Een debuutalbum is altijd een beetje een geloofsbelijdenis. Het Isidore String Quartet – violisten Phoenix Avalon en Adrian Steele, altviolist Devin Moore en cellist Joshua McClendon – kiest met Adorations voor een programma dat zowel een artistieke visie als een persoonlijke betekenis draagt. De cd is opgedragen aan de nagedachtenis van cellist Joel Krosnick (1941–2025), jarenlang lid van het Juilliard String Quartet en een bepalende mentor voor dit jonge ensemble. Die toewijding is geen leeg gebaar: ze kleurt de hele opname.
De naam “Isidore” eert trouwens de legendarische violist Isidore Cohen, een vroeg lid van datzelfde Juilliard Quartet. Vanaf de eerste noot op de cd merk je echter dat die band met een roemrijke traditie niet als een last op het kwartet weegt, maar eerder als een kompas werkt: de muzikanten benaderen het vertrouwde als nieuw en het nieuwe als vertrouwd – precies de Juilliard-erfenis die hun werd meegegeven.
Architectonisch vertrekpunt
Het Strijkkwartet in C groot op. 20 nr. 2 is een van de meest ambitieuze kwartetten van Franz Joseph Haydn (1732–1809) uit de zogeheten “Sonnen”-reeks (1772). Met name de slotfuga – Fuga a 4 soggetti – is een tour de force die destijds de grenzen van het genre opzocht. Het Isidore Quartet speelt dit openingsstuk met een opmerkelijke combinatie van structurele helderheid en vertelzin. Het Moderato ademt ruimte; de melodische lijnen worden doorgegeven als in een geanimeerd gesprek. Het Capriccio: Adagio krijgt de nodige expressieve vrijheid, zonder dat de structuur uit het oog verloren wordt. Het Menuetto: Allegretto brengt welkome lichtvoetigheid: de muzikanten nemen de tijd voor de elegante danspassen zonder ze te overladen, en het trio ademt ingehouden gratie. En die slotfuga? Scherp, ritmisch strak, maar nimmer machinaal – de vier muzikanten voelen haarfijn aan wanneer een stem even op de voorgrond mag treden en wanneer ze zich in het weefsel moet terugtrekken.
Centrale ademtocht
Het Molto adagio uit het Strijkkwartet op. 11 van Samuel Barber (1910–1981) – in de bekende orkestversie een begrip geworden als collectief rouwmoment bij nationale treurnis – klinkt hier in zijn originele gedaante, intiem en schrijnend. Het Isidore Quartet legt dit werk neer als één lange ingehouden adem. Dat de muzikanten dit stuk na de dood van hun mentor opnamen, hoor je, maar het vertaalt zich niet in een zweem van goedkope sentimentaliteit, maar in muzikale concentratie met een lange, hangende frasering die oplicht van ingetogen intensiteit.
Roes van het geluk
Het Strijkkwartet in Es groot op. 44 nr. 3 schreef Felix Mendelssohn (1809–1847) in 1838, kort na zijn huwelijk met Cécile Jeanrenaud. De muziek straalt levenslust en emotionele vervulling uit, en het Isidore Quartet pakt die toon met beide handen aan. Het Allegro vivace opent met een fonkeling die meteen de toon zet: licht, elegant, vol vertrouwen. Het Scherzo: Assai leggiero e vivace is een van die momenten waarop je beseft dat je luistert naar musici die plezier hebben in wat ze doen, en dat plezier ook delen. Het Adagio non troppo heeft een ingetogen, verfrissende innigheid die net iets anders klinkt dan de zware ernst die sommige ensembles hier aan de dag leggen; ook het slotdeel Molto allegro con fuoco wordt gebracht met stuwkracht en precisie zonder dat de muziek hard of gejaagd overkomt.
Verstilling
De cd sluit af met Adoration van Florence Price (1887–1953), door Samuel Araya bewerkt voor strijkkwartet. Price, een pionier onder de Afro-Amerikaanse componisten en een van de eersten wier werk door een Amerikaans symfonieorkest werd uitgevoerd, schreef dit bescheiden en ontroerend mooie pianostuk in 1951. De bewerking is sereen en respectvol: warme harmonieën, rustige lijnvoering, een intieme, nagenoeg religieuze rust die precies past als sluitstuk van een album dat – ondanks al zijn diversiteit – steeds terugkeert naar de vraag wat muziek ons kan geven in tijden van verlies én vreugde.
Een ensemble om te koesteren
Adorations is een debuut dat meteen het visitekaartje van een volwassen ensemble neerlegt. Het Isidore String Quartet speelt met een klank die zowel verfijnd als open is, met een ensemblebalans die zelden nadrukkelijk etaleert maar altijd vanzelfsprekend klinkt.
Met dit album heeft het Isidore String Quartet zijn eerste woord gezegd – en wie goed luistert, hoort daarin al de contouren van een eigen stem.





