Onze website is vernieuwd, geef zelf je evenementen in. Heb je een fout gezien. Mail ons!

A Little Caldara to Say Goodbye

BanXhies Groepsfoto

Een reis door Europa, zo werd het concert van The BanXhies aangekondigd. Wie na afloop het programmaboekje dichtklapt, heeft effectief een reis gemaakt tussen Venetië en Wenen. Eentje vol mooie muziek.

The BanXhies is een jong ensemble. Sinds 2022 spelen de vier musici samen en eerlijk gezegd: dat is nog niet zo lang. Ik kende het ensemble vooraf niets. Maar dat het kwartet al bijzonder hecht is, werd vanaf de eerste noten duidelijk. The BanXhies speelt niet als vier afzonderlijke musici, maar als één lichaam. Met één adem, één beweging en – opvallend genoeg – ook letterlijk één lichamelijkheid. De bewegingen van de vier waren tijdens het spelen soms bijna synchroon. Het vertelt wel iets over hoe intens deze musici met elkaar samenspelen.

Het concert in de bijzondere kamermuziekzaal van het Concertgebouw, een soort vierkante toren die zich sterk in de hoogte uitbouwt, met publiek op verschillende niveaus, was opgebouwd rond Italiaanse triosonates. Caldara vormde daarbij de spil. Hij was immers vicekapelmeester aan het Weense hof onder Fux, en zo ontstond een mooie historische én muzikale lijn tussen Italië en Oostenrijk.

Rond Caldara werd een bijzonder rijk programma geweven met onder anderen Vivaldi, Legrenzi, Bach, Porpora, Froberger, Biber, Muffat en Fux. Verschillende stijlen, verschillende componisten en verschillende muzikale karakters, maar toch met een duidelijke samenhang.

De eerste noten zijn altijd belangrijk. The BanXhies kwam meteen overtuigend binnen met een solo van Yaoré Talibart. Er zat adem in het spel, met lange bogen en gedragen pianopassages. Dissonanten werden scherp gearticuleerd en af en toe kreeg de muziek iets speels. Niet lichtzinnig, wel energiek en met een soort vanzelfsprekend plezier.

Het was vooral die combinatie die me bijbleef: gedragenheid zonder zwaar te worden, precisie zonder dat het academisch klinkt en speelsheid zonder oppervlakkig te worden.

Legrenzi bracht een heel andere sfeer dan Caldara of Vivaldi. Zijn muziek klonk bijzonder dramatisch en eindigde voor mij bijna met een open vraagteken. Het was misschien wel het werk dat het meest apart stond binnen het programma, maar juist daardoor bleef het me bij.

Tussen de verschillende werken door kreeg klaveciniste Louise Acabo enkele momenten helemaal voor zichzelf. Wat een spel! Ze combineerde een lichte toets met voldoende gravitas en kroop als het ware in haar instrument. Vooral bij de tweede toccata viel opnieuw op hoe lichamelijk haar spel was. Ze speelde niet alleen óp het instrument; ze leek er ín op te gaan. Het klavecimbel ademde op haar ritme, of misschien ademde zij wel op het ritme van het instrument. Dat was niet alleen muzikaal bijzonder, maar ook visueel.

Na de eerste toccata ging de muziek meteen weer over in Caldara. En dat is misschien wel de kracht van dit programma: de rode draad werd nooit echt losgelaten, ook wanneer de muziek zelf een heel andere richting uitging.

Porpora bijvoorbeeld maakte indruk met extreem stille passages. Stilte is natuurlijk gemakkelijk te bereiken: je speelt gewoon zachter. Maar hier kregen die fluisterende momenten een enorme diepte en gedragenheid. Je hoorde hoe weinig er nodig is om veel te zeggen.

Daarna volgde een cellosonate van Vivaldi, met Suzanne Wolff als centrale figuur. Haar spel was bijzonder vocaal: brede legato’s, lange zinnen en een voortdurend gevoel voor de grote boog. Tegelijkertijd bleef het sprankelen. Misschien miste ik in deze Vivaldi af en toe wat power, al is dat wellicht vooral een kwestie van persoonlijke smaak. In de snelle passages werd die indruk in elk geval volledig weggevaagd door een virtuositeit die geen enkele twijfel liet bestaan.

Na de tweede toccata kwam Biber, met een van de Rozenkranssonates. Die muziek behoeft eigenlijk nauwelijks uitleg. De inzet was meteen machtig. Biber bracht een compleet andere dimensie in het programma. Waar Caldara en Vivaldi andere kleuren en vormen hadden laten horen, kreeg de muziek hier een intensiteit die bijna fysiek werd. Vooral de virtuositeit sprong eruit. Voor mij was dit zonder twijfel een van de hoogtepunten van de ochtend.

Tegen het einde kwam Muffat aan bod. Ook daar zat een mooi solomoment, gebracht door Roxana Rastegar. Precies werk en bezetting moet ik nog even nakijken. Het programmaboekje bracht me overigens op meer dan één moment enigszins in de war. Bijvoorbeeld op het einde leek er bij Muffat meer vermeld te staan dan uiteindelijk werd gespeeld. Een detail? Absoluut. Maar voor wie graag zijn interne GPS aan de gang houdt tijdens een concert en nauwgezet het programmaboekje volgt, is zoiets toch voldoende om even het noorden kwijt te zijn.

De twee laatste geprogrammeerde werken waren Fux en opnieuw Caldara.

Bij Fux voelde je opnieuw hoe intens deze vier musici met elkaar verbonden zijn. Fux is bovendien geen componist die je zomaar als overgangsmuziek kunt behandelen. Hier klonk hij zoals hij hoort te klinken: met aandacht, precisie en ruimte voor de muziek om zichzelf te ontvouwen. Het Adagio, Sarabande en Passacaglia vlogen voorbij. Het was soepel, gedragen en bijzonder aangenaam om naar te luisteren. Ook visueel bleef het plezierig: vier musici die niet alleen goed samenspelen, maar elkaar ook zichtbaar meenemen in de muziek.

En dan kwam de afscheidsgroet.

A Little Caldara to Say Goodbye.

Ik wil die zin onthouden.

Niet alleen omdat hij charmant is, maar omdat hij eigenlijk het hele concert samenvat. Caldara was de rode draad doorheen het programma en tegelijk was dit geen concert dat zich opsloot in één componist, één stijl of één land.

In het laatste Allegro kwam opnieuw die speelsheid naar boven, maar ook de gedragenheid die het concert vanaf het begin had gekenmerkt. Het was alsof het spel het publiek nog één keer naar de instrumenten toe trok.

Het dankbare publiek kon door een minutenlang applaus nog een toegift afdwingen: een stuk uit een opera van Händel. Dat was een uitstekende uitsmijter. Het stond volledig los van het Italiaanse en Duitse repertoire dat eraan voorafging en verruimde danig mijn beeld uover het ensemble. Tijdens het korte woordje bij het bisnummer werd bovendien duidelijk waar die naam The BanXhies vandaan komt. Ze beperken zich niet tot Italiaanse en Duitse muziek, maar spelen ook repertoire uit Engeland, Ierse muziek en zelfs volksmuziek.

Dat maakt nieuwsgierig.

Want The BanXhies mag dan nog een jong ensemble zijn, het klinkt al als een groep die weet wat ze met elkaar wil vertellen. Het samenspel is hecht, de muzikale lijnen zijn helder en er is ruimte voor zowel verfijning als speelsheid. Bovendien lijken ze geen behoefte te hebben om zich in één hokje te laten opsluiten.

Het Händel-bisnummer was daardoor meer dan zomaar een mooi afscheid. Het was eigenlijk een uitnodiging om niet echt goodbye te zeggen.

Eerder: tot de volgende keer.

En misschien vooral: tot de volgende cd. Want als A Little Caldara to Say Goodbye een voorproefje is van wat The BanXhies op cd aan het voorbereiden is, dan mag die release er wat mij betreft snel komen.

MAfestival

The BanXhies

foto’s: MAfestival / Laia Van den Borre

concert: vrijdag 7 augustus 2026, Kamermuziekzaal Concertgebouw, Brugge

Details:

Titel:

  • A Little Caldara to Say Goodbye
nlNLdeDEenENfrFR