaging. Hij omschrijft zichzelf als eerder introvert en niet iemand die in zijn eigen orkest gemakkelijk met iedereen praat: “Toen ik naar NYO-USA kwam, wilde ik juist meer met mensen praten en nieuwe mensen leren kennen. Ik denk dat ik dit jaar veel beter ben geworden in het ontmoeten van mensen uit alle delen van het land.” Die verbondenheid ontstaat bovendien niet alleen door gesprekken: “Ook wanneer we spelen, kan ik via beweging contact maken met andere mensen.” Muziek wordt zo niet alleen het doel van hun samenzijn, maar ook het middel waarmee ze elkaar leren kennen.

Dat gevoel is tijdens het concert hoor- en zichtbaar. Het programma vraagt immers om een enorme stilistische flexibiliteit. Barber en Gershwin spreken een taal die de jonge Amerikanen relatief natuurlijk lijkt af te gaan, terwijl Bartók een heel andere concentratie en emotionele diepgang vereist. Voor Goldbach was juist Bartóks Concerto for Orchestra de grootste uitdaging: “Ik vind het nog altijd moeilijk om de volledige emotie te vatten die hij in dit stuk heeft gelegd. Ik heb nog niet zoveel levenservaring.” Hij glimlacht wanneer hij over dirigent Karina Canellakis spreekt, die volgens hem een cruciale rol heeft gespeeld in het muzikale proces: “Ze is geweldig. Als wij de emotie die zij ons meegeeft kunnen vatten, is de kans groot dat we in de buurt komen van wat Bartók bedoeld heeft. Ze zit er voortdurend bovenop.” Tijdens de repetities werd dan ook uitvoerig gesproken over het karakter van de verschillende passages en over de emoties die iedere instrumentengroep moet laten horen: “We hebben het ontelbare keren gehad over hoe verschillende secties moeten klinken en hoe we die verschillende emoties uit de muziek van Bartók kunnen halen.”

Voor Ellie Choi ligt daar precies ook een van de fascinerende aspecten van het werk. Zij noemt het Bartók-concerto zelfs haar favoriete stuk van het programma: “Het is werkelijk een werk waarin ieder instrument zijn eigen moment krijgt. We hebben allemaal onze solo’s en krijgen de mogelijkheid om naar ieder instrument in het orkest te luisteren.” Dat maakt volgens haar een groot verschil met veel van het bekende orkestrepertoire, waarin individuele stemmen soms gemakkelijker opgaan in het geheel: “Door aan dit stuk te werken, heb ik geleerd veel bewuster naar de andere instrumenten te luisteren.”

Als fluitiste wordt ze bovendien geconfronteerd met een heel specifieke emotionele wereld. In haar solo’s probeert ze gevoelens van verlangen en onvervuldheid op te roepen: “Ik probeer me soms een fluitiste voor te stellen die iets heel graag wil, maar het niet kan krijgen. Het is dat gevoel van duwen en terugtrekken, van verlangen en tegelijk niet kunnen bereiken. Die emoties probeer ik in mijn spel te vangen.” Het is een opmerkelijk beeld, zeker uit de mond van zo’n jonge musicus, en het zegt veel over de manier waarop deze generatie met muziek omgaat: niet alleen technisch, maar ook vanuit beelden en persoonlijke associaties.

Obinna benadrukt op zijn beurt het enorme contrast binnen het programma. Gershwin is voor hem onmiddellijk herkenbaar als een typisch Amerikaanse klankwereld, verbonden met de jazz die in de jaren 1920 een steeds belangrijkere plaats innam: “Ik ben zelf opgegroeid met dat soort muziek, dus het is voor mij vrij natuurlijk om die sfeer over te brengen.” Bij Bartók wordt alles anders. Daar komt een veel donkerder en complexer emotioneel universum voor in de plaats. Hij wijst erop dat Bartók het werk schreef in een periode waarin zijn gezondheid en levenssituatie zwaar onder druk stonden, en dat het een van zijn laatste composities is. Dat maakt de overgang binnen het programma des te groter: “Het is een enorme sprong tussen de twee helften van het programma,” zegt hij. “Je gaat van het bijna opera-achtige Barber en de jazzy Gershwin naar de veel donkerdere wereld van Bartók.”

Tegelijk is Bartók niet eenvoudigweg somber. Juist de voortdurende afwisseling van donkere, soms bijna beklemmende klanken en momenten van lichtheid maakt het werk zo moeilijk om te spelen: “Het is een soort kakofonie van al die verschillende geluiden. Het is heel moeilijk om dat allemaal goed te vatten: niet te veel spelen, de melodie niet bedekken, maar wel alle emoties op de juiste manier overbrengen.”

Daarin schuilt misschien ook de grootste uitdaging voor een jong orkest: niet alleen de technische moeilijkheden overwinnen, maar leren luisteren naar het geheel en tegelijk verantwoordelijkheid nemen voor het eigen aandeel. De woorden van de drie muzikanten maken duidelijk dat precies daar de kracht van NYO-USA ligt. Ze zijn jong, maar worden niet als leerlingen op het podium gezet. Ze worden uitgedaagd om als volwaardige musici naar elkaar te luisteren, elkaar te ondersteunen en samen een muzikale identiteit te creëren.

En wat hopen ze dat het publiek na het concert mee naar huis neemt? Voor Dylan Goldbach is het antwoord eenvoudig: “Ik hoop dat ze genoten hebben van de Amerikaanse muziek, en vooral van Gershwin. Hoe zou dat ook anders kunnen wanneer Kirill Gerstein het pianoconcerto speelt?” Maar hij hoopt op meer dan alleen een geslaagde avond: “Ik hoop dat ze een juist beeld krijgen van hoe wij als Amerikanen musiceren en hoe wij muziek voelen. En ik hoop dat dit hen bijblijft.”

Ellie Choi hoopt dat het publiek vooral de energie van jonge mensen heeft gevoeld: “We zijn misschien jong, maar we hebben enorm veel energie. We willen optreden en muziek met de wereld delen.” Obinna formuleert het iets anders, maar komt uiteindelijk bij dezelfde essentie uit: “Ik hoop dat mensen beseffen dat jonge musici bijna net zo veel kunnen als professionals. Dat ook wij vreugde en aandacht, en alles wat in de professionele muziekwereld aanwezig is, kunnen overbrengen.”

Het zijn bescheiden woorden, zeker na een concert waarin deze jonge Amerikanen zich allerminst als musici-in-wording presenteerden. Vanuit tientallen staten, met verschillende achtergronden en persoonlijkheden, vonden zij elkaar in één orkest. En wanneer de laatste noten van Bartók zijn weggestorven, blijft vooral dat besef hangen: de toekomst van de Amerikaanse klassieke muziek stond hier niet ergens ver weg, maar gewoon op het podium.

Details:

Titel:

  • Amerika, in één adem – in gesprek met drie musici van het National Youth Orchestra of the United States of America

Foto credentials:

  • Chris Lee
nlNLdeDEenENfrFR